Honderd dagen Trump: Mee met de Border Angels

Landschap van leugens

Trumps retoriek over ongedocumenteerde migranten is niet alleen grof – zijn woorden hebben ook weinig van doen met de werkelijkheid. Activisten vechten tegen zijn leugens en voor de levens van hen die noodgedwongen de woestijn doorkruisen.

Medium anp 50866152
Illegale immigranten ontmoeten familie en vrienden bij het hekwerk tussen Tijuana in Mexico en San Diego in de VS © LUIS ACOSTA / AFP / ANP

Vorige week verscheen minister van Justitie Jeff Sessions in San Diego, aan de grensovergang met Tijuana, om sanctuary cities te waarschuwen de regering-Trump niet te dwarsbomen bij het uitvoeren van haar deportatiebeleid. Sessions heeft last van toevluchtssteden in zijn voornemen zo veel mogelijk ongedocumenteerde migranten te deporteren. In San Diego beschuldigde hij ze ervan gewelddadige en illegaal in het land aanwezige criminelen terug de straat op te laten, in plaats van mee te werken aan hun uitzetting.

In zijn speech verwees Sessions naar Escondido, een stad in San Diego county, waar in maart dit jaar Cathleen Kennedy werd gedood door een kogel bedoeld voor een bendelid. Hij gaf ongedocumenteerde migranten de schuld: ‘Zoals jullie hier goed weten is recentelijk het geweld in Escondido opgelaaid tussen twee rivaliserende bendes die elkaar bevechten om terrein – meer schietpartijen, meer wapens, meer buurten die worden geterroriseerd.’ Zoals vrijwel alles in het universum van Trump was de aanklacht van Sessions een leugen: het bendelid dat Kennedy doodde was een Amerikaans staatsburger.

Verrast het eigenlijk nog? De regering-Trump opereert niet in de werkelijkheid, maar in een landschap van leugens. Het is nu eenmaal eenvoudiger gelijk te krijgen als niemand meer weet wat feit of fictie is. Dat landschap werd in San Diego doorkruist door een agressief ogend hekwerk, bewaakt door een gemilitariseerde politie, bij wijze van decor voor de woorden van Sessions. Een beeld is sowieso veel krachtiger dan het woord, en zelfs als de woorden een overdrijving bevatten, dan moet de achteloze toeschouwer van het spektakel op zijn minst denken dat er wel wat te beschermen valt – zulke zware bewaking is er niet voor niets.

Sessions stond, met andere woorden, midden in een bepaald soort politiek landschap: dat van staatsmacht, aangewend voor het buitenhouden van een specifiek soort menstype, dat in de ogen van die staat geen aanspraak mag maken op politieke rechten. Als het land beschermd moet worden, zoek dan de beeldtaal van oorlog. Waar het prikkeldraad, staal en beton beginnen, schrompelt de medemenselijkheid vanzelf ineen.

Nog een leugen, overigens, was dat Escondido helemaal geen toevluchtsstad is, net als San Diego. Toch is de stad een van de brandpunten waar de strijd over de deportatieagenda woedt. San Diego’s sheriff stelde enige tijd terug dat hij niet het werk van de Immigration and Customs Enforcement (ice) zou opknappen. In San Diego wonen tweehonderdduizend ongedocumenteerde migranten, en die moeten volgens hem evengoed kunnen vertrouwen op bescherming van de politie als de andere inwoners van de stad. Wie vreest voor uitzetting meldt zich niet als slachtoffer van een misdaad, of als getuige.

Op een steenworp afstand van de plek waar Sessions sprak zullen binnen afzienbare tijd de eerste paar prototypes voor de grensmuur worden gebouwd, aangelegd door bedrijven die meedingen naar de opdracht. Op een strook braakliggend niemandsland in handen van de federale overheid mag een select aantal constructiebedrijven laten zien hoe de muur er wat hen betreft uit kan zien. Een van de bedrijven stelde voor dat het helemaal geen ongezellige muur hoeft te zijn – aan de Mexicaanse zijde kunnen bijvoorbeeld vriendschappelijke teksten worden aangebracht. Een ander bedrijf suggereerde om de muur uit te rusten met zonnepanelen, met name omdat de jongere generaties het klimaat belangrijk lijken te vinden.

