Weer een schandaal rond Helmut Kohl

Land van affaires

De Flick-affaire deed Duitsland huiveren. Nu duiken dezelfde functionarissen, politici en kofferdragers weer op in het huidige CDU-schandaal rond Helmut Kohl. De betrokkenen hebben niets geleerd, althans in moreel opzicht.

‘DUITSLAND IS GEEN bananenrepubliek’, sprak Helmut Kohl eind 1981 toen de Flick-affaire net aan het licht was gekomen. Toen al waren er mensen die daar anders over dachten. ‘Bargeld-Porno’ luidde het summiere vonnis van de nog altijd betreurde Heinrich Böll. Het schandaal rond de houdstermaatschappij Friedrich Flick uit München leek de apotheose van een jarenlange, onbelemmerde omkooppraktijk in de Bondsrepubliek. Honderden bedrijven en tientallen politici en partij-organen van CDU, CSU, FDP en SPD waren erbij betrokken. De onthullingen wezen op een volledige vervlechting van politiek en bedrijfsleven. Het leek wel of de grote Duitse partijen hun best hadden gedaan om de Stamokap-theorie (staatsmonopolie-kapitalisme) van de generatie van ’68 in vervulling te doen gaan.


Het strooigedrag van Flick-manager Eberhard von Brauchitsch spande de kroon. In 1975 had Flick zijn aandelen in Daimler-Benz (de grootste wapenfabrikant van Duitsland) verkocht voor twee miljard mark. Als het geld economisch nuttig wordt besteed, verleent de Duitse wet in zulke gevallen belastingvrijstelling. Daarvoor was de goedkeuring vereist van diverse ministers uit de toenmalige SPD/FDP-coalitie alsmede van de oppositieleiding. Om ‘het politieke landschap te onderhouden’, zoals Von Brauchitsch het uitdrukte, keerde zijn boekhouder Rudolf Diehl in totaal 28 miljoen mark smeergeld uit. In een opschrijfboekje hield Diehl de bedragen bij: ‘Leisler Kiep 500.000’, ‘Brandt 40.000’, ‘Kohl 50.000’ en ‘F.J.S. 250.000’.


De initialen staan voor wijlen Franz-Josef Strauss, leider van de deelstaatpartij CSU en opper-bananenplanter van Duitsland. Von Brauchitsch had een uitgesproken voorkeur voor deze Beierse krachtmens, maar met vooruitziende blik steunde hij ook de carrière van Helmut Kohl. De aanstormende premier van de Rijnpalts gaf regelmatig een seintje dat zijn secretaresse geld kwam halen (‘Die Juliane kommt’) en daags erna dronken de heren dan een glaasje in de wijnkelder van Kohls kanselarij. Kwade tongen in en buiten de CDU beweren dat de firma Kohls opmars in de partij geheel financierde. Alsof dat nog niet genoeg was, werkte de Flick-lobbyist die het dagelijks contact met Kohl onderhield, Hans-Adolf Kanter, ook nog eens voor de Stasi. Volgens Markus Wolf, die hem kende onder de schuilnaam ‘Fichtel’, was hij ‘nauwelijks minder waardevol dan Günter Guillaume’.


Vlak voor zijn eerste verhoor in 1984 kreeg Von Brauchitsch bezoek van Wolfgang Schäuble, zaakwaarnemer van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag. Schäuble verzocht hem geen namen te noemen. ‘Ik hoefde me niet alles precies te herinneren. Ik zou binnenkort amnestie krijgen en dan was het hele circus voorbij’, schrijft Von Brauchitsch in zijn memoires. Hij hield zijn mond dicht, zelfs toen de beloofde amnestie uitbleef en hij samen met de ex-ministers Friderichs en Lambsdorff (beiden FDP) werd veroordeeld wegens belastingfraude. Von Brauchitsch probeerde jarenlang weer bij de CDU in het gevlei te komen. Pas in 1993 kreeg hij door Kohl een hoge functie bij de liquidatie van de voormalige Oost-Duitse industrie toegeschoven.



