Recep Tayyip Erdogan, de hoogste discipel

Land zonder raki, rook en rede

Tijdens zijn opkomst als leider van Turkije leek Tayyip Erdogan zich te hebben ontdaan van zijn islamistisch radicalisme. Het bleek tactiek. Via steile opvoeding en vroom onderwijs wil de president van Turkije een streng islamitisch land maken. Met shopping malls.

Medium turkije2

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan was een enthousiaste leerling van de imam-hatipschool, het religieuze lager en middelbaar beroepsonderwijs. De leerlingen worden er opgeleid tot imam, voorganger in het gebed, en tot hatip, de man die op vrijdag de preek voorleest. Slechts een klein deel van de leerlingen kiest later voor deze beroepen; voor de meerderheid betekent de imam-hatipschool het verwerven van grondige kennis van de islam en het zich eigen maken van vroom, islamitisch gedrag. De vier kinderen van Tayyip Erdogan zaten op imam-hatipscholen en de president zou het liefst alle Turkse kinderen naar dit schooltype sturen. En als dat praktisch niet mogelijk is, zou hij op de rest van de Turkse basis- en middelbare scholen een rigoureus islamitisch leerplan willen invoeren.

In september van dit jaar gaan meer dan een miljoen Turkse jongens en meisjes naar de imam-hatipschool. Daar kunnen ze terecht vanaf wat bij ons groep zeven van de basisschool is: op tienjarige leeftijd. De meisjes gehoofddoekt, in lange rokken, en ook in de zomer in witte maillots. Het onderwijs is er gescheiden. Jongens en meisjes leren elkaar niet aan te kijken maar de ogen zedig op de grond te richten. Hier worden de ‘nieuwe religieuze generaties’ gekweekt over wie Erdogan het in zijn toespraken heeft. Vrome, gehoorzame jonge mensen voor wie de profeet Mohammed en de eerste kaliefen de hoogste voorbeelden zijn en die voor Recep Tayyip Erdogan gaan stemmen.

Voor Erdogan staat de imam-hatipschool aan de basis van de ideale Turkse islamitische samenleving: iedereen naar de imam-hatipschool, gevolgd door vorming in de islamitische mttb, Milli Türk Talebe Birligi, de Nationale Turkse Studenten Bond. Vervolgens verdieping van het geloof aan de voeten van een soefi-meester, het liefst van de Naksjibandi Orde, en actieve inzet voor Erdogans partij akp. Op die manier ontstaat vanzelf een islamitische maatschappij waarin de ene buurman de andere kan aanspreken op het gedrag van bijvoorbeeld diens niet gehoofddoekte vrouw en dochters, op het niet bidden van diens zoon, het niet vasten tijdens ramadan, en op het roken en raki drinken.

Dit islamiseringsproces zal gewoon doorgaan, ondanks de klappen die Erdogan heeft opgelopen tijdens de parlementsverkiezingen van 7 juni. Het is als een veenbrand: sociale druk is niet aan de oppervlakte zichtbaar, het verspreidt zich van de ene wijk naar de andere. Stok, zweep, wetten zijn er niet voor nodig: het plant zich ongemerkt voort.

Zelf gaf Erdogan onlangs het voorbeeld van hoe je dat in de praktijk aanpakt. Tijdens een bezoek aan een Istanbulse volkswijk, die ingeklemd ligt tussen industriegebieden, zag de president een man in een café een sigaret roken. Zijn bodyguards werden op de man af gestuurd maar die rookte rustig verder. Woedend schreeuwde het Turkse staatshoofd: ‘Heb je geen manieren! Kijk, hij rookt gewoon door ook al heeft de president hem gezegd dat hij ermee op moet houden.’ (Erdogan spreekt over zichzelf in de derde persoon enkelvoud of in de pluralis majestatis.) Hij bleef maar doorschreeuwen: ‘Het is verboden om binnen te roken. Hij rookt gewoon door. Schaamt hij zich niet?’

