Land van jenever en slecht weer

Kader Abdolah, De reis van de lege flessen. Uitg. De Geus, 156 blz., 3 29,90
NEDERLANDERS vinden het altijd leuk om over zichzelf te lezen, en dan vooral over de manier waarop buitenlanders hen zien. Dan komen er lollige anekdoten los over onze gewoonten en gebruiken, en dan vinden we onszelf opeens ontzettend grappig en raar en leuk. Terwijl we eigenlijk gewoon Hollanders zijn, logge, een beetje boerse mensen zonder veel verfijning.

‘Omdat ik een balling ben, relativeer ik de dingen op een vreemde manier. Beter gezegd, ik zoek een overeenkomst tussen gebeurtenissen. Het is verrassend dat mijn geheugen me daarin steunt. Mijn geheugen zoekt meteen in mijn verleden naar een parabel.’
Dat laat Kader Abdolah (1954, Iran) in zijn nieuwe (en, na De adelaars en De meisjes en de partizanen, derde) boek De reis van de lege flessen zijn hoofdpersoon noteren. Die verteller heet Bolfazl. Hij is een vluchteling uit Iran, die met een hoofd vol Perzische verhalen in een dorpje aan de IJssel terechtkomt. Na een periode in een opvangcentrum krijgt Bolfazl met zijn vrouw een woninkje toegewezen, een hoekhuis van puur Hollandse snit, gelegen naast een ander Nederlands huisje, waar René woont.
De reis van de lege flessen is het verslag van de ontwikkeling van de vriendschap tussen Bolfazl en René. En tegelijkertijd de geschiedenis van een buitenlander die probeert de Nederlandse 'volksaard’ te doorgronden en op waarde te schatten. Vluchten is voor Bolfazl niet slechts weggaan van waar je was, maar vooral trachten een plek te bemachtigen in een nieuwe omgeving.
Voor hij naar Nederland kwam, zegt Bolfazl, kende hij het Nederlandse volk niet. 'Maar als je de grenzen overschrijdt, ontbinden de valse verhalen in je gedachten en komen er nieuwe verhalen tot stand. Je ontdekt nieuwe dingen en ziet hoe ze in elkaar zitten. En je wilt de dingen opnieuw betasten. Opnieuw bekijken. Opnieuw ervaren.’
Bolfazls vlucht is derhalve een soort wedergeboorte; met René als vroedvrouw. Terwijl Bolfazl ijverig Nederlands zit te leren - zijn belangrijkste bezigheid in zijn nieuwe vaderland - vangt hij voor de eerste keer een glimp op van wat een heuse kameraad zal worden: 'René lag in zijn tuin. Door het kapotte hek zag ik een gedeelte van zijn melkachtig witte rug. Hij was blank. Ik donker. Hij draaide zich om. Een grasspriet hing aan zijn navel. Hij verplaatste zich een beetje naar boven. Opeens kwam er een dikke, kleurloze, gerimpelde pik te voorschijn. Zo'n pik had ik zowel qua maat als qua kleur nog nooit gezien.’
De pik van René blijft terugkeren in de verhalen van balling Bolfazl, en groeit uit tot een ware metafoor voor alles wat Hollands is. Abdolah blijft op een onweerstaanbaar grappige manier aan het logge geslachtsdeel herinneren, door er vaak naar te verwijzen als René ten tonele verschijnt.
René is getrouwd geweest, maar woont tegenwoordig met zijn dochter Miranda en een andere man, met wie hij tot verbazing van Bolfazl beneden in de woonkamer in één bed slaapt, in de eengezinswoning. Hij is een homoseksueel met een late coming-out, dus.
DE REIS VAN de lege flessen is ook het verslag van een toenadering tussen twee culturen. En dat met name in het hoofd van de verteller. Hij linkt de twee landen waarin hij woont, nog steeds woont, ondanks zijn vlucht: Iran en Nederland. En hij linkt twee naturen, hij schakelt twee achtergronden parallel. Dat doet hij door voortdurend een koppeling te maken tussen de gebeurtenissen in en rond zijn nieuwe huis in Nederland, en de oude klassieke Perzische verhalen die hij in zijn hoofd, zijn tanende geheugen, meedraagt. Elke gebeurtenis in Nederland heeft een pendant in het reservoir vertellingen uit de oude Perzische doos. En de schrijver smeedt die twee subtiel aan elkaar, laat ze op elkaar reageren, met elkaar interfereren, tot er een intelligent verknoopt tapijt van verhalen ontstaat, verhalen over weggaan en thuiskomen, over verdwijnen en verschijnen.
'Eerlijk gezegd vertrouw ik mijn herinneringen niet meer zo. Ik verzin al die verhalen zelf. Ik doe dat omdat ik bang ben. Ik vrees dat mijn geheugen me smadelijk in de steek zal laten. Ik doe het. Ik verzin zulke verhalen bij wijze van zelfverdediging. En ik geloof dat het het lot van een balling is dat zijn geheugen hem steeds meer in de steek laat.’
In een radio-interview vertelde Kader Abdolah hoe hij maar bleef en bleef schaven aan zijn manuscript, hoe hij telkens weer schrapte en schrapte en zijn zinnen herschreef. Alsof hij nog steeds bezig was de taal te veroveren, de Nederlandse taal, die niet zijn moedertaal is maar waar hij niet zonder kan. Dat proces laat hij ook zijn protagonist doormaken in De reis van de lege flessen. Vanaf dag één stort hij zich als een bezetene op de dikke Van Dale, trachtend vat te krijgen op dat onbegrijpelijke en onelegante taaltje van zijn buurman.
Kader Abdolah beschrijft hoe twee, in wezen zo verschillende, werelden naar elkaar toe groeien en stilaan niet alleen begrip maar ook respect en zelfs bewondering voor elkaar krijgen. Dat doet hij met zoveel humor, en zoveel oog voor detail en gevoel voor proporties, dat dit boek uitstijgt boven die inmiddels gestaag groeiende stapel proza over 'het leven tussen twee culturen’. Bij Abdolah ligt het er nooit dik bovenop, integendeel. Ongetwijfeld is zijn werk als columnist voor een grote krant daar mede debet aan, maar hij beheerst het understatement als geen ander, en weet in weinig woorden heel veel te vertellen. Hoe meer hij weglaat, hoe meer hij zegt.
VOOR DE Nederlander die zichzelf graag bekijkt door de ogen van een ander, een buitenstaander, heeft De reis van de lege flessen nog een toegevoegde waarde. De gewoonten en gebruiken van de Lage Landen komen stuk voor stuk aan bod: de vrije seksuele moraal, vreemde samenlevingsverbanden, jonge en oude jenever, crematies, slecht weer, raar eten, chagrijnige humeuren, ex-vrouwen enzovoort. Abdolah legt ze allemaal onder een vergrootglas, en weet ze, zonder ze belachelijk te willen maken, op een buitengewoon grappige manier te laten zien. Dat kan hij doordat hij (of zijn verteller) een buitenstaander is, een balling, een vluchteling met te veel verhalen in zijn hoofd, een eeuwig reizende tussen twee werelden. En de grote kracht van De reis van de lege flessen is dat de auteur niet in eerste instantie op zoek is naar de verschillen tussen twee werelden, twee naturen, maar vooral naar de overeenkomsten. René en Bolfazl, Nederland en Iran, heden en verleden hebben meer gemeen dan op het eerste gezicht lijkt. Hoe er een band tussen hen ontstaat wordt meesterlijk verteld. Niet zwaar op de hand en serieus, maar in een lichte toonzetting en met een droge, verfijnde humor.