De muur wordt meer een upgrade dan een nieuw project – San Diego heeft namelijk al een fors hekwerk. Vanuit de Stille Oceaan verrijst een stalen hek, aangelegd in de jaren negentig, dat uit de zee, over het strand landinwaarts de grens markeert. Naast de muur ligt een goedbedoelde strook groen dat luistert naar de naam Friendship Park. San Diego’s hek werd aangelegd als onderdeel van Operation Gatekeeper, algemeen beschouwd als het eerste moment waarop de grensbewaking in de Verenigde Staten een militair karakter aannam, met radio’s, nachtkijkers, jeeps en ander zwaar materieel om illegale overstekers op te sporen.

De muur lijkt effect te hebben voor zover het aantal oversteken uit Mexico tussen San Diego en Tijuana sinds die tijd is afgenomen. Dat wil zeggen: de meest begane routes lopen sindsdien door de woestijn op een uur of twee rijden buiten de stad, waar het landschap grillig en onherbergzaam is en de temperatuur onverbiddelijk, en waar sinds de aanleg van het hek meer dan 6500 doden zijn gevallen. Ergens lijkt het beleid te zijn om mensen te dwingen de meest gevaarlijke routes te nemen – de doden moeten een afschrikwekkend effect hebben op iedereen die erover denkt het ook te proberen.

Maar zo werkt het in de praktijk zelden: zij die oversteken behoren tot de meest wanhopigen. Wie een opleiding heeft, of over bepaalde vaardigheden beschikt, kan vaak best via de officiële routes een werkvisum krijgen. Het zijn de mensen die op de vlucht zijn voor geweld of absolute economische uitzichtloosheid die zich noodgedwongen in de illegaliteit begeven. Sterven op weg naar een betere toekomst is het risico waard.

Wat Friendship Park betreft, eens in de twee jaar gaat het hek onder toezicht van de border patrol-agenten open zodat kinderen uit een handvol vooraf zorgvuldig geselecteerde gezinnen hun familie aan de andere kant van de muur kunnen omhelzen. Initiatiefnemer van de opening is Enrique Morones, oprichter van Border Angels, een non-profit uit San Diego die opkomt voor de rechten van de ongedocumenteerde gemeenschap in de stad.

Morones is een grote man met een gegroefd gelaat. Hij spreekt geroutineerd en zonder hapering. We zitten buiten op een bankje, beschut voor de zon in een betonnen binnenplaatsje. Morones geeft me een mierzoet Mexicaans ijsje en neemt er zelf ook een, en terwijl we het opeten praat hij over het werk dat de Border Angels doen.

De relatie met de politie van San Diego is redelijk, stelt hij. De uitspraak van de sheriff doet hem echter niet zoveel. Het is niet de taak van de lokale wetshandhaving om te controleren of de mensen die ze aanhouden over geldige verblijfspapieren beschikken, maar de ice heeft wel een eigen kantoortje in het bureau. Bovendien, zegt Morones, krijgt Border Angels steeds meer meldingen over agenten die zich gesterkt voelen door de verkiezing van Trump, en op eigen houtje proberen ongedocumenteerde migranten te snappen. En hoewel er in San Diego vooralsnog geen grootschalige raids hebben plaatsgevonden is Morones de meeste tijd kwijt aan het geruststellen van de migranten die hij samen met de vrijwilligers bijstand verleent via Border Angels.

Bijna dagelijks wordt hij gebeld met meldingen over een patrouillewagen van border patrol die geparkeerd staat bij een populaire markt. ‘Het is meestal loos alarm, en ik vraag daarom altijd door of er wel echt iets gaande is. Als het een raid is dan staat er niet maar één auto. Soms zijn het gewoon agenten op lunchpauze. Bovendien: mijn netwerk is groot. Als er een raid aanstaande is dan weet ik er waarschijnlijk van. Maar de angst is enorm. Het is haast een dagtaak te zorgen dat de paniek zich niet uitzaait. Ik ben op dit moment drukker met mensen op het hart te drukken dat ze gewoon moeten blijven doen wat ze normaal gesproken doen dan met het voorkomen dat mensen worden gedeporteerd.’