De vraag of president Erdogan tijdens zijn ambtsperiode – hij hoopt twee termijnen vol te maken – de islamitische republiek zal uitroepen doet er in feite niet meer toe. Met grondig in de islam opgevoede en geschoolde generaties en met sociale druk komt die republiek er vanzelf. De eerste op die manier gevormde generatie heeft nu de touwtjes in handen in Turkije: de generatie van Recep Tayyip Erdogan, geboren in de jaren vijftig. De meeste politieke broeders hebben hetzelfde traject doorlopen, van imam-hatipschool, de islamitische studentenbond, naar actieve inzet voor de politieke islam en lid van de Naksjibandi Orde.

Op de imam-hatipscholen worden dezelfde vakken gegeven als op de reguliere basis- en middelbare scholen: wis-, natuur- en scheikunde, geschiedenis, Turkse taal en literatuur, aardrijkskunde en economie. Samen vormen ze zestig procent van de lessen; de overige veertig procent wordt besteed aan het uit het hoofd leren van (delen) van de koran, aan koranexegese, islamitische jurisprudentie, theologie en geschiedenis. En Arabisch, maar dan wel een Arabisch om de koran te kunnen lezen, niet voor dagelijks gebruik, om bijvoorbeeld contact te leggen met de massa Arabische toeristen die Istanbul bezoeken of de twee miljoen Syrische vluchtelingen in het land. Creationisme, het geloof dat God aarde en universum heeft geschapen, is een belangrijk onderdeel van de biologielessen.

Daarnaast zijn er lessen over de profeet Mohammed en de eerste kaliefen: hun leven, uitspraken, gewoontes en persoonlijke hygiëne. De eindexamenklas besteedt zestien uur per week aan religieuze lessen. Spreken in het openbaar is een apart vak op de imam-hatipschool; een goede training voor politieke activisten. Het geheugen van de imam-hatipliler is uitstekend getraind, ze kunnen grote delen van de koran uit het hoofd opzeggen, evenals gedichten, en ze hebben data en formules paraat. President Erdogan schudt tijdens zijn openbare optredens lange gedichten uit zijn mouw zonder één keer te haperen. Dat heeft hij op de imam-hatipschool geleerd.

Özdemir Ince, columnist van de anti-akp-krant Cumhuriyet, schreef: ‘Imam-hatipscholen zijn broedplaatsen van Erdogan-klonen. De akp kweekt robotten die niet zelf kunnen nadenken: fanatieke en ouderwetse robotten.’ De lessen op de imam-hatipscholen noemt Ince ‘hokus pokus’ en ‘opium’. ‘Leerlingen wordt een wereldbeeld bijgebracht dat gebaseerd is op geloof, niet op de rede.’

Zelf vinden de imam-hatipliler dat hun gedrag zowel binnen- als buitenshuis onberispelijk en in overeenstemming met de koran en de profeet moet zijn. Mohammed en de eerste kaliefen staan model voor hun leven. Voor de meisjes zijn die kaliefen toetsstenen waaraan hun toekomstige echtgenoten moeten voldoen. Voor hen geen zanger, sporter, wetenschapper of filmster als ideale man maar een recht geleide kalief. Meisjes roemen kalief Osman vanwege zijn beminnelijkheid, anderen zien graag dat hun toekomstige man meer op Ali zal lijken, omdat die dapperder was. Weer anderen hebben het liefst een man als Abubakr, vanwege zijn loyaliteit aan de profeet en omdat zij de voorkeur geven aan trouw boven dapperheid of beminnelijkheid. Zelf leggen de (afgestudeerde) imam-hatipliler geen contact met iemand van de andere sekse die hun aanstaat. Dat laten ze over aan hun broers of ouders.

Vrouwen kunnen in de Turkse islam geen prediker of imam worden, maar toch is het aantal meisjesleerlingen aan de imam-hatipscholen groter dan het aantal jongens: bijna 75 procent van de religieuze scholieren is meisje. Ouders zien de imam-hatip-opleiding als een veilige plaats voor hun dochters, een school waar ze niet worden blootgesteld aan westerse waarden, maar waar ze godvrezendheid en volgzaamheid leren. Meisjes (en jongens) leren er bovendien actief op te komen voor de islamitische politiek. Zij komen naar de massabijeenkomsten van de akp en zorgen ervoor dat in hun naaste omgeving op de partij van Erdogan wordt gestemd.