VANWAAR DEZE recapitulatie van de Flick-affaire? Omdat dezelfde functionarissen, politici en kofferdragers weer opduiken in het huidige CDU-schandaal. De laatste dagen rijst zelfs de verdenking dat de CDU-Hessen haar Anderkonten (zwarte rekeningen) in Zwitserland opende om er overgeschoten Flick-miljoenen onder te brengen. Spoedig na de Flick-affaire werd de wet op de partijfinanciering aangescherpt, maar de betrokkenen hebben niets geleerd, althans in moreel opzicht. De ‘Leisler Kiep’ uit Diehls opschrijfboekje is de inmiddels 73-jarige playboy Walther Leisler Kiep (hobby: zware motoren) uit Hamburg. ‘Kiep smiling’ was van 1970 tot 1991 penningmeester van de CDU. Door zijn toedoen is het balletje van de onthullingen weer gaan rollen.


Op 26 augustus 1991 reed Kiep samen met Horst Weyrauch, CDU-accountant en vertrouweling van Helmut Kohl, naar een warenhuis over de Zwitserse grens. Op de parkeerplaats ontmoetten ze de Beierse wapenhandelaar Karlheinz Schreiber, een oude boezemvriend van Strauss en een vertrouwde verschijning in de christen-democratische wandelgangen. Schreiber vertegenwoordigde de firma Thyssen die Fuchs-tanks aan Saoedi-Arabië wilde verkopen. Kiep en Weyrauch zouden de exportvergunning bespoedigen in ruil voor een miljoen mark, die Schreiber hen in een koffer overhandigde. Kiep behield een deel van het geld om er de kosten van zijn (gewonnen) Flick-proces mee te betalen. Een ander deel was bestemd als zwijggeld voor Kieps luitenant Uwe Lüthje, die de schrik van de Flick-affaire in de benen had en dreigde iedereen erbij te lappen. Iedereen, dat wil zeggen: alle andere politici die geld van Thyssen aannamen. Onder hen bevond zich de toenmalige staatssecretaris van Defensie Ludwig-Holger Pfahls (CDU) die 3,8 miljoen in zijn zak stak.


De Duitse justitie meent dat Schreiber in totaal 26,4 miljoen aan smeergeld heeft uitgekeerd. Welke politici hebben zich nog meer door Thyssen laten betalen? Omdat de Golf een crisisgebied was, moest de exportvergunning voor de Füchse worden verleend door de Bondsveiligheidsraad, bestaande uit Helmut Kohl, Hans-Dietrich Genscher (Buitenlandse zaken, FDP), Jürgen Möllemann (Economische Zaken, FDP) en Defensie-minister Gerhard Stoltenberg (CDU). Stoltenberg was aanvankelijk tegen de verkoop: tanks zijn aanvalswapens en de verkoop ervan in crisisgebieden is wettelijk verboden. Maar nadat Thyssen Schreiber inschakelde, kreeg de firma van Stoltenberg een gunstige beschikking. Justitie onderzoekt nog of hij heeft meegedeeld in Schreibers miljoenen.


Kiep duikt ook weer op in de ‘Leuna-zaak’. In 1992 was hij een van de vertegenwoordigers van een Frans-Duits consortium, gevormd door Thyssen en de Franse oliemaatschappij Elf Aquitaine. Namens het consortium onderhandelde hij met de ‘Truehand’, de centrale instelling voor de afwikkeling van het Oost-Duitse staatsbezit. Het consortium mocht de Leuna-raffinaderij en de tankstations van het voormalige DDR-bedrijf Minöl kopen voor vijf miljard mark, de exploitatie werd ondersteund met overheidsgeld. Naar verluidt kwam aan de deal 75 miljoen smeergeld te pas. Ook hiernaar loopt een strafrechtelijk onderzoek.