‘Deze mensen werken het hardst en komen veel minder vaak in aanraking met de politie dan Amerikaanse staatsburgers’

Het werk van de Border Angels omvat verschillende domeinen. Er zijn mensen die opkomen tegen uitbuiting van ongedocumenteerde werknemers. Op dinsdagen zijn er juristen die gratis advies geven, zowel aan migranten als aan hun hier geboren kinderen. Normaliter trok dat spreekuur minder dan vijf mensen per keer. De week na de verkiezing van Trump waren er ruim dertig mensen.

Tijdens ons gesprek gaat de telefoon regelmatig. Morones is een soort vaderfiguur die iedereen kent en die zich over zijn ploeg met vrijwilligers ontfermt als het hoofd van een grote familie. Het onderkomen van de Border Angels is, gezien haar invloed, verraderlijk bescheiden.

Een effect van de verkiezing van Trump, zegt Morones, is een toename van de uitbuiting van ongedocumenteerde werknemers. Buiten doe-het-zelf-zaken zoals Home Depot staan ’s ochtends vaak groepjes mannen te wachten die zich voor die dag laten inhuren om te werken in de bouw, maar steeds vaker gebeurt het dat ze worden afgezet – de beloofde betaling volgt niet, of slechts gedeeltelijk, en de naam van Trump wordt ze bij wijze van dreigement toegebeten. Morones merkt ondertussen dat de bereidwilligheid om met de staat samen te werken, waaronder de politie, of om misstanden te melden afneemt.

Het meest tragische, zegt Morones, is nog dat de retoriek over ongedocumenteerde migranten zo weinig van doen heeft met de werkelijkheid. ‘Wat denken ze nou – dat deze mensen, die onder zware omstandigheden door de woestijn hier naartoe zijn gekomen, het risico willen lopen gearresteerd te worden? Ze werken het hardst van iedereen, betalen lokaal belastingen, komen veel minder vaak in aanraking met de politie dan Amerikaanse staatsburgers, en leren de taal. Maar als de retoriek geloofd moet worden zijn het criminelen en uitvreters. Dat klopt niet.’

Medium img 1870
Chicano Park, San Diego. Schilderingen van immi­granten © Thijs Kleinpaste

Er is niet eens zoveel verse boosheid te bespeuren in Morones’ stem als hij zijn argumenten uiteenzet – meer gedecideerde verontwaardiging die hoort bij bijna drie decennia lokaal activisme. Terwijl hij spreekt voorziet hij me van een groeiende stapel brochures en materialen die de Border Angels gebruiken bij hun werk – kleine rode gelamineerde visitekaartjes die ongedocumenteerde migranten onder de deur door kunnen schuiven als ice aanklopt, en waarop staat uitgelegd dat ze zich beroepen op hun grondwettelijke recht de agenten niet binnen te laten, en geen vragen te beantwoorden.

Border Angels is sinds de verkiezing hetzelfde overkomen als meerdere organisaties in de Verenigde Staten: het aantal donaties is verveelvoudigd, net als het aantal vrijwilligers dat zich aanmeldt. Met dat geld kunnen de Border Angels meer doen. Voor ik vertrek vraagt Morones me of ik de protestmuurschildering tegen Trumps muur die ze in opdracht hebben laten aanbrengen in Chicano Park al heb gezien.

Chicano Park is een vrijgevallen openbare ruimte met een basketbalveld, wat picknicktafels en wat afgetrapt gras onder de viaducten van de snelweg die richting het centrum van San Diego loopt. Op de betonnen dragers van de weg hoog boven het park zijn in de loop van de jaren talloze muurschilderingen aangebracht door de immigrantengemeenschap van Barrio Logan, waar historisch de meeste Mexicaans-Amerikaanse migranten wonen. Chicano is een identiteitsterm voor die gemeenschap, ooit pejoratief bedoeld, maar later omarmd als term om de gemeenschap te onderscheiden van de bredere categorie latino.