‘Imam-hatipscholen zijn broedplaatsen van Erdogan-klonen. De AKP kweekt robots die niet zelf kunnen nadenken’

De leerlingen van de imam-hatipscholen kunnen doorstromen naar de universiteit. Tayyip Erdogan is er een voorbeeld van: na de imam-hatipschool in de Istanbulse wijk Kasimpasja waar hij opgroeide, studeerde de president accountancy aan de Marmara Universiteit. De eerder geciteerde columnist van Cumhuriyet schreef over de oud-leerlingen van de religieuze scholen: ‘Je hebt nu artsen, rechters, advocaten, leraren, provinciegouverneurs, politie en militaire officieren die imam zijn.’ Velen gaan werken in het bedrijf van hun familie, anderen worden ambtenaar op het ministerie van Religieuze Zaken, van Binnenlandse Zaken, Onderwijs en van Justitie. Op steeds meer sleutelposten zitten voormalige imam-hatipliler.

‘Erdogan gebruikt de imam-hatipscholen om alle beroepen te islamiseren’, aldus columnist Özdemir Ince. De president diende hem van repliek met: ‘Ze noemden ons lijkenwassers en boertjes. Ze zeiden dat wij nooit artsen of gouverneurs of advocaten zouden kunnen worden. Ze zeiden dat we niet eens wijkhoofd konden worden. Maar dankzij Allah hadden wij vertrouwen in onze natie en in ons land.’ En nu is er een imam-hatipli-president van Turkije.

Onder dertien jaar akp-bewind hebben de imam-hatipscholen de wind in de rug gekregen. Het aantal nieuwe religieuze scholen is met 73 procent gestegen, het aantal middelbare scholen waar exacte en technische vakken centraal staan met slechts 23 procent. Op dit moment hebben imam-hatipliler een grotere kans op een vaste baan dan die van andere scholen. Toen hij in de jaren negentig burgemeester was van Istanbul zei Erdogan over het aannemen van medewerkers en personeel: ‘Als ik een geschikte kandidaat zoek, geef ik altijd de voorkeur aan een imam-hatipli. Want ik weet dat als je resultaten wilt boeken je eerlijke en uitstekend opgeleide mensen nodig hebt.’

Maar op den duur zal het voortrekken van leerlingen van de religieuze scholen Turkije afremmen. Het utopische ideaal van Erdogan om van Turkije een van de tien grootste economieën van de wereld te maken en een beslissende wereldmacht kan niet verwezenlijkt worden met een bevolking die voornamelijk met godsdienst bezig is. De Turkse economie kan alleen groeien als het hoogwaardige industriële producten gaat maken. Daarvoor worden Turkse jongeren niet opgeleid. Turkije produceert wel auto’s, vliegtuigen en schepen, maar dat is voornamelijk assemblage, geen Turkse uitvinding. Waardevolle en technisch hoogstaande producten vormen slechts twee procent van de Turkse export.

De enorme groei van de economie onder het bewind van Erdogan is een gevolg van de hausse in de bouw: honderdduizenden appartementen, kantoren en shopping malls, villawijken en niet te vergeten het 650 miljoen dollar kostende, ruim duizend kamers omvattende paleis van Erdogan in Ankara, de derde brug over de Bosporus en het derde internationale vliegveld bij Istanbul. Aannemers zijn wel gevaren bij het bewind van Tayyip Erdogan. Ze zijn miljardair geworden en geven gul aan de partij. De akp wordt dan ook wel Partij van de Aannemers genoemd. Een deel van de nieuwbouw staat leeg.

In hun studententijd worden de meeste leerlingen van imam-hatipscholen lid van de mttb, de Nationale Turkse Studenten Bond. De mttb is een grote vijver voor de akp om in te vissen. De bond is voor de vestiging van een islamitische republiek en het doel is om jongeren, de toekomstige generatie leiders, net als op de religieuze scholen te kneden in de islamitische waarden. Voor Recep Tayyip Erdogan was de bond een logisch verlengstuk van het religieuze onderwijs dat hij genoot op de imam-hatipschool. In interviews mag de president graag vertellen over de invloed van de mttb op zijn politieke carrière. Hij was al snel een leider in de organisatie. Mannen die een belangrijke rol spelen in de akp en de islamitische regeringen van deze eeuw kennen hem uit die tijd. Hij leerde er bijvoorbeeld Abdullah Gül kennen, medeoprichter van de akp, minister van Buitenlandse Zaken en president van Turkije vóór Erdogan. Kadir Topbas, de huidige burgemeester van Istanbul, komt ook voort uit de mttb.

