Land of the free, maar niet voor homo’s

New York – Het is gedrag dat zo paradoxaal is dat het elke keer weer de moeite waard is om bij stil te staan: mensen die anderen (homo’s) iets willen verbieden wat ze zelf wel mogen (trouwen) – met als argument dat als die anderen doen wat zij wel mogen zij bedreigd worden in die activiteit, en er dus inbreuk wordt gemaakt op hun vrijheid. Of, in wezen nog paradoxaler, met als argument dat het gedrag van anderen in strijd is met hun eigen religieuze overtuigingen. Maar wee degene die aan de vrijheid van godsdienst durft te tornen.

Zo werd North Carolina vorige week de dertigste Amerikaanse staat (van de vijftig) waarvan de grondwet huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht verbiedt. De laatste keer dat North Carolina het huwelijksreglement in zijn grondwet had veranderd was in 1875, toen een verbod op interraciale huwelijken werd vastgelegd. Het nieuwe amendement was het gevolg van een door de Republikeinse Partij in die staat uitgeschreven referendum, dat met 60 tegen 39 procent van de stemmen werd aangenomen.

Vanaf het begin was duidelijk dat het amendement niet zozeer principieel als wel politiek gemotiveerd was: North Carolina had al een wet die het homohuwelijk verbood. Homo’s konden er zelfs geen enkele vorm van wettelijk geregistreerd partnerschap aangaan. Meer dan drie miljoen dollar werd door beide kampen besteed aan beïnvloeding van het electoraat. Evangelische kerken vormden coalities vóór de maatregel, liberale kerken ertegen. Oud-president Bill Clinton, die na zijn Defense of Marriage Act uit 1996 nog wat had goed te maken, bemoeide zich ermee (hij was tegen het verbod), evenals de oude dominee Billy Graham (voor).

De Republikeinen beweerden het amendement te hebben ingediend omdat ze vreesden dat een rechter het bestaande verbod ongrondwettelijk zou verklaren – alsof ze beseften dat discrimineren tegen een bevolkingsgroep die je niet bevalt ongrondwettelijk is. Maar de werkelijke reden was vermoedelijk electoraal getint. Vooraf stond immers vast dat een verbod in goede aarde zou vallen bij twee bevolkingsgroepen die in 2008 nog in grote meerderheid op Obama hadden gestemd: African-Americans en Latino’s. Deze twee groepen steunden het verbod inderdaad twee tegen één – in een week waarin president Obama zich juist uitsprak voor het homohuwelijk. Democraten claimden desalniettemin een overwinning: doordat het homoreferendum nu plaatsvond, speelt de kwestie bij de landelijke verkiezingen in november geen rol meer. Misschien. Ondertussen is de homogemeenschap in North Carolina wel de pineut.