Wisselcolumn

Lang leve de huisvrouw (m/v)

«Mannen zijn de stille slachtoffers van de sekseoorlog.» De schok was groot toen Doris Lessing, feministenicoon en grand dame van de Britse literatuur, het vorige week tijdens het boekenfestival van Edingburgh voor de mannen opnam. «We hebben veel mooie, intelligente, machtige vrouwen rondlopen, maar wat gebeurt er met de mannen? Waarom moet dit ten koste gaan van de man? Mannen lijken zo geïntimideerd dat ze niet terug kunnen vechten, het wordt tijd dat ze dat wél doen.»

En waarachtig, in dezelfde week berichten de Britse kranten over triomferende vrouwen — de studieresultaten van meisjes zijn veel beter dan die van de jongens. Nederlandse cijfers laten al jaren dezelfde trend zien.

Heeft Lessing gelijk? Drukken de moderne vrouwen, gevoed door girlpower en oud-feministische waarden, de mannen in het verdomhoekje? Vooral in intellectuele kringen spelen vrouwen een steeds dominantere rol en moeten behalve zijzelf ook de mannen wennen aan hun nieuwe positie.

Toch is van een heuse zegetocht van vrouwen in het geheel geen sprake. Met name op de werkvloer is er nog veel te bevechten. Mannen krijgen meer betaald dan vrouwen voor hetzelfde werk. Vrouwen met kinderen die willen werken, vinden te vaak struikelblokken op hun pad naar een betaalde functie; lange wachtlijsten en hoge prijzen voor de kinderopvang bijvoorbeeld, of werktijden die weinig rekening houden met de schooltijden van de kinderen, of ontwikkelingen op de werkvloer waardoor omscholing noodzakelijk is.

Gezien deze situatie is het kabinetsvoorstel van deze week om huisvrouwen een premie van zesduizend gulden te geven als ze de arbeidsmarkt op gaan onbegrijpelijk. Volgens FNV-bondgenoten staan er 172.ooo vrouwen te trappelen om het tekort aan arbeidsplaatsen op te vullen. Maar met een premie van zesduizend gulden is de weg naar de arbeidsmarkt allerminst geëffend.

Dat ziet ook Doris Lessing. Want hoewel haar oproep aan de mannen, vanzelfsprekend, veel aandacht trok, had ze ook nog iets bij te dragen aan de vrouwenstrijd. «De emancipatie van de vrouw», zei ze, «kan pas volledig zijn wanneer de kinderopvang goed geregeld is. En dat is nu niet het geval.»

Alsof met een gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt meteen ook de hele emancipatie is geregeld.

Hoewel staatssecretaris Verstand het emancipatoire karakter van het zesduizend gulden-voorstel roemt, heeft de maatregel vooral te maken met het nijpende tekort aan werk nemers op de arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel lijkt te zeggen: «Hé huisvrouw, jij zit toch thuis niks te doen, neem een betaalde baan.» Terwijl het vak huisvrouw een zwaar beroep is, dat door de meeste fulltimers wordt gecombineerd met verschillende functies in het vrijwilligerswerk. Daarbij: veel vrouwen met kinderen willen helemaal niet werken, ze kiezen er bewust voor met thee en koekjes klaar te zitten als de kinderen uit school komen.

De premie van zesduizend gulden die het kabinet voorstelt, getuigt van weinig respect voor die keuze. Maar het is niet alleen de overheid die een gebrek aan waardering voor het vak huisvrouw heeft. Ook feministen hebben lange tijd gevochten om vrouwen een plaats op de arbeidsmarkt te geven. De vrouw moest achter het aanrecht vandaan. De vanzelfsprekendheid waarmee de vrouw als voornaamste taak het huishouden werd toebedeeld, moest doorbroken worden. Het gevolg: in overeenstemming met de tendens van «werk, werk, werk» is de werkende, carrièregerichte vrouw hét schoolvoorbeeld van geslaagde emancipatie. Niet temin is het nog steeds de realiteit dat het merendeel van de vrouwen stopt met werken na het krijgen van een eerste kind.

Geëmancipeerde vrouwen onderscheiden zich echter niet door wat ze doen, maar door waarom ze het doen. Zelfbewuste vrouwen zijn te vinden in het bedrijfsleven én thuis achter het aanrecht.

En de mannen? Worden die door deze vrouwen voor de voet gelopen, zoals Lessing zegt? Bij de jongste generatie, waarvan sommigen voorzichtig aan kinderen beginnen, gaan steeds vaker beide partners minder werken na de geboorte van een kind. Een enkele keer kiest de man ervoor zijn baan (tijdelijk) stop te zetten. Dus is er sprake van emancipatie van beide seksen.

Zowel de vrouw als de man moet de rol kunnen kiezen die bij hem of haar past. Vanuit dat perspectief is verbetering van de kinderopvang een voorwaarde voor emancipatie. Net als gelijke salariëring, ondersteuning van alleenstaande ouders en het verbeteren van de positie van parttimers. Tegelijkertijd is een herwaar dering van het beroep van huisvrouw (m/v) nodig. Een zelfbewuste huisvrouw (m/v) met een goede opleiding is geen verlies van de investeringen in het onderwijs, ook niet een slachtoffer van de onderdrukking door de andere sekse; hij/zij is een voorbeeld van emancipatie.