‘Als gevolg van het verwestersen van de Turkse maatschappij heeft een deel van de jeugd de abnormale en materialistische westerse ideologie omarmd’, hield de toenmalige voorzitter van de bond de jonge Erdogan, Gül en Topbas voor. De mttb streeft ernaar, verklaarde deze voorzitter in de jaren zeventig, ‘dat alle islamitische studenten in de bond verenigd worden en samen vechten tegen ongeloof, dat zij het prediken van de islam stimuleren en de slachtoffers van het materialistisch onderwijs redden.’ Hij waarschuwde ‘westerse beloftes niet te geloven’. En ging de mttb’ers voor in het scanderen: ‘De islam is de enige weg. De moedjahedien komen eraan. Wij zijn de gelovigen en wij zijn sterk. Er is alleen redding mogelijk door de islam.’

De mttb is een van de grotere studentenorganisaties van Turkije en mobiliseert zijn leden om voor Erdogan te stemmen. Internet is het slagveld waar ze afrekenen met critici van de president. De bond toont zich soms militanter dan de akp. Op haar site roept zij de regering op de Oekraïense feministische groep Femen tot terreurorganisatie te verklaren. De reden: de vrouwen hadden met hun blote lijf de zwarte vlag van IS besmeurd en in brand gestoken. En dat is een belediging van de islam. Op de vlag staat namelijk de islamitische geloofsbelijdenis en die mag bevlekt, gescheurd, vertrapt noch verbrand worden. Over de terreur die IS uitoefent, ook onder moslims, zegt de mttb niets.

De mttb zit achter de beweging die inmiddels honderdduizenden handtekeningen heeft verzameld om de Haghia Sophia in Istanbul opnieuw in gebruik te nemen als moskee. De basiliek, gebouwd door de Byzantijnen, deed negen eeuwen dienst als hoge tempel van de christelijke orthodoxie. Een van de eerste daden van sultan Mehmet II, toen hij eind mei 1453 Constantinopel veroverde, was de Haghia Sophia veranderen in een moskee. In 1937 verordonneerde Mustafa Kemal Atatürk dat er geen christelijke en geen islamitische diensten gehouden mochten worden. De Haghia Sophia werd een museum. Nadrukkelijk spreekt de studentenbond in de Turkse spelling van de ‘Ayasofia-moskee’, ‘die het verdient om heropend te worden voor het gebed van moslims. Het is de plicht van de studentenbond aan sultan Mehmet de Veroveraar en aan onze Profeet die ons heeft bevolen de Ayasofia van een kerk in een moskee te veranderen.’ (Volgens de overlevering zou Mohammed tegen zijn volgelingen hebben gezegd: ‘Waarlijk, jullie zullen Constantinopel veroveren.’)

‘De moedjahedien komen eraan. Wij zijn de gelovigen, wij zijn sterk. Er is alleen redding mogelijk door de islam’

In Erdogans jonge jaren ging zijn activisme voor de mttb gelijk op met dat voor de Akincilar, de Krijgers. Voluit heet deze beweging Islami Büyükdogu Akincilar Cephesi, Front van de Krijgers van het Islamitisch Groot Oosten, opgericht in 1970 toen Tayyip Erdogan zestien jaar was. Oorspronkelijk was Akincilar de naam van een bereden korps uit het Ottomaanse leger dat bestond uit verkenners en provocateurs. De nieuwe Akincilar, die van de twintigste eeuw, verspreidden het absolutistische gedachtegoed van de dichter Necip Fazil Kisakürek dat veel weg heeft van een islamitisch fascisme (zie De Groene van 28 mei).

In Erdogans tijd bij de Akincilar vonden de krijgers dat democratie en andere westerse politieke systemen moesten worden afgeschaft omdat ze door mensen in het leven waren geroepen. Deze systemen hadden ongeloof en veelgodendom tot gevolg, beweerden zij. Later herinnerde een voormalige Akincilar zich: ‘Ons doel was de islam over alle facetten van het leven te laten domineren. Het was onze ambitie om alle regels en voorschriften die niet in overeenstemming zijn met de islam te veranderen.’

