Menno Hurenkamp

Lang leve het opportunisme

London wil de Millennium Dome aan New York geven. Die Millennium Dome was jaren geleden bedoeld als Engelse uitdrukking van vreugde over de eeuwwisseling. De enorme hoofdstedelijke feestkoepel werd een enorme sof. Het gebouw was niet op tijd af, overschreed alle budgetten, en bleek algemeen erkend een lelijk kreng. Als klap op de vuurpijl dreigde de Dome failliet te gaan. De Engelse minister-president Tony Blair stelde iemand aan om het rampgebouw uit het schootsveld te werken. Deze troubleshooter kwam acuut met New York als alternatieve locatie op de proppen. De stad zou met de koepel Ground Zero kunnen overkappen! Alleen maar voordeel: het onding weg uit Londen, de werkzaamheden van redders en onderzoekers tegen de dreigende vorst beschermd. Bovendien hoeven de New Yorkers niet meer tegen die akelige plek aan te kijken. Dit is hilarisch opportunisme van het zuiverste water. Of daar ook iets mis mee is, hangt af van de vraag of je de koepel beoordeelt op zijn oorspronkelijke doel of op het feit dat het ding er nu eenmaal is.

De antimoderne, agressieve Taliban mochten ooit gedijen als maden in lauw vlees omdat ze meevochten tegen de Russen in Afghanistan. Nu moeten ze bevochten worden omdat ze tegen het Westen zijn en de terrorist Bin Laden herbergen. Ook dit is windvaanbeleid, principiële principeloosheid. Maar als je president bent van Amerika en geconfronteerd wordt met een grote bedreiging heb je geen keus. Het kwaad moet bestreden. Je sluit een coalitie tegen terrorisme, al is die nauwelijks meer dan los zand te noemen. Pakistan, Saoedie-Arabië, Algerije en Turkije doen met de meest uiteenlopende overwegingen mee aan dat verbond, maar verspreiding van mensenrechten en democratie horen daar zeker niet bij. Dan probeer je eens wat anders. Je maakt een plan en stuurt het leger en wat spionnen naar de vijand. Dan waait het te hard om te landen, of de geheim agenten spreken de lokale taal niet. Veel van de mooie plannen gaan mis, of hebben contraproductieve gevolgen: je doet maar wat. Het enige substantiële argument waarmee de oorlog tegen het Afghaanse gevaar te verdedigen valt, is dat Amerika toch iets moet doen. Of je de gekozen strategie goed vindt, hangt af van het moment in de geschiedenis dat je kiest als ijkpunt.

De afgelopen jaren hebben zo goed als alle militaire internationale acties, van Joegoslavië tot Somalië, niet de resultaten opgeleverd die het oorspronkelijke doel waren. Saddam Hoessein, in 1991 nog de baarlijke duivel, gaat nog altijd zijn gang in Irak. Zonder ook maar een beetje vergeeflijk van aard te zijn jegens fundamentalisten en idioten ligt het voor de hand militaire campagnes tegen hen met gepaste argwaan te bezien. De uitkomst is namelijk meestal niks, of iets geheel onverwachts. Voor een criticus een voor de hand liggend commentaar. Bush, Blair en Kok kunnen dat niet zeggen, maar het hoeft ook niet. Wie had tenslotte voorzien dat de feestelijke Millennium Dome zo’n handig kerkhof in New York kon worden? Als de oorlog is uitgewoed hebben alle potentiële bestuurders van het land elkaar vermoedelijk om zeep gebracht. Dan zullen ongetwijfeld van heinde en verre overtollige politici worden aangereikt.