Landmijnen voor srebrenica

Volgens de kamerleden Valk (PvdA) en Hoekema (D66) heeft Voorhoeve zich lelijk vergaloppeerd. Medio september sloot Nederland zich met Voorhoeves uitdrukkelijke instemming aan bij het antilandmijnenverdrag van Oslo. Toen de Nobelprijs voor de vrede werd uitgereikt aan de ICBL, een organisatie die jarenlang voor zo'n verdrag heeft geijverd, sprak de minister van ‘een welverdiende prijs’. Maar nu blijkt dat diezelfde Voorhoeve tussen de bedrijven door achthonderd antipersoneelsmijnen van het type Clayborn voor de Luchtmobiele Brigade heeft aangeschaft. Het feit dat de Clayborns op afstand tot ontploffing worden gebracht en dus in het jargon der experts ‘horizontaal effect antipersoneelswapens’ worden genoemd, wordt door beiden niet als verzachtende omstandigheid aangemerkt.

Je vraagt je af waar de geachte afgevaardigden zich druk om maken. Handelt de minister, gemeten naar de normen van de paarse coalitie, niet juist consequent? Waarom zou een regering die een loopje neemt met de wet (Schiphol), met kamermoties (OV-jaarkaart voor studenten), met haar eigen regeerakkoord (CO2-uitstoot) en met de ministeriële verantwoordelijkheid (Borst, Dijkstal en Sorgdrager hebben hun departement niet onder controle) zich wél iets aantrekken van een internationaal verdrag? En waarom zou Voorhoeve een kniebuiging maken voor lieden als Hoekema en Valk, die zelf minder dan een jaar geleden vóór de aanschaf van nieuwe landmijnen hebben gestemd? Als de minister in deze zaak al zondigt, dan zondigt hij in kamerbrede commissie.
De minister is bovendien een internationale trendvolger. De combinatie van de Clayborn-order en de Nederlandse handtekening onder het verdrag van Oslo sluit wonderwel aan bij de huidige westerse hypocrisie op het gebied van bewapening en wapenhandel. De doorgaans verouderde wapens waarvan derdewereldlanden en guerrillalegers zich bedienen, worden als ‘massavernietigingswapens’ aan de kaak gesteld, in de ban gedaan en waar mogelijk vernietigd. Daarentegen wordt het hypermoderne arsenaal van de grootmachten - de Amerikaanse 'slimme wapens’ voorop - als een humane vorm van bewapening voorgesteld. George Bush gaf tijdens de Golfoorlog de aanzet tot deze trend. Hij veroordeelde de gasgranaten en Scudraketten van Saddam als 'terreurwapens’ en prees de tapijtbombardementen en de tegen Iraakse nutsvoorzieningen ingezette Tomahawk-raketten van zijn eigen luchtmacht als 'chirurgische wapens’. Als deze zienswijze gangbaar wordt, zal alleen een oorlog van de Verenigde Staten en hun bondgenoten een rechtvaardige oorlog kunnen zijn.
De soldaten die de beschikking krijgen over de Clayborn vegen - het primaat van de politiek ten spijt - waarschijnlijk met deze overwegingen hun luchtmobiele achterste af. Ze kunnen bij toekomstige (vredes)acties een nieuw, krachtig verdedigingswapen hanteren en daar hebben ze recht op. Een land dat zijn soldaten uitzendt om de vrede te dienen, moet ze voldoende bewapenen. Als Dutchbat in 1995 de beschikking had gehad over Clayborns, was de episode-Srebrenica wellicht minder rampzalig afgelopen.