Land van loze beloftes

Waterleiding en elektriciteit werd hun beloofd, maar in plaats daarvan kwamen er houtkappers en goudzoekers. En af en toe een campagnevoerende politicus met overbodige cadeaus. Dus sloten de bosnegers en de Indianen uit de Surinaamse binnenlanden zich aan een voor de verkiezingen van 23 mei.
‘DE MENSEN HIER liggen op de grond. Ze kunnen niet meer dieper vallen. Ze kunnen alleen nog maar opstaan.’ Het is pauze op de lagere school van de Evangelische Broederschap in Brownsweg, een bosnegerdorp in het district Brokopondo. Buiten spelen de kinderen, binnen vertelt hoofdonderwijzer Herman alsof zijn leven ervan afhangt.

‘Ik praat meestal niet veel, maar wel als ik daartoe word geprikkeld. U gaat dit toch melden in Nederland? Daar wordt nog met ons meegeleefd. Maar hier, hier krijgen we niets. Want weet u, dit is geen Suriname. Suriname, dat is Nickerie, dat is Paramaribo, dat is Moengo. Maar hier zijn we in een ander land.’
Brownsweg is een verzamelnaam voor zeven Saramaccaanse dorpen aan de noordwestelijke oever van Brokopondo, het centrale stuwmeer van Suriname. Hier, op ruim honderd kilometer ten zuiden van de hoofdstad, wonen 20.000 bosnegers in modelwoningen; tientallen houten huisjes met een golfplaten dak, keurig naast elkaar opgesteld in lange, rechte straten.
Het ontstaan van Brownsweg was een direct gevolg van de vooruitgang in Suriname. Begin jaren zestig werd een dam gebouwd in de Surinamerivier, waarmee energie werd opgewekt voor de bauxietindustrie van Paranam en de bewoners van de hoofdstad. Daarvoor zou een gebied ter grootte van de provincie Utrecht onder water komen te staan. De lokale bosnegerbevolking moest verhuizen: een deel van hen ging verder zuidelijk, langs de bovenloop van de Suriname wonen, de rest vertrok naar de modeldorpen aan de noordzijde van het stuwmeer. Daar zouden ze in luxe, met licht en stromend water, kunnen leven.
Maar dertig jaar later laat deze luxe nog steeds op zich wachten. De waterleiding is zes dagen per week stuk en er brandt ’s avonds alleen licht als er genoeg brandstof is voor de generator. 'Steeds komen de politieke partijen weer de zaken beloven die al in 1958 waren toegezegd’, vertelt Herman met een cynisch lachje. 'Iedere keer komen ze uit Paramaribo en zeggen ze dat het nu gaat komen. We zouden de hele dag stromend water en elektra hebben, maar we wachten er nog steeds op. Ze zijn in dit land erg goed in het doen van beloftes.’
En hij beschrijft hoe de grote politieke partijen voor iedere verkiezing opnieuw naar het binnenland trekken met typische stadsprodukten als rollen toiletpapier of maandverband. 'Maar daar hebben de mensen niets aan, toch?’
De partij die aan de macht is, neemt meestal de aardigste presentjes mee. President Venetiaan, op campagne voor zijn NPS (Nationale Partij Suriname), bracht dit jaar al 72 buitenboordmotoren mee voor de granmans, kapiteins en commandanten, de leiders van de bosnegers en de Indianen. De spullen werden betaald met Nederlands ontwikkelingsgeld. 'Venetiaan zit dicht bij de pot’, zegt Herman, 'maar die cadeautjes zullen niet helpen. Brownsweg was traditioneel altijd een NPS-gebied, maar er is hier een omslag gaande. De mensen durven het hier nog niet hardop te zeggen, maar velen van hen gaan stemmen op de DUS. Ze beseffen dat het nu of nooit is, willen ze dat er nog iets verandert.’
IN AUGUSTUS VORIG jaar vond in het dorp Asidonopo, aan de bovenloop van de Surinamerivier, een gebeurtenis plaats die de bestuurders in Paramaribo grote schrik aanjoeg: een gran kroetoe (grote vergadering) van negen binnenlandse leiders. Op instigatie van verschillende inheemse, mensenrechten- en milieu-organisaties kwamen vier granmans (bosnegerleiders) en vijf Indiaanse kapiteins bijeen om een gemeenschappelijk front te vormen.
'De kroetoe was niet alleen ingegeven door de verwaarlozing van het binnenland door de regering, maar ook door de groeiende bezorgdheid over de gevolgen van de houtkap en goudwinning’, vertelt Nardo Aluman van de Organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS), een van de initiatiefnemers tot de kroetoe. 'De regering stond op het punt concessies aan buitenlandse bedrijven flink uit te breiden. Aziatische houtbedrijven als Musa en Berjaya wilden 3,5 miljoen hectare bos gaan kappen, en de lokale goudzoekers werden steeds meer gedupeerd door de komst van grote Braziliaanse en Canadese ondernemingen. Wij vonden dat het hoog tijd werd om de grondrechten van de binnenlanders juridisch vast te leggen. Daarom moesten de krachten worden gebundeld.’
De kroetoe vormde een unicum in de binnenlandse politieke verhoudingen. Tijdens de binnenlandse oorlog tussen Brunswijk en Bouterse aan het einde van de jaren tachtig stonden de Indianen en bosnegers nog zeer vijandig tegenover elkaar en heerste er ook onderling sterke verdeeldheid. Maar plotseling werden de gevestigde Surinaamse partijen, die gewend waren de stemmen in het binnenland te kopen, nu geconfronteerd met een binnenlands front.