Medium turkije1

De krijgers riepen op hun bijeenkomsten, waar ook Tayyip Erdogan bij aanwezig was: ‘De goddeloze staat zal instorten, de islamitische staat komt eraan! Islam is de sharia, de koran is de grondwet!’ De Akincilar zijn in de loop der jaren verder geradicaliseerd en gingen over tot geweld: bomaanslagen op bars en discotheken. Erdogan was toen al geen lid meer. De man die de oprichtingsakte tekende, zit een levenslange gevangenisstraf uit. De groep staat op de internationale lijst van terroristische organisaties en is ook te vinden op de website van de Nederlandse Nationale Coördinator Terrorismebestrijding.

Recep Tayyip Erdogan sloot zich bij de Krijgers van het Groot Oosten aan toen hij naar de universiteit ging. Dankzij zijn leiderskwaliteiten, zijn doelgerichtheid, charisma en harde werken werd hij meteen districts- en regioleider. In die hoedanigheid, en soms als mttb-activist, reisde hij samen met de dichter en ideoloog van een islamitisch fascisme Necip Fazil het land door. Van boekhoudkundige tabellen bestuderen kwam niet veel: Erdogans toekomst lag in de islamitische politiek. Vrienden en collega’s uit die tijd herinneren hem zich als ‘de ware leider van de islamitische jeugd’. Erdogan, de Akincilar en de broeders uit de studentenbond spraken militante taal, dezelfde die ook Necip Fazil bezigde. De toenmalige staat was ongodsdienstig en diende, zei Tayyip Erdogan in die tijd, ‘vernietigd te worden’ en ervoor in de plaats zou een islamitisch regime komen.

De afgelopen jaren, vooral sinds de Gezi-demonstraties, waarin Erdogan zich een islamitische bullebak heeft getoond, is de vraag gerezen of hij geradicaliseerd is. Nee: hij is altijd militant islamist geweest. Alleen heeft hij in de eerste jaren van de akp (opgericht in 2001) gedaan of hij zijn radicalisme achter zich had gelaten en voor een bestel was waar plaats is voor alle gezindten, waar iedereen zijn eigen leven mag inrichten, niemand een islamitische levenswijze zal worden opgedrongen en de staat seculier zal blijven. Het was slechts een tactiek om anderen ervan te overtuigen dat hij en zijn partij de juiste mannen waren om Turkije te leiden. Erdogan heeft zijn ware aard weer laten zien, die van de strijdvaardige islamist die hij sinds zijn middelbare schooltijd is geweest, een identiteit die hij gedurende tien jaar had toegedekt.

Zelfs toen Tayyip Erdogan op zoek ging naar spirituele verdieping van zijn geloof kwam hij terecht bij een soefi-broederschap die nadruk legde op de islamitische politiek en op het uithollen van de seculiere, kemalistische staat. Als tiener al was hij volgeling van een beroemde Naksjibandi-sjeik, die in de Iskenderpasja Loge in Istanbul zetelde.

De Iskenderpasja is een buitengewoon belangrijke loge voor het ontstaan en de groei van Turkse islamitische partijen. De jonge Erdogan trad er in het voetspoor van de door hem bewonderde politicus Necmettin Erbakan, tot 2001 het boegbeeld van de Turkse politieke islam. De grote murshid, spirituele gids, van de Iskenderpasja Loge was Mehmet Zahid Kotku, de sjeik die Erbakan en Erdogan aanmoedigde de politiek in te gaan. Kotku werd na zijn dood opgevolgd door zijn schoonzoon; tegenwoordig is de kleinzoon de murshid van de loge.

De Naksjibandi zijn geen zachtaardige, onaardse, ascetische geesten. Uit hun orde zal nooit een formidabele soefi-dj als Mercan Dede voortkomen, die een paar weken geleden met zijn geweldige muziek Paradiso bespeelde. In de Iskenderpasja Loge ook geen vrouwelijke derwisj die op de muziek van Mercan met een fascinerende elegantie en souplesse het Paradiso-publiek hypnotiseerde.