Barrio Logan en het naastgelegen Logan Heights zijn arme wijken. Onder het viaduct vlak bij het park is een kampement van daklozen, en in de straten eromheen schuifelen verslaafden rond. Sommigen duwen een winkelwagentje voor zich uit. Ertussen verrijst Chicano Park, met daarin de tientallen muurschilderingen die het leven en de ervaringen van San Diego’s Mexicaans-Amerikaanse gemeenschap vatten – van de moeizame worsteling om in de Verenigde Staten te kunnen werken tot het leven met de grens, waar dierbaren gevangen blijven aan de andere kant, van religieuze afbeeldingen tot portretten van Mexicaanse en Latijns-Amerikaanse revolutionairen. Toen de stad in de jaren zeventig een patrouillestation voor de snelwegpolitie dreigde in te richten moest de gemeenschap vechten voor eigenaarschap over het park. Uiteindelijk bond de stad in, na een lange reeks demonstraties, en het beheer van het park werd overgedragen aan de gemeenschap. Inmiddels worden de schilderingen beschouwd als modern erfgoed.

Overal in San Diego zijn muurschilderingen te vinden, maar het verschil is dat de werken in Chicano Park de merktekens zijn van sociale strijd – de muurschilderingen op de restaurants downtown zijn er gewoon aangebracht omdat de kleurstellingen en motieven op een non-descripte manier associaties oproepen met een soort vrolijk, maar van betekenis schoongewassen, Latijns-Amerikaans erfgoed. De geschiedenis en maatschappelijke status en welvaart van een wijk is in San Diego af te lezen aan het specifieke soort schilderingen dat je er aantreft – hoe generieker, hoe groter de kans dat de omgeving om je heen wit en welvarend is; hoe groter de kans dat de schilderingen de kitsch is van mensen die de diversiteit van San Diego ervaren als die wordt gemedieerd door consumptie, en niet door de sociale en politieke strijd om een plaats te verwerven in een op zijn best onverschillige samenleving.

De publieke ruimte van Chicano Park en Barrio Logan is een fundamenteel andere dan de ruimte geen vijftien minuten verderop, downtown, waar het San Diego van glas en staal congrescentra en hotels huisvest, waar de restaurants goed verdienen aan de mensen die er ’s avonds na afloop van een lange dag netwerken of toerisme komen eten. In die ruimte bewegen zich vanzelfsprekend nog steeds ongedocumenteerde migranten voort, maar ze zijn weggestopt in keukens en schoonmaakteams, zodat de illegale wereld de façade van het officiële San Diego wel in stand kan houden, maar men haar niet hoeft te zien. Denkend aan de woorden van de politici die Trumps retoriek over criminelen, uitvreters, verkrachters en bad hombres goedpraten dringt zich onwillekeurig de vraag op wie hier eigenlijk de werkelijke parasiet is.

San Diego is niet per se een zeer progressieve stad. Hillary Clinton won weliswaar, maar de steun voor Trump was er met ruim 38 procent hoger dan in steden als Los Angeles en San Francisco. De nabijheid van het hek, en de geringe effectiviteit ervan, doet mensen ook niet vanzelfsprekend beseffen dat muren vermoedelijk alleen in staat zullen zijn om de migrantenstroom te verplaatsen – met meer doden tot gevolg.

Het verlenen van bijstand aan de mensen die door de woestijn de grens oversteken is een van de oudste missies van de Border Angels. Sinds twintig jaar laat de organisatie water achter in de woestijn vlak over de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten, voor migranten die de oversteek wagen. De water drops vinden één keer per maand plaats met een grote groep vrijwilligers. Daarnaast doen de stafleden van de Border Angels regelmatige verkenningen om te achterhalen welke routes nieuwe flessen nodig hebben.

De gewelddadigheid van het landschap wordt alleen overtroffen door het geweld van de staat op jacht naar de overstekers

Ongeveer vijftig man verzamelen zich zaterdagochtend om acht uur voor het Sherman Heights Community Center. Het duurt dan nog ruim een uur voordat we vertrekken – eerst worden er presentaties en toespraken gehouden. Morones verwelkomt de aanwezigen en bedankt ze. Hij stelt de vrijwilligers voor aan het team dat de water drop begeleidt en dat ervoor moet zorgen dat niemand zich bezeert of anderszins risico loopt. Hij spoort iedereen aan om donaties te doen. Na hem spreekt Jonathan Yost, de coördinator van de water drops. Yost heeft een grote baard van koperdradig haar en spreekt ons toe met de intensiteit van een straatpredikant. De woestijn is onherbergzaam, de fysieke omstandigheden zijn ruig, er zijn cactussen en ratelslangen. Deelnemers aan de tocht (wij), wordt ons op het hart gedrukt, ervaren, al is het dan op een veilige, gecontroleerde manier, toch iets van wat de overstekers ondergaan.

