Landjepik

Het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg heeft de onteigening van duizenden Duitse grootgrondbezitters na 1945 rechtsgeldig verklaard.

BERLIJN – De Bondsregering in Berlijn was hiermee erg in haar nopjes. De slachtoffers van deze Bodenreform (grondhervorming) reageerden daarentegen onthutst. «De communisten hebben eerst ons land gejat en nu billijken regering en rechtbanken deze discriminatie», sist Wolfgang Schütz (75). Zijn grootouders werden van hun land verdreven toen de Russen in 1945 Oost-Duitsland bezetten. Driehonderd hectare bezat de familie Schütz en werd daarom als grootgrondbezitter gezien.
Deze zogenaamde Junkers werden door de nieuwe machthebbers rigoureus verjaagd. «Junkernland in Bauernhand!» was het parool. Iedereen met meer dan één hectare land – dat betrof al gauw tienduizenden boeren – verloor dat in de Sowjettische Besatzungs zone. Op dat onteigende land kregen landarbeiders en verdreven boeren uit Oost-Pruisen kleine perceeltjes. Later werden die gecollectiviseerd naar het voorbeeld van de kolchozen uit de Sovjet-Unie. In 1990 nam de Bonds republiek de in het moeras van de geschiedenis verdwenen DDR over.
Lothar de Maizière was de laatste Oost-Duitse minister-president. De van Stasi-connecties be schuldigde jurist zegt over het oordeel in Straatsburg: «Wij moesten in Moskou deze grondhervorming beves tigen, anders zou een veto tegen de Duitse eenwording dreigen.» Hij vindt dat men de geschiedenis niet moet terugdraaien: «Na de onteigeningen werkten mensen zestig jaar op dat land. Wat van 1945 tot 1949 gebeurde valt de DDR niet aan te rekenen.»
Deze mening deelt ook de Duitse minister van Justitie Brigitte Zypries (SPD). Ze was vooral blij dat ze geen miljarden aan de Alteigentümer en hun erfgenamen hoefde te betalen. Want dat kan de onder schulden en lege kassen lijdende Duitse staat zich niet permitteren.
De Bondsregering nam in 1994 weliswaar een wet aan om conform «schadeloosstelling voor terug gave» het leed van de erfgenamen iets te verzachten. Maar Tom Apfel, die de onteigende wasserij van zijn grootouders terugkocht, wacht al elf jaar op zijn geld: «Ik ben stinksauer. Mijn opa was geen nazi en toch heb ik nog geen cent van deze staat gekregen.»
De vereniging Heimatverdrängtes Landvolk kreeg zowel in Duitsland als in Straatsburg nul op het rekest. Advocate Sylvia von Maltzahn vertegenwoordigt 71 erfgenamen van onteigende landerijen. De raadsvrouw verwijt de rechters een politieke – en geen juridische – beslissing te hebben genomen. Haar eigen grootouders bezaten in Mecklenburg-Vorpommern bijna zevenduizend hectare. Ook Von Maltzahn ontving nooit geld of genoegdoening voor de ontvreemde grond. Het lijkt erop dat met een Schlussstrich een omstreden kapittel van de naoorlogse Duitse geschiedenis is gesloten.