De Naksjibandi zijn een oude islamitische soefi-orde. In de veertiende eeuw vestigden Naksjibandi-sjeiks uit Samarkand en Buchara, in het huidige Oezbekistan, zich in Istanbul. Van daaruit verspreidde het naksjibandisme zich over het Ottomaanse Rijk. In Irak, onder Koerden en Arabieren, speelt het in het dagelijks leven en in de politiek een grote rol. De Barzani’s, de familie die over Iraaks Koerdistan heerst, zijn Naksjibandi. Onder de naam Het Leger van de Mannen van de Naksjibandi Orde hebben vroegere aanhangers van Saddam Hoessein zich aangesloten bij Islamitische Staat in Irak en de Levant. In de Turkse Republiek bepaalt de Iskenderpasja Loge van de Naksjibandi in de wijk Fatih aan de Europese kant van Istanbul sinds 1970 de islamitische politiek: met Necmettin Erbakan en zijn Milli Görüs Beweging, met Turgut Özal als premier en later president, en sinds 2002 met Tayyip Erdogan als leider van het land.

Hoe het in de loge van Mehmed Zahid Kotku toeging heeft Korkut Özal, broer van de premier en latere president Turgut Özal en eveneens discipel van Kotku, beschreven in een lang artikel, gepubliceerd door het Zweedse Instituut in Istanbul. De broers Özal waren net als de jonge Erdogan op zoek naar ‘verlichting, naar de zin van het leven en naar het perfectioneren van de ziel’. Ze kwamen allemaal terecht bij de charismatische Kotku. Deze was zo verheven, beschikte over zoveel ‘zegeningen’, dat zijn aanhangers hem altijd probeerden aan te raken om vervolgens met hun hand over hun mond en hart te strijken: op die manier hoopten ze de spirituele kracht en wijsheid van de murshid naar hun ziel over te brengen.

Een mens heeft voortdurend leiding nodig, stelt Kotku, om de dogma’s van de islam toe te passen op zijn eigen leven. Hij kan dat niet zonder leraar of gids zelf uit de koran halen. Waarlijk en gewaarborgd welslagen in de zware beproevingen van het wereldse leven kan alleen met een spirituele gids, en als je er een hebt gevonden mag je hem niet meer loslaten. Dat had de sjeik aan Özal gezegd, en dat zal hij ook tegen de jonge Tayyip hebben gezegd.

De discipelen komen na het avondgebed, of na de preek op zondagmiddag, wanneer iedereen vrij heeft, bijeen in de loge waar de sjeik een praatje houdt over een bepaald vers uit de koran of vragen beantwoordt over kwesties die het leven van een discipel kwellen. Dat kan uiteenlopen van vragen over een onrechtvaardigheid die de discipel tegen een ander heeft begaan of zelf heeft ondervonden en wat dat betekent voor zijn toegang tot het paradijs, tot vragen over hoe een weerbarstige echtgenote in het gareel te krijgen. De man die deze laatste kwestie aan zijn murshid voorlegde wilde, volgens Özal, het liefst van zijn vrouw scheiden. De Hocaefendi, de Heer Leraar, wilde daar geen toestemming voor geven. Tegen de geplaagde discipel zei hij: ‘Ik noem een man geen echte man als hij niet de baas is over het gedrag van zijn vrouw en zijn gezin.’

‘Alles wat een mens nodig heeft is een stuk brood en een mantel om zich te bedekken. En een Mazda’

Kotku wist op zo’n manier te vertellen over de tijd van de profeet dat een twintigste-eeuwse moslim daar een voorbeeld in kon vinden voor het oplossen van zijn eigen kwesties. Hij sprak en schreef veel over het dichten van het gat tussen de dagelijkse noden van de mens en de islamitische zedenleer. Volgens Kotku was de islamitische traditie soepel genoeg om een antwoord te geven op hedendaagse behoeften.

Tijdens de bijeenkomsten werd ook over de grote wereld gesproken, over het Westen en zijn bedoelingen. Kotku, en zijn schoonzoon en kleinzoon, hadden daar een duidelijke mening over: het Westen wil de moslims uitroeien. Het ziet de islam als aartsvijand die vernietigd dient te worden. Daar kan alleen maar strijdvaardigheid van moslims tegenover staan.