Volgens Aluman was de kroetoe niet bedoeld om een politieke partij te vormen. Wel waren de leiders bereid hun voorkeur uit te spreken voor een partij. En die partij was de DUS, oftewel de Democratische Unie Suriname, een samenraapsel van binnenlandse leiders en politici afkomstig uit verschillende kleine partijen.
'De DUS beriep zich erop dat ze was opgericht op voordracht van de kroetoe-leiders. Maar dat was niet correct. De DUS-leiders waren wel aanwezig bij de gran kroetoe, maar de aanwezige granmans en kapiteins waren niet van plan zich direct met een politieke partij te verbinden. Wel zag het er naar uit dat ze hun achterban zouden adviseren om op de DUS te stemmen. De partij leek integer en wekte de indruk in staat te zijn de eenheid van de binnenlanders versterken. Maar daar is weinig meer van over.’
ACHT MAANDEN later lijken de idealen van de gran kroetoe in Asidonhopo een droom uit een ver verleden. De DUS is opgeheven en het binnenlandse verbond is uiteengevallen; de leiders van de andere binnenlandse groeperingen hebben zich aangesloten bij DA'91 of de NDP van Bouterse.
'Ik ben zeer teleurgesteld’, zucht Aluman. 'Het zal niet gaan lukken om het binnenland op 23 mei als een geheel te laten stemmen. Het is moeilijk een oorzaak aan te wijzen, maar waarschijnlijk is men het slachtoffer geworden van manipulaties door de grote partijen en het bedrijfsleven.’
Met dit laatste doelt Aluman op de roemloze ondergang van de DUS in februari van dit jaar. Vriend en vijand waren compleet verrast toen op 13 februari de twee voormannen van de DUS, Dieko en Karwafodi, de regering ertoe aanspoorden de conceptovereenkomst met de Maleise onderneming Berjaya zo snel mogelijk doorgang te laten vinden. De beslissing over de overeenkomst, een concessie om een miljoen hectare bos te kappen, was door de regering Venetiaan uitgesteld tot na de verkiezingen wegens de vele protesten van onder andere… de DUS.
De verklaring van de twee bestuurders, die totaal indruiste tegen het houtkapbeleid van de eigen partij, was bijna te lachwekkend om waar te zijn. Het Surinaamse dagblad De Ware Tijd schreef in een commentaar smalend over de 'onthutsende naïviteit’ van de twee voormannen, want de twee hadden 'gehandeld zonder overleg met de overige bestuursleden’. Hieruit bleek duidelijk, aldus De Ware Tijd, 'hoe onwetend en rommelig het kan toegaan in nieuwe partijen die nog niet beproefd zijn en waarvan de aanhang nog moet blijken’.
Dieko en Karwafodi wrongen zich daarna publiekelijk nog in allerlei bochten, die de blamage uiteindelijk alleen maar erger maakten. Zo stelden ze dat de directeur van Berjaya, Mungra, de brief met de handtekeningen van de twee had vervalst. Maar de heren gaven wel toe met een medewerker van Berjaya te hebben gesproken, waarbij ze 'op persoonlijke titel hun mening hadden gegeven over de ontwikkelingen in het binnenland’.
De OIS sprak in een open brief nog zijn grote verbazing uit over de gang van zaken bij de DUS, maar het was al te laat. De twee voormannen tilden kennelijk niet al te zwaar aan het regelen van de grondrechten voor de binnenlanders voordat er concessies worden verstrekt, maar des te meer aan hun eigen ideeën. De partij die de binnenlanders op de politieke kaart had moeten zetten, liep daarmee een fatale klap op. De initiatiefnemers van de kroetoe, de granmans en kapiteins verloren het vertrouwen in de partijleiding, en daarmee ook het idee van een binnenlandse eenheidspartij.
Inmiddels zijn Dieko en Karwafodi van het toneel verdwenen en is de DUS opgegaan in de ABOP, de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij, die wordt beheerst door Ronnie Brunswijk. De voormalige rebel heeft net als zijn oude tegenstander, Desi Bouterse, in de binnenlandse oorlog zijn fortuin gemaakt met de handel in hout, goud en andere lucratieve zaken. De ABOP profileert zich nog wel als 'de partij van het binnenland’, maar met een man als Brunswijk in de top lijkt het niet waarschijnlijk dat de houtkap aan banden wordt gelegd of dat er op korte termijn grondrechten worden geregeld. Brunswijk en Venetiaan geven bovendien al wekenlang aan na de verkiezingen samen te willen werken teneinde de NDP van Bouterse, die volgens de peilingen dertig procent van de stemmen zal behalen, van de macht af te houden. De Nieuw-Frontregering gaat vrijwel zeker zijn meerderheid verliezen en heeft partners als Brunswijk dus hard nodig.
Brunswijk heeft inmiddels ook de neokoloniale gewoonte van het cadeautjes uitdelen van de gevestigde partijen overgenomen. Alleen deelt hij op zijn toernee in het binnenland in plaats van buitenboordmotoren of toiletpapier bankbiljetten uit. Daarmee treedt hij, als bosnegerleider, in de voetsporen van zijn stadse collega’s. Het binnenland kun je maar beter dom houden.