Lampekapaffaire

Een toneelrecensent ziet zijn stukjes zelden ongeschonden in het dagblad terecht komen. Zelf schreef ik eens voor de Volkskrant dat Lodewijk de Boer wel eens iets fraaiers had afgeleverd. De eindredacteur maakte ervan: ‘De Boer, je kunt beter!’ Ik zakte door mijn stoel van schaamte. De woedende schrijver/regisseur riep me terecht tot de orde.

Een toneelrecensent die in een rechtstreeks televisieprogramma optreedt, gaat ongeschonden de ether in. Vorige week zondag, 6 november 1994, ging dat in VPRO’s De Plantage aldus.
Hanneke Groenteman: ‘Nu zitten we hier wel heel elegant te praten over kritiek, maar (richting theatermaker Ton Lutz), hebt u soms geen zin om een criticus te wurgen?’
Ton Lutz: 'Dat heb ik wel eens gewild, ja. Ik heb er ook wel eens eentje opgebeld…’
Hein Janssen (de recensent): 'En wij hebben ook wel eens zin om acteurs te wurgen. Als ze weer…’
Ton Lutz: 'Als ze weer…?’
Hein Janssen: 'Als ze weer onuitstaanbaar ijdel zijn en hun kunstjes vertonen, terwijl je weet dat ze beter kunnen. Maar dan toch weer terugvallen op die maniertjes. Ik heb dan gelukkig een kaartje via de krant. Maar je zal er toch dertig gulden voor betalen, om Carol van Herwijnen met een lampekap op zijn kop te zien. Dan denk ik: Dag! Stoppen maar!’
Tja. Ik heb wel eens tactischer uitspraken van recensenten over toneelspelers gehoord. De eindredacteur van Janssens krant had die passage vast geschrapt. Of is misschien het probleem van Janssens krant dat die passages juist de krant halen?
Dat er op dat moment een stop doorsloeg in de emotionele huishouding van Carol van Herwijnen, ik kan me er iets bij voorstellen. Dan neem je een borrel en wacht op de samenvatting van Willem II-Ajax. En dan denk je: wat die Van Gaal en zijn team over zich heen krijgen, is ook niet leuk. Einde verhaal.
Zou Carol van Herwijnen trouwens zijn blijven kijken? Na de gewraakte passage vertelde acteur/regisseur Ton Lutz hoe het ook kan: een recensent opbellen en enkele passages uit zijn kritiek voorlezen en becommentarieren. Zou Van Herwijnen tijdens die fietstocht (van Buitenveldert naar Artis - toch al gauw een half uur pezen) niet even gedacht hebben: Carol, kappen, dit gaat niet goed? Hij wekte bij Nova en in De Telegraaf niet echt die indruk.
Carol van Herwijnen had op de tv en in de couranten natuurlijk moeten bekennen: joh, er sloegen wat stoppen door, stom, stom, stom! Daarna hadden de acteur en de recensent (indien aanwezig, waar was-ie trouwens?) onder leiding van Maartje van Weegen een beschaafd gesprek over de verhouding tussen acteurs en critici kunnen voeren. Daarin had Hein Janssen aan Carol van Herwijnen kunnen voorhouden dat de acteur een publiek beroep heeft gekozen, met als consequentie dat hij zich aan publieke kritiek dient te onderwerpen. Als hij dat vervelend vindt, moet hij maar een ander vak kiezen. Van Herwijnen zou trouwens wel wijzer wezen: De voorstelling waarin hij nu speelt - Gegijzeld - is het afgelopen weekend genomineerd voor de Gouden Gids Publieksprijs.
Nu groeit uit deze rare affaire een rechtszaak (die natuurlijk wordt geseponeerd). Nu moeten we vermoeid geeuwend lezen dat dominee Michael Zeeman (Janssens kunstchef) ons in de kolommen van de Volkskrant plechtig en deftig voorhoudt dat 'wie mept het recht op discussie verliest’.
Ik stel een compromis voor. We organiseren een geensceneerde lezing van Gerardjan Rijnders’ tekst Liefhebber, waarin een criticus onbeheerst scheldt op het huidige toneel. Carol van Herwijnen speelt Liefhebber, criticus Hein Janssen doet zijn vrouw, Michael Zeeman doet de neukende, spuitende en moordende zoon. Daarna mogen Carol en Hein onbekommerd op elkaar schelden, waarna er (onder leiding van Zeeman) een discussie is over de betekenis van Jac Heijer als toneelcriticus. Heijers gebundelde kritieken vormden immers de aanleiding van het gesprek bij Hanneke Groeteman; hij stond wel pontificaal gebundeld op de tafel, maar het ging nauwelijks over hem - eigenlijk een postume belediging. Vervolgens drinkt men een borrel. De rechtszaak Janssen-Van Herwijnen-Janssen wordt de volgende dag afgeblazen. En wij toneelliefhebbers zijn daarna definitief verlost van een nikserige non-affaire.