Op vragen op welk terrein een zoon van een discipel zijn brood moet gaan verdienen antwoordde Kotku steeds: laat hem in zaken gaan. Winst maken, zei Kotku, komt ten goede aan heel de Turkse moslimgemeenschap en staat in dezelfde achting van Allah als vasten en bidden. Enthousiast aangemoedigd door hun murshid zijn de soefi’s van de Iskenderpasja Loge behalve met het zuiveren van hun ziel vooral bezig met geld te verdienen, de politieke islam te verankeren en van heel het Turkse volk godvrezende moslims te maken. Er is een bekende uitspraak van Kotku die aansluit bij het klassieke soefi-gezegde: ‘Alles wat een mens nodig heeft is een stuk brood en een mantel om zich te bedekken.’ Hij voegde eraan toe: ‘En een Mazda.’ Anderen, bij wie hij de oratorische en organisatorische talenten zag, spoorde hij aan de politiek in te gaan. Necmettin Erbakan had die gaven, evenals de gebroeders Özal, de één een hoge ambtenaar, de ander elektrotechnisch ingenieur, en Recep Tayyip Erdogan, islamitisch studentenleider.

Volgens Hakan Yavuz, kenner van de Turkse islamitische bewegingen en broederschappen, vinden de gesprekken over sociale, economische en politieke zaken niet altijd plaats in de loge. De discipelen, schrijft hij, ‘spreken met hun gids in vijfsterrenhotels’. De Naksjibandi ‘hebben hun eigen shopping malls en hun eigen haute bourgeois genoegens ontwikkeld’, aldus Yavuz. ‘Met hun specifieke consumptiepatroon willen ze zich onderscheiden van andere broederschappen.’ De murshids van de Iskenderpasja Loge moedigen hun volgelingen aan hier op aarde een materieel paradijs te creëren en op die manier alvast te proeven van het hemelse paradijs. Yavuz: ‘God wordt ingezet voor de lusten van de kapitalistische marktwerking.’

Kotku stimuleerde Turgut Özal in zijn liberale, op de markt gerichte economische politiek. Dat deed wonderen voor Turkije. Het land leefde op onder zijn leiding in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Eerder al had sjeik Kotku de ingenieur en industrieel Necmettin Erbakan uitgekozen om de eerste expliciet islamitische partij van Turkije op te richten. Dat werd de Partij van Nationale Redding, die werd verboden na de militaire coup van 1980, evenals twee van de drie nieuwe partijen die Erbakan daarna oprichtte. De reden van het verbod was steeds dezelfde: het stichten van de islamitische staat in Turkije.

Erdogan, die tot 2001 Erbakan had gevolgd en tijdens zijn verkiezingscampagne voor het presidentschap posters verspreidde met daarop een foto van hem en Erbakan samen, kreeg met de oprichting van de akp voortaan de steun van de Iskenderpasja Loge. Hij zat meer op de lijn van Kotku dan Erbakan. De murshid waarschuwde steeds om niet te vroeg de islamitische staat uit te roepen. De kemalistische en seculiere elite van het land zou dat zeker tegenhouden, met geweld als ze dat nodig achten. Eerst moest, vond Kotku, een morele en culturele heroriëntering plaatsvinden. Eerst iedereen grondig onderwijzen in de beginselen van de islam. Hoofdharen, benen en armen van vrouwen met stof bedekken. Wel gebruik maken van de westerse technologie maar alle westerse waarden buiten de deur houden. Economische vooruitgang en industrialisatie zouden de opnieuw geïslamiseerde bevolking zoveel macht geven dat ze het kon opnemen tegen de ongelovige kemalisten. Uiteindelijk zouden de ware gelovigen aan de greep van de seculieren kunnen ontkomen en zou als vanzelf de islamitische staat opbloeien.

De visie van Kotku is terug te vinden in die van Erdogan: economische groei die Turkije in de top-tien van de wereldeconomieën zal plaatsen, iedereen naar de religieuze imam-hatipschool, elke provincie zijn eigen vliegveld, uitbreiding van het wegennet, hogesnelheidstreinen en megabouwprojecten. Erdogan en zijn islamistische broeders hebben met hulp van links en liberaal Turkije inderdaad een eind gemaakt aan de overheersende macht van kemalisten en militairen. De weg was daarna vrij om de islamitische republiek tot bloei te brengen.

