Sport

Lang

Tien kilometer is lang als je het moet schaatsen. Kijken naar tien kilometer schaatsen kan ook lang zijn. En televisiecommentaar geven bij de tien kilometer schaatsen eveneens. Dat weten Frank Snoeks en Martin Hersman als geen ander. Dit weekend bij het Europees kampioenschap allround bleek dat. Niet bij ritten met Kramer of Bøkko of Olde Heuvel of Fabris. Dat zijn wereldtoppers, en elke meter van hun tienduizend is het waard om met argusogen bestudeerd te worden.

Anders ligt dat bij ritten waar de ‘met alle respect, mindere goden’ in rijden. Bijvoorbeeld de tien kilometer tussen de Duitser Lehmann en de Noor Haugli. Dan zitten onze verslaggevers niet de hele tijd op het puntje van hun stoel. Maar dat laten ze niet merken. Want de kijkers mogen niet in de gaten krijgen dat de mannen wellicht even minder scherp zijn dan bij de rest van het programma.

Twee schaatsers rijden 25 rondjes. Bij elke doorkomst zien we de tussentijd en de rondetijd, en na de laatste doorkomst is er een eindtijd. De commentatoren houden ons op de hoogte en schatten in waar het allemaal naartoe zal gaan.

‘32.5. Haugli gaat weer de 32’ers in.’

‘Lehmann: 33.1. Oei, hij kan het niet vasthouden. Lehmann heeft een persoonlijk record van 13.35 en nog wat. Daar gaat hij niet aan komen. Lang niet.’

‘Haugli reed in het voorseizoen al eens 13.23. En nog wat. Dat was in Calgary. Die prestatie zal hij vandaag niet verbeteren. De echte vorm is er niet.’

Snoeks en Hersman hebben laptops voor zich met spreadsheets vol rondetijden, uit heden en verleden. Er liggen dikke boeken met interessante en minder interessante weetjes uit de schaatssport, schaatsencyclopedieën en andere naslagwerken. De Adelskalendern is aan de muur geprikt. Ze schrijven dingen op gele plakpapiertjes en kleven die op elkaars rug. Op hun voorhoofd.

‘32.4. Hij versnelt.’

‘33.0. Lehmann gaat mee. Dat deed hij ook in Erfurt, vorig jaar, waar hij een aflopend schema reed.’

(Korte stilte.)

‘Lehmann, overigens, moet op Haugli zeventien seconden goedmaken. En nog wat. Dat zit er niet in, vandaag.’

‘Haugli werd op het Noors kampioenschap derde op de tien kilometer. Op de vijf kilometer werd hij zesde.’

‘Lehmann werd Duits kampioen tien kilometer. Voor Schneider, nota bene, die we in de vierde rit zien. Tegen Lalenkov.’

‘Weer 32.4. Hij rijdt mooi vlak.’

‘33.0. Ook mooi vlak.’

(Korte stilte.)

‘Overigens heeft Haugli verkering met de zus van Lehmann. Dat geeft toch iets pikants aan deze rit. Als junior reed Haugli op een buitenbaan al eens 14 blank.’

‘Lehmann zat als vijftienjarige in de kernploeg.’

‘32.4.’

‘32.8. Hé, gaat hij echt versnellen?’

(Korte stilte.)

‘6.38.31 als tussentijd. Dat lijkt op het telefoonnummer van mijn moeder, Frank.’

‘6.44.22. Als je de cijfers optelt krijg je achttien.’

‘Kijk Frank, hoe hij die bocht uitversnelt. Het is een flyer!’

‘En 6 maal 44 maal 22 is, even kijken, 5808. Exact de tussentijd van Jongejan op de 1500 meter.’

‘Ik moet de vakantiefoto’s nog inplakken.’

‘Weet jij al waar je dit jaar naartoe gaat? Ik hoor dat Kenia niks is.’

‘32.4. Vlak als een plank.’

‘32.7. Lehmann komt dichterbij nu. Ze koersen af op een eindtijd van 13.50 of daaromtrent. Dat is voor beiden geen persoonlijk record. Het is ook geen nationaal record. Ook geen baanrecord. Ook geen kampioenschapsrecord. Maar voor Haugli is het wel de één na beste tijd die hij in de afgelopen drie jaar reed op een laaglandbaan in Oost-Europa tijdens een Europees kampioenschap.’

‘Lehmann mag ook niet mopperen. Met 13.50 komt hij in de buurt van zijn op drie na beste prestatie van dit seizoen op een overdekte baan op 120 meter hoogte, gereden in een lichtblauw pak.’

‘32.5. Hij krijgt het zwaar.’

‘32.6. Waar haalt hij het vandaan?’

(Korte stilte.)

‘Zeg, zie jij Herbert nog wel eens?’

‘Nee nooit. Hij heeft het te druk met die verbouwing, denk ik.’

‘O ja, hij was met die dakkapellen bezig, toch? En de fundering.’

‘Ja, en dubbele glazen. Isolatie in de badkamer. En een schuur in de tuin.’

‘Eindtijd van Haugli: 13.52.32. Lehmann 13.54.66. Dat is niet echt goed, maar ook niet echt slecht. In de volgende rit zien we de tien kilometer van Christiansen en Skobrev. Maar eerst de dweil.’

‘Staat je leuk, overigens, dat rood.’