Afgelopen juli vroeg Kieps vriend Gerhard Schröder nog of hij een poging wilde doen de geschonden betrekkingen met Turkije in vertrouwelijke sfeer bij te leggen. Turkije is al jaren de grootste en meest omstreden afnemer van Duitse wapens. In 1992 moest Stoltenberg zelfs aftreden omdat hij tegen de wil van de Bondsdag vijftien tanks naar Turkije had doorgelaten. Wist Schröder dat hij de kat op het spek bond? Hoe dan ook, toen Kiep enige maanden geleden door de justitie in Augsburg werd gearresteerd en bekende dat de inhoud van Schreibers koffer bestemd was geweest voor de CDU-kas, was het schandaal een feit.



EEN GEMEENSCHAPPELIJK aspect van deze smeergeldaffaires is dat veel van de betrokken makelaars zijn gelieerd aan de inlichtingendienst, de Bundesnachrichtendienst (BND). Karlheinz Schreiber werkte al in de jaren tachtig voor de BND. Zijn contactpersoon was Werner Ströhlein, werkzaam op het hoofdbureau van de BND in Pullach. Schreiber was altijd kind aan huis bij de Ströhleins in München. Dat huis is intussen door de Augsburger politie doorzocht. Ströhlein werd getipt en verblijft sindsdien in het buitenland, zo melden Beierse kranten.


Een reeds genoemde vertrouweling van Schreiber, Holger Pfahls, was in de jaren negentig onder meer chef van de binnenlandse veiligheidsdienst (BfV) en staatssecretaris van Defensie. Nadat hij de 3,8 miljoen vanwege Thyssen had opgestreken, trok hij zich terug uit de politiek. Nadien werkte deze oude Strauss-vriend als manager bij DaimlerChrysler (ontstaan uit de fusie van Chrysler en Daimler-Benz). Sinds de arrestatie van Kiep is Pfahls voortvluchtig. Volgens de Duitse justitie houdt hij zich op op Taiwan.


Ook de diplomaat en Kohl-vriend Dieter Holzer, die de verkoop van de Leuna-raffinaderij aan Elf Aquitaine organiseerde, is een BND-agent. Op uitgelekte medewerkerslijsten van de dienst staat hij sinds begin jaren tachtig vermeld met schuilnaam ‘Baumholder’. Van het smeergeld van de Leuna-deal streek Holzer vijftig miljoen op voor ‘bemiddelingskosten’. Meer dan tien miljoen zou volgens Franse bronnen bij de CDU terecht zijn gekomen. Als tegenprestatie verklaarde Helmut Kohl de Leuna-verkoop tot Chefsache en leidde de zaak persoonlijk in goede banen. De Zwitserse en Franse justitie hebben vastgesteld dat de smeergelden zijn doorgesluisd via een firma in Liechtenstein die toebehoorde aan de toenmalige Elf-directeur André Guelfi. Holzer had een volmacht voor Guelfis’ rekening.


De Duitse justitie heeft aanwijzingen dat een andere ex-staatssecretaris van Defensie, Agnes Hürland-Büning (CDU), voor bemiddeling in de Leuna-deal meer dan een half miljoen Zwitserse franken van Elf heeft ontvangen. Thyssen, die samen met Elf in het consortium deelnam, betaalde haar ook nog eens een half miljoen mark ‘bemiddelingskosten’. Het was niet de laatste keer dat zij het bedrijf goede diensten bewees. Zij kreeg ook nog vijf miljoen voor ‘adviezen’ inzake de bouw van een pretpark van Thyssen, het ‘Europaparc Dreilinden’ bij Berlijn.


De vraag rijst of Hürland-Büning ooit adviezen heeft versterkt. Het lijkt er meer op dat Thyssen het Defensie-‘landschap’ onderhield.


Volgens een officiële opgave van Thyssen die het actualiteitenprogramma Monitor vorig jaar wist los te peuteren, incasseerde zij nog eens tweeënhalf miljoen mark voor een ‘advies’ waarvan men zich bij Thyssen het onderwerp ‘niet meer kan herinneren’. Gezien de aard van het bedrijf mag je er gerust vanuit gaan dat deze staatssecretaris van Defensie in de zak van de wapenindustrie zat. Dankzij haar nauwe vriendschap met Helmut Kohl, waardoor zij persoonlijk voor de materiaalwensen van het leger kon lobbyen, had Hürland-Büning de bijnaam ‘compagniesmoeder’. Van haar Thyssen-geld zette zij drie miljoen op rekening van de postbus-bv Delta International in Monaco. Directeur van Delta International was BND-agent Dieter Holzer.