Dat wil niet zeggen dat de sfeer meteen zwaarmoedig is. Het is een kwaliteit van veel Amerikanen om ernstige zaken met voldoende optimisme te benaderen – en daarbij met voldoende besef van de missie waar het om draait. We laten vandaag niet alleen water achter in de woestijn, we vechten tegen de leugens en de onjuistheden die rondgaan over migranten. Belangrijk is daarnaast dat we een groep zijn: er zit iets van strategie achter de gevoelens van inspiratie die erin worden gehamerd. Veruit de meeste mensen die de tocht naar de waterstations maken zijn er voor de eerste keer.

Medium img 1937
De Border Angels laten water achter voor migranten © Thijs Kleinpaste

Border Angels kent sinds de verkiezing van Trump een geweldige toename van vrijwilligers en hoopt er zoveel mogelijk te behouden. De water drop is meer dan een trektocht met in elke hand een gallon water – het is een open college over migratie; over wat de mensen beweegt die de oversteek maken, wie het zijn, en waarom ze zich genoodzaakt voelen om zonder geldige documentatie de grens te passeren. Bekende drogredenen en argumenten worden zorgvuldig weerlegd; flyers worden uitgedeeld met feiten en mythen, en met een voorgekookt weerwoord voor discussies met kennissen.

De routes die we bezoeken liggen op anderhalf uur rijden vanaf San Diego, in de buurt van Jacumba Hot Springs. Ik rijd mee met Diana, een wiskundedocent op een middelbare school net buiten San Diego, en Christina en Lisette, twee vriendinnen uit Santa Ana die dezelfde master volgen aan de University of Southern California (usc).

Voor alle drie geldt dat hun ouders werden geboren in Mexico en naar de Verenigde Staten kwamen om te werken. Diana’s moeder, vertelt ze, zwom een stuk van het strand in Tijuana naar San Diego, en werkte in Los Angeles voordat ze tijdens het presidentschap van Reagan onder een massaal naturalisatieprogramma het Amerikaanse burgerschap kreeg. Lisette’s ouders werkten als seizoenswerknemers in de landbouw en bleven nadat hun visum afliep; Christina’s vader kruiste door de woestijn, niet ver van de plaats waar we vandaag water achterlaten. Toen ze hem vertelde wat ze zou gaan doen was hij onthutst en kwaad – hij vroeg haar, vertelt Christina, wat ze daar te zoeken had. Toen ze hem duidelijk maakte dat ze zou gaan, of hij er nu blij mee was of niet, vroeg hij alleen of ze hem regelmatig zou willen sms’en. ‘Ik weet dat hij overgestoken is, waar ongeveer, en wanneer. Maar hij praat er verder nooit over.’

Gedurende de rit naar het startpunt van de tocht verandert het landschap langzaam tot het onherkenbaar is. Rotsen liggen over de heuvels en bergen gedrapeerd, alsof een reusachtige hand overal op het terrein reusachtige rotsblokken in stapeltjes heeft achtergelaten. De natuur is beeldschoon.

Het is warm, iets boven de dertig graden, en de zon staat op zijn hoogst wanneer we uit de auto stappen om de tocht te beginnen. In onze rugzakken zitten water en snacks. Het is geen erg lange tocht – drie mijl in totaal tot het laatste waterstation van de dag, maar omdat het heet is, is het toch zwaar. De groep splitst zich in drieën, zodat er drie verschillende routes gelopen kunnen worden. Alle vrijwilligers hebben ieder twee gallons die ze meesjouwen, en die langs de route met ongeveer vijf tot acht flessen tegelijk worden achtergelaten.

