Lange adem

Burgers lopen zich vaak stuk op een uitvoeringsorganisatie. Bewindspersonen voelen zich onmachtig en zeggen dan: ‘Ik ga er niet over, maar ik zal kijken wat ik kan doen.’ Dat kan beter.

Zeg Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, uwv of Belastingdienst en sommige burgers zullen het rood voor de ogen krijgen, zich opnieuw onmachtig en gemangeld voelen. Voor de ernstige problemen bij de Belastingdienst met de kinderopvangtoeslag heeft de Tweede Kamer een aparte onderzoekscommissie ingesteld die deze week met de verhoren is begonnen. Eind vorige week eindigden de verhoren van de commissie die onderzoekt waar de fundamentele problemen vandaan komen bij alle andere uitvoeringsorganisaties.

De allerlaatste die afgelopen vrijdag voor deze commissie verscheen, was de voormalig vice-voorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink. Waarom ik met die laatste begin? Omdat Tjeenk Willink in 2012, inmiddels acht jaar geleden, ook werd gehoord, toen door de Eerste Kamer, ook toen over overheidsdiensten die zelfstandige bestuursorganen waren geworden of zelfs helemaal geprivatiseerd. Om het extra deprimerend te maken: Tjeenk Willink betoogde toen al dat de weeffout die steeds weer leidt tot problemen bij uitvoeringsorganisaties teruggaat tot de jaren zeventig.

De reorganisatie van de rijksdienst die toen in gang werd gezet kwam niet voort uit democratische vernieuwingen waar de andere ordening van staat en rijksdiensten bij zou passen. Van die democratische vernieuwing is namelijk niet veel terechtgekomen. Of zoals Tjeenk Willink acht jaar geleden zei: we zullen het met ons huidige democratische bestel moeten doen. Maar de rijksdienst ging wel op de schop. Zonder dat daar een inhoudelijke, goed doordachte discussie aan vooraf was gegaan over wat de staat zelf moet doen en wat niet. Er werd gereorganiseerd zonder dat de politiek zich had afgevraagd welke maatschappelijke doelen ze wilde bereiken, welke processen daar het best bij passen en hoe de politieke verantwoordelijkheid daarvoor het best geregeld kan worden.

Nee, er werd gereorganiseerd volgens de geldende mode: op afstand plaatsen, naar een bedrijfsmatig model en met sterke nadruk op efficiency en het geld dat daarmee zou kunnen worden bezuinigd. Verzelfstandiging diende ertoe om van een probleem af te komen, niet om een probleem op te lossen, zei Tjeenk Willink acht jaar geleden. En ook toen al verwoordde hij de onmacht van de bewindspersoon als burgers zich stuklopen op een uitvoeringsorganisatie. Ook nu nog zeggen ministers of staatssecretarissen dan: ‘Ik ga er niet over, maar ik zal kijken wat ik kan doen.’

Tot zo ver de fout die al in de ontwerpfase van de reorganisatie is gemaakt. Maar er speelt meer. En ook dat al langer. Hoogleraar publiek management Sandra van Thