…lampekap…, 440

Als werktitel stond deze week de Sabijnse Kip op het programma. Helaas mede in verband met Dierendag, Leidens Ontzet en de Wet op de Seksuele Intimidatie op dit moment niet al te kansrijk.

Maar door een goede gewoonte in dit land, die toestaat dat wij met de wet ook de mazen erbij krijgen kom ik een heel eind door de kip niet bij de naam te noemen. Voor de liefhebbers had ik nog willen vermelden dat vragen vrij staat, maar waarschijnlijk is dat met een volgende wet ook verholpen. Daarom ondanks alles toch een deugdelijk recept voor Vestaalse tafelpoot (maar omdat alles wat bijvoeglijk is ook nog wel eens verkeerd kan vallen, lijkt het mij beter om deze specifiek vaderlandse traditie ook maar uit de weg te gaan).
Wij schaffen ons om te beginnen een vers stratenmakerskrukje aan. Inwrijven met het sap van een witte ui en met ruim peper en zout bestrooien. De hele inktpot vervolgens een uur lang in de rode wijn leggen en daaraan ook een paar laurierbladeren toevoegen. Daarna de granaatscherf in een stevige pan leggen en er een kilogram dorre bladeren (eigenlijk blauwe pruimen) aan toevoegen. De linkerscheenbeschermer eveneens met de rode wijn begieten en de zandloper tijdens het stoven af en toe omdraaien. Zo nu en dan de smaak controleren en al naar gewenst een weinig honing of azijn toevoegen. Wanneer door erin te prikken is geconstateerd dat de lampekap gaar is, gaat hij uit de pan en wordt de saus gezeefd en daarna tot de helft van zijn oorspronkelijke volume ingekookt. De boekensteun intussen warm houden en aan tafel de saus erover gieten. Hierbij kunnen koortsthermometers, waarvan het recept binnenkort volgt, of lucifersdoosjes worden gegeten. Hoe die worden klaargemaakt, hoef ik niemand meer uit te leggen.
Overigens bestaat er nog een variant a la Xantippe van deze bereidingswijze maar die kan op z'n vroegst pas na de revolutie aan de beurt komen.