De president van Turkije heeft aan de voeten van zijn murshid de verborgen, diepere, spirituele betekenis van Allah, de profeet Mohammed en de koran leren kennen. De Naksjibandi van de Iskenderpasja Loge doen de stille zikr en herhalen zwijgend honderden keren de naam van Allah of een van de andere 99 ‘Schone Namen van God’ en zij mediteren. De luidruchtige zikr wordt wel in andere afdelingen van de Naksjibandi Orde gedaan: de discipelen staan dicht opeen en stoten hard de naam ‘Allah’ uit en buigen daarbij voor- dan wel achterover of zijwaarts. In sommige Naksjibandi-loges raken de soefi’s zodanig in trance dat ze zich als fakirs door wangen of tong steken zonder te bloeden.

Spirituele zorg mag naar de achtergrond zijn gedrongen, van elke discipel verwachten Kotku en zijn opvolgers dat hij, tussen het bedrijven van politiek en winst maken door, het soefi-pad naar Allah bewandelt. Naast de opdrachten in de koran, zoals vijf keer per dag bidden, vasten tijdens ramadan en de pelgrimage naar Mekka, moet een Naksjibandi tijdens het ochtendgebed – vóór zonsopgang, wanneer een witte van een zwarte draad is te onderscheiden – zijn dank aan Allah uitspreken omdat hij hem uit de bijna-dood-toestand die slaap is heeft gewekt en hem een nieuw leven geschonken heeft.

Op stille momenten raadt Kotku zijn discipelen aan: ‘Mediteer over het einde van je leven en keer je in je zelf om de diepste waarheid over de dood te leren kennen.’ Je inleven in je eigen dood is een oefening die alle Naksjibandi verrichten, niet alleen die van de Iskenderpasja Loge. Een andere les van Kotku aan discipelen als Erdogan is: ‘Sta geen loze of niet-constructieve gedachten toe.’ Je behoort ‘je gedachten te richten op Allah die vrij is van alle onvolkomenheden en die verheven is. Hij heeft geen begin en geen einde. Onderwijl zijn we ons bewust van onze beperkingen, van ons onvermogen en van onze onmacht. In Allah’s aanwezigheid zijn wij helemaal niets.’

Om de gedachten de richting van Allah op te duwen, schrijft de murshid zijn volgelingen voor met hulp van de rozenkrans gebeden en frasen op te zeggen. Honderd keer: ‘Ik ben Uw machteloze en hulpeloze dienaar. Vergeef mij, o Allah.’ Honderd keer: ‘Er is geen God dan Allah en Mohammed is zijn Profeet.’ Honderd keer: ‘Allah.’ ‘Degenen die tijd hebben kunnen dit vijfduizend keer achter elkaar zeggen.’ Honderd keer: ‘Smeken om de zegeningen van de Profeet.’ Honderd keer: ‘Het vers uit de koran opzeggen waarin de Eenheid van Allah wordt genoemd.’

Je ziet vrome moslims in Turkije wel met hun kralenketting de steentjes één voor één wegschuiven, op de maat van voorgeschreven gebeden en frasen. Ze doen het in de moskee, op allerlei plekken waar ze niet gestoord worden, en terwijl ze op de bus staan te wachten of in het openbaar vervoer zitten. De kraaltjes tellende mannen zullen in metro of bus nooit naast een onbekende vrouw gaan zitten; een gehoofddoekte vrome vrouw zal nooit naast een onbekende man gaan zitten. In het algemeen leidt het opzeggen van mantra’s niet tot creatieve, technisch bevlogen geesten. De Iskenderpasja Loge dwingt zijn volgelingen in een keurslijf: een spiritueel, ethisch en politiek keurslijf.

Tayyip Erdogan is van beste discipel tot machtigste uitvoerder geworden van de Iskenderpasja-leer. Al zijn de uitslagen van de jongste parlementsverkiezingen hem tegengevallen, hij zal de ideologie van murshid Mehmed Zahid Kotku nooit loslaten, evenmin als de idealen die hij meekreeg op de imam-hatipschool en in de islamitische studentenbond.


Beeld: (1) Studenten van de Tevfik Ileri imamhatipschool wachten op president Erdogan in Ankara, Turkije (Umit Bektas /Reuters); (2) Moslims bidden in de Kocatepemoskee tijdens de nacht van Shab-e-Baratn in Ankara, Turkije (Fatih Aktas / Anadolu Agency / HH)