DUITSLAND IS DUS nog altijd een ‘käufliche Republik’, zoals een boek over de Flick-affaire uit de jaren tachtig heette. Er bestaat een aanzienlijk circuit van politici, fabrikanten en makelaars in macht, geld en informatie die elkaar de hand boven het hoofd houden. Holzer en Pfahls zijn net als Schreiber goede bekenden van Leisler Kiep, maar ook van Max Strauss, de oudste zoon van Franz-Josef. Strauss senior was eind jaren tachtig president-commissaris van Airbus, het Duits-Frans-Britse vliegtuigconcern, waarin DaimlerChrysler grootaandeelhouder is. In die tijd haalde Max Strauß samen met Schreiber een Canadese order voor 34 Airbus-vliegtuigen binnen. Volgens justitie ontving junior een ‘tegemoetkoming’ van 4,2 miljoen mark van Schreiber. Voor ‘bewezen diensten’ bij de Fuchs-verkoop zou Max nog eens een half miljoen hebben gekregen.


In de Airbus-zaak genoten de Beierse ‘Amigos’ (zo genoemd naar een reisbureau dat hun snoepreisjes aanbood) kennelijk bescherming. Schreiber werd ingelicht dat er een onderzoek naar hem liep en vluchtte naar Canada. Een rechtsbijstandverzoek van Augsburg aan de Canadezen raakte ‘zoek’ op het ministerie van Justitie in Bonn. En toen de politie binnenviel in Strauss’ advocatenkantoor, bleek de harde schijf van zijn computer recentelijk gewist te zijn. Strauss waarschuwde weer zijn medeplichtige Erich Riedl, gewezen coördinator lucht- en ruimtevaart in Bonn: ‘Jullie hebben toch dat halve miljoen van Thyssen gekregen? Vernietig al je papieren. Morgen om half acht krijgen jullie huiszoeking.’


Even opmerkelijk is het aandeel van de wapenindustrie in veel affaires. Op de ranglijst van het SIPRI in Stockholm figureert Duitsland als zesde wapenexporteur van de wereld achter de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië. Dat is een hoge positie, maar vergeleken bij de totale Duitse export (achthonderd miljard) neemt de wapenindustrie met vier miljard gulden een ondergeschikte plaats in. De wapenhandel is goed voor een procent van het nationaal inkomen en 130.000 arbeidsplaatsen. Niettemin verkocht Duitsland onderzeeërs aan Taiwan en Chili, patrouilleboten aan Koeweit, fregatten aan Indonesië, raketten en tanks aan Israël, helikopters en gifgasbestanddelen aan Irak, houwitzers aan Saoedi-Arabië en tanks en andere groot materieel aan Turkije. Er zit dan ook een flinke adder onder het gras.


De Duitse regering is spaarzaam met inlichtingen over de wapenexport, maar één ding staat vast: het verschil tussen officiële en daadwerkelijke uitvoer is enorm. De Duitse exportstatistiek rekent onder ‘wapens’ alleen zuiver militaire producten als tanks en houwitzers; daarentegen geen onderdelen, onderhoudscontracten, dual use-goederen of nucleaire technologie. Maar voor de uitvoer van zulke ‘gevoelige’ producten is wel een vergunning nodig. Een polemologisch instituut heeft berekend dat Economische Zaken in 1995 exportvergunningen verleende voor een totale waarde van maar liefst dertig miljard mark.


