Landrotten in Little Mogadishu

Nairobi – Een vergeelde ansichtkaart uit de jaren vijftig toont een bioscoop in Mogadishu, de Somalische hoofdstad. Filmmaker Mark Bracken, werkzaam vanuit Nairobi, houdt er een recente krantenfoto naast, genomen op dezelfde plek.

Je ziet slechts een kapotgeschoten gevel, een van de iconische beelden van de ‘falende staat’. ‘Hierdoor dreigen we te vergeten wat een rijke cultuur het land kent’, vertelt de filmmaker, die werkt aan een documentaire over de Somalische filmindustrie. ‘Media besteden helaas het liefst aandacht aan oorlog en piraterij.’

Afgelopen maand kwam de mediahonger naar piratenverhalen op pijnlijke wijze aan het licht. Voor het Britse Channel 4 maakte Jamal Osman, journalist van Somalische afkomst, een reportage over de nep-piraten-handel in Eastleigh, de wijk in Nairobi die ook wel Little Mogadishu wordt genoemd. De nauwe straatjes zijn gevuld met winkeltjes, gesluierde vrouwen, mannen die luidruchtig hun waar aanprijzen. In aan het oog onttrokken achterafkamertjes speelde de piraten-scam zich af. Een kwestie van vraag en aanbod: verslaggevers, zoals van Time Magazine, lieten zich dagenlang rondrijden door een dure ‘fixer’, die hen voorhield dat het nog te gevaarlijk was om de piraten te ontmoeten. De teller liep door, de nep-piraat oefende op zijn rol. Als de journalist eindelijk groen licht kreeg, was hij verzekerd van een goed verhaal. ‘Ik dacht dat ik acteerde voor een film’, beweert een van de nep-piraten in de reportage. De tweehonderd dollar per optreden was een prettige aanvulling op zijn schamele loon als ober. Maar nu is de business ingestort. Dat de acteurs hun geheim aan hem wilden prijsgeven, vertelt Osman, is een gevolg van de teruglopende piraterij voor de kust van Somalië. Uit een recent rapport van het International Maritime Bureau blijkt dat de laatste geslaagde kaping in Somalische en Keniaanse wateren halverwege 2012 plaatsvond. Een groot verschil met 2010: Somalische piraten deden in dat jaar 49 geslaagde kapingen. Dat lijkt nu verleden tijd. Beter voorbereide schepen, een functionerende internationale marinemacht en de inzet van particuliere beveiligingsbedrijven zijn daar de oorzaak van.

Piraterij in de Hoorn van Afrika kost de globale economie ondanks de terugloop miljarden dollars, blijkt uit cijfers van de Wereldbank. Alternatieve vaarroutes, piraterijadviseurs en dure verzekeringen dragen daaraan bij. Maar piraten zelf moeten op zoek naar nieuwe inkomsten. Net als hun ‘collega’s’ in Little Mogadishu.