In de voetsporen van Thea Beckman #4

Lang leve het vrije roamen in de EU

Heuvel op, heuvel af. Zo vervolgen we onze reis. Zo nu en dan rijden we met de auto over een ravijn of over een rivier (voornamelijk de kronkelende Rhone); het is nog steeds de route die de Kinderkruisvaarders ook volgden. Adam zit naast me, diep in slaap. Hij draagt alleen een onderbroekje en een hemd; sinds we Lyon zijn gepasseerd is het te warm, de airco heeft gelukkig nog een soort turbo-stand. Zo nu en dan stop ik op een Aire, rook ik snel een sigaret en smeer ik mijn slapende zoon in met wat zonnebrandcrème (ik weet niet of ik het heb verzonnen, maar ik meen me te herinneren dat al schijnt de zon door de autoruit naar binnen je moet blijven smeren).

We bevinden ons op de Route du Soleil. De meeste auto’s die naar het zuiden rijden hebben Nederlandse, Belgische en Franse nummerplaten. Een exodus van vakantiegangers.
‘Kruisvaarders – nee – pelgrims van de 21ste eeuw!’ gniffel ik.
Jaren geleden – in een ander leven – was ik in ongeveer dezelfde streek op vakantie en terwijl ik naast de auto sta en met zonnebrandcrème-plakkerige handen een sigaret rook luister ik naar het haast oorverdovende getjirp van de cicaden in de bomen om ons heen. Ik was het bijna vergeten, maar dit geluid was ook tijdens de vakantie van vijf jaar terug de dagelijkse soundtrack.

Hoe zou dat tijdens de Kinderkruistocht van 1212 zijn geweest? Ik probeer op mijn telefoon te zoeken naar hoe lang de cicade in Frankrijk een inheemse diersoort is (LEVE HET VRIJE ROAMEN IN DE EU, LEVE DE DATABUNDEL!!!11!!1!) maar kan zo snel niets vinden.

Als ik weer in de auto ga zitten en een usb-kabeltje in diezelfde telefoon prik (mijn navigatie-app vreet batterijen) springt er automatisch muziek aan. Gelukkig ben ik op tijd om het volume lager te draaien: uit de boxen schalt een klaagzang, gespeeld op een harmonica. Het is de filmmuziek van Once upon a Time in the West, gecomponeerd door Ennio Morricone.
Het is extreem toepasselijk, zo toepasselijk zelfs dat ik enkele dagen later aan collega Marjolijn van Heemstra voorstel deze muziek te gebruiken in onze voorstelling. Laat ik meteen van de gelegenheid gebruik maken en dat ook hier doen:
Marjolijn, we moeten deze muziek echt gebruiken in de voorstelling!

Once upon a Time in the West, knik ik terwijl ik de auto over heuvels, door valleien en zo steeds dieper de Provence in stuur. Once upon a time liepen hier in the west drommen kinderen, over dezelfde heuvels, begeleid door diezelfde cicaden-soundtrack. Once upon a time, in een tijd dat deze heuvels en akkers niet vol stonden met maïs maar misschien alleen maar lavendel en zonnebloemen.

Later, wanneer we aangekomen zijn in een dorpje vlak buiten Marseille en ik de auto heb uitgeladen (we blijven een week op deze plek, zoals ik eerder aangaf is het hier werken, maar ook vakantie vieren) kijk ik op de kilometerteller. Adam en ik hebben er nu ruim twaalfhonderd kilometer op zitten. Nog 25 kilometers te gaan, dan zijn we in Marseille. Na het avondeten blader ik door Kruistocht in spijkerbroek en lees ik:

‘Kinderstemmen. Zuiver zingend. Daardoorheen het slepende geluid van duizenden kindervoeten die het stof van de weg deden opwervelen. Verbijsterd keek hij van de hoogte af neer op een oneindig aantal kinderkopjes, die de weg aan zijn oog onttrokken. Een optocht van kinderen trok daar voorbij, van zingende, lopende kinderen – honderden! Nee, duizenden! Onafzienbaar was hun aantal. Niets dan voortschrijdende kinderen zag hij, die de berm vulden van de ene berm tot de andere. Niets dan kinderen die zingend voortliepen.’

Als ik mijn ogen sluit en probeer dat gele, bruine en groene landschap voor me te zien kost het me niet veel moeite de voortschrijdende kinderen er bij te fantaseren. Kinderen aan wie was beloofd dat de zee zich voor hen zou openen.
‘Adam, morgen gaan we naar de zee.’
Adam, zittend op de koele tegelvloer van ons vakantiehuisje en omringd door speelgoed, kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Beloofd?’ vraagt hij.
‘Beloofd.’