Land van melk, honing en nasi goreng

Een paar jaar geleden viel het op dat er wel heel veel jonge, talentvolle, Vlaamse stripauteurs opdoken. Door slimme cultuurpolitiek en duidelijke keuzes werd het beeldverhaal actief ondersteund en dat leverde snel veel moois op.

Medium allerlaatste tijger

Die trend gaat gewoon door, want regelmatig verschijnen er sterke debuten, zoals De allerlaatste tijger van Michaël Olbrechts. Wie het boek openslaat zal verrast zijn dat dit een debuut is. Sterker nog, het is het afstudeerproject van de 26-jarige Olbrechts voor de inmiddels beroemde stripafdeling van Sint-Lukas Brussel. Olbrechts studeerde voor die opleiding geschiedenis en dat is goed te merken aan de verzorgde research voor dit verhaal over voormalig Nederlands-Indië. Het is een semi-autobiografisch verhaal over de bijna honderdjarige overgrootmoeder van de auteur.

Als dochter van een Nederlandse vader en Indonesische moeder werd Anneke Kloppenberg in 1898 geboren op Java, dat ze in haar herinneringen ‘Het Paradijs’ of ‘Land van melk, honing en nasi goreng’ noemde. Olbrechts vertelt de verdrietige geschiedenis van ‘omaatje’ en die van haar broers en zussen (een gezin van tien) nauwgezet en waarheidsgetrouw, maar geeft toe dat hij ook wat dingen erbij heeft verzonnen.

De allerlaatste tijger begint in 1996; een Belgisch gezin laadt vier kinderen in de Volvo om omaatje te bezoeken in het verre Sonsbeek. Een van die vier kinderen die op de achterbank zit gepropt is de auteur. Om de tijd tijdens de lange reis (twee uur!) te doden, vertelt Olbrechts vader wat hij weet over omaatje en de ‘roots’ van hun familie. Als hij tenminste niet wordt onderbroken door zijn vrouw, die hem de hele reis belachelijk probeert te maken.

Het trieste verhaal van de Kloppenburgs is dat van veel Nederlanders die in Indonesië zijn opgegroeid

Dat Indonesië in de herinneringen een kinderparadijs was, valt te begrijpen. De familie bewoonde een villa waar bedienden voor alles zorgden. Vanuit de achterdeur stapten ze zo in de jungle, ‘hun eigen universum!’ Als ze op avontuur gingen, kwamen ze snel bij een meer compleet met waterval waarin ze de hitte konden wegplonzen. Anneke’s moeder is Javaanse en wordt beroemd met haar kruidensmeersels. Van heinde en verre komen mensen haar om raad vragen. Dat valt niet goed op de club waar pa Kloppenburg met de Nederlanders rondhangt. Ze maken hem belachelijk en noemen hem een schertsfiguur.

Albert Kloppenburg neemt zijn gezin mee naar het koude Nederland. Op school worden de kinderen gepest (‘parkieten in de kippenren’) en hebben het moeilijk. Nog erger wordt het als de oogontsteking van de twaalfjarige Anneke geopereerd moet worden en ze een glazen oog krijgt. Een paar kinderen blijven in Nederland achter, maar Anneke gaat mee terug naar Indonesië. De jungle is zonder haar broers en zussen een ‘leeg universum’ en de zorgeloze jeugd is afgelopen.

Medium p14

Om te kijken of de kinderen op de achterbank nog wel luisteren, verzint pa opeens een tijger die door de bosjes kijkt. ‘Een tijger?!’ Ja, ze zijn nog wakker. Anneke’s leven is na het bezoek aan Nederland een aaneenschakeling van trieste momenten. In Nederland kan ze niet aarden en Indonesië verandert zo snel dat dat ook niet meer haar thuis is. Na de bezetting door de ‘Jappen’ volgen de revolutie en de politionele acties. Het wordt er allemaal niet leuker op als dan de villa ook nog in vlammen opgaat.

Het trieste verhaal van de Kloppenburgs is dat van veel Nederlanders die in Indonesië zijn opgegroeid (Indo-Europeanen). Ze beleefden een bijzondere jeugd in een land dat niet meer bestaat en dat ze niet meer kunnen bezoeken. Dus moeten ze zich aanpassen aan het kille Nederland, waar ze niet echt thuis horen. Michaël Olbrechts koos voor dit afstudeer-debuut-verhaal voor een lastig onderwerp. Een historisch verhaal waarvoor veel research nodig is, is moeilijker dan pure fictie. Bovendien is het niet makkelijk om een aaneenschakeling van feiten goed leesbaar te houden. Hij gebruikt verschillende verteltechnieken, waardoor het geen en-toen-en-toen-verhaal wordt. Het tekenwerk is realistisch en een beetje slordig ingekleurd met penseel. Olbrechts noemt in een interview de illustrator Quentin Blake (bekend van de boeken van Roald Dahl) als inspiratie en dat zie je inderdaad terug.

De allerlaatste tijger is een verrassend goed debuut van weer een Belgische belofte. Opmerkelijk ook dat hij de Nederlandse geschiedenis in duikt en niet de Belgische.


Michaël Olbrechts - De allerlaatste tijger. Oogachtend, 88 blz., € 19,-

Beeld: Dat Indonesië in de herinneringen een kinderparadijs was valt te begrijpen (Michaël Olbrechts/Oogachtend).