Dankzij de geheimhouding die uit de aard van deze branche voortvloeit, is de wapenhandel een ideale ‘grijze zone’ voor inhalige politici. ‘Laten we eerlijk zijn’, zei een grote wapenfabrikant ooit tegen de onderzoeker Arlacchi: ‘Het draait allemaal om de premier of president en de minister van Defensie van een land. De besluiten worden in heel kleine kring genomen.’ Door dit hoge beslissingsniveau onderscheidt de wapenhandel zich gunstig van dat andere reservoir van zwart geld, de handel in verdovende middelen. De internationale drugshandel is een arena van Aziatische warlords, analfabete Colombianen, wild geworden pooiers en ander gespuis. De wapenhandel is Herrengeschäft, een discrete aangelegenheid voor middelbare heren die de mazen in de wet kennen omdat ze die zelf schrijven.


Zulke heren vindt men vooral bij de Freiheitlich-Demokratische Partei, die de wapenindustrie vele jaren de hand boven het hoofd hield. In 1991 vroeg minister van EZ Möllemann (FDP) zijn ambtenaren om een vertrouwelijk rapport over alle wapenexporten van de laatste tien jaar. Uit het uitgelekte stuk blijkt dat onder zijn voorgangers Otto Graf Lambsdorff, Martin Bangemann en Helmut Haussmann (allen FDP) alleen al voor 1,3 miljard mark aan wapentuig aan Irak was verkocht, hoewel dat land in een oorlog was gewikkeld met buurland Iran. In alle gevallen was het benodigde fiat van Buitenlandse Zaken door hun partijgenoot Hans-Dietrich Genscher afgegeven.



EEN BELANGRIJKE spilfunctie voor de FDP werd vervuld door Klaus Kinkel, van 1979 tot 1982 directeur van de BND en in de jaren negentig minister van Buitenlandse Zaken. Als inlichtingenchef hield hij essentiële informatie over de Duitse wapenhandel achter, aldus inlichtingenexpert Erich Schmidt-Eenboom in zijn boek over Kinkels BND-jaren, Der Schattenkrieger (1995). Zo zag hij door de vingers dat ‘hard’ oorlogsmaterieel via Frankrijk werd doorgesluisd naar crisisgebieden met behulp van Frans-Duitse dochtermaatschappijen. Hij gaf zijn mensen staande orders om bij toeval ontdekte gegevens over Duitse wapensmokkel onmiddellijk te vernietigen.


De oudste connectie van de FDP is de firma Telemit, die vanaf de jaren zeventig militaire goederen ter waarde van miljarden marken naar crisisgebieden heeft geëxporteerd. Jaarlijks ontving de FDP ‘donaties’ van rond een miljoen mark van Telemit. In 1981 werd FDP-penningmeester Karry vermoord; de omstandigheden zijn nooit opgehelderd. Kort daarop werd in de FDP-kas een ‘zwart’ bedrag van zes miljoen mark ontdekt. Vanaf dat moment betaalde Telemit de FDP cash, in bruine enveloppen. Het was een ‘gigantische smeergeld-draaischijf’, zei de vroegere Telemit-manager Herbert Mittermayer in het weekblad Stern. Het doel: het verkrijgen van telkens nieuwe exportvergunningen van de FDP-minister op EZ en zijn collega op Buitenlandse Zaken, te weten Hans-Dietrich Genscher.


Dankzij de betrokkenheid van ministeries (vooral Economische en Buitenlandse Zaken) en de BND kan de huidige rel rond Helmut Kohl en zijn CDU uitgroeien tot de grootste Staatsaffäre van het naoorlogse Duitsland, een positie die tot nog toe werd ingenomen door de Spiegel-affaire uit 1962, toen Franz-Josef Strauß als minister van Defensie in het wilde weg journalisten begon te arresteren. Als dat gebeurt, is het misschien wel meer te danken aan de FDP dan aan de CDU. Natuurlijk heeft de briljante diplomaat Genscher zich in zijn schier eindeloze ambtsperiode verdienstelijk gemaakt voor Duitsland. Evenals Helmut Kohl, die de Duitse hereniging als bekroning van zijn kanselierschap beschouwde, beleefde Genscher zijn finest hour toen hij in 1989 de val van de muur kon bespoedigen. Maar de geschiedenis lacht altijd het laatst. Toen de eerste Oost-Duitsers onder de Brandenburger Poort doorwandelden, kregen ze bananen toegestopt. Toepasselijker kon het niet.