Op de terugweg ruimen we de flessen van de maand ervoor op, en tellen hoeveel er zijn gedronken. Verschillende mensen hebben met zwarte stift in het Spaans teksten op de flessen geschreven – korte passages uit het Nieuwe Testament, aanmoedigingen, welkomstboodschappen en woorden van liefde en steun. We beplakken de flessen daarnaast met felgekleurde groene en oranje tape, zodat ze vanaf overal goed zichtbaar zijn.

Gemiddeld wordt ongeveer een vijfde van de flessen gedronken, vertelt watercoördinator Jonathan. Het is strategie om meer flessen achter te laten dan er op gaan – het helpt om in te schatten welke routes meer of minder gebruikt worden. Op onze route zijn zestien flessen gebruikt. Van negen enorme ziplockzakken met winterkleding, ook van de voorafgaande maanden, zijn er twee leeg. Het team van vaste krachten houdt de data zorgvuldig bij in tabellen.

Toen Border Angels ongeveer twintig jaar geleden begon met de water drops lieten ze de flessen eerst achter waar de border patrol lichamen van overleden overstekers had gevonden. Van daaruit werd het gebied verder in kaart gebracht – in totaal zijn er ongeveer vijftig routes bekend bij de organisatie. Ik vraag Jonathan of Border Angels ook contact onderhoudt met mensensmokkelaars om te weten welke routes vaak gebruikt worden. Hij antwoordt dat dit een vraag is voor achter gesloten deuren.

Sommige stukken van de tocht zijn zwaar vanwege het mulle zand, andere stukken omdat we ons een doorgang moeten banen over een verzameling rotsblokken. Het is moeilijk om niet voortdurend onder de indruk te zijn van de schoonheid van de natuur, en om daarna niet meteen schuldbewust te denken dat de ervaring van die schoonheid alleen mogelijk is vanwege het privilege de tocht te maken met een rugzak vol water en energierepen, en aan het einde terug te keren bij de auto.

We houden regelmatig pauze, en ik rust met Diana uit tegen een rotsblok. Ze heeft het zichtbaar snikheet en wuift zichzelf koelte toe. ‘Mijn oma heeft meerdere pogingen moeten doen om hier te komen, ook via de woestijn. De grenspolitie kreeg haar de eerste paar keer steeds te pakken. Ik bewonderde haar al, maar allemachtig.’ We kijken omhoog naar de scherpe richels en rotsblokken die over de heuvels verspreid liggen, terwijl iemand opmerkt dat de migranten zich vaak alleen onder de dekmantel van de nacht over de flanken kunnen voortbewegen. Op het pad tussen de heuvels zouden ze te makkelijk gezien worden. De gewelddadigheid van het landschap wordt alleen overtroffen door het geweld van de staat op jacht naar de overstekers, en het geweld van het mondiale kapitalisme dat ze, tot wanhoop gedreven, de woestijn in drijft in de hoop dat ze zich aan de andere kant van de grens voor een paar dollar meer kunnen laten uitbuiten.

We zijn het erover eens dat de tocht door de woestijn, ook al is het maar een kleine afstand, je confronteert met hoe kwetsbaar een mens is als hij moet overleven in een landschap dat niet voor hem bedoeld is. De ervaring maakt nederig. Christina, Diane en Lisette besluiten alle drie dat ze terug willen komen, de volgende keer met familie. ‘Als ik zo thuiskom bel ik meteen mijn vader’, zegt Christina. Diane wil haar kinderen meenemen, zodat ze ervan doordrongen zijn hoe gezegend en geprivilegieerd hun leven is, en waar hun grootouders voor gevochten hebben. Lisette zegt door de ervaring nog meer te begrijpen over waar haar ouders en familieleden vandaan komen, en wat ze hebben meegemaakt.

Als we terug zijn bij de auto’s vraagt Jonathan ons voor onszelf te applaudisseren. ‘Jullie hebben vandaag levens gered’, zegt hij. Ik geloof het – iedereen in de kring gelooft het. En het is vermoedelijk ook waar. De eerste honderd dagen Trump zijn een kabaal van chaos en wraakzucht geweest, en in dat kabaal zijn nu al talloze levens stuk gebeukt, maar vandaag zijn er een paar gered, en ik denk dat het me soms best bevalt dat Amerikanen over kleine daden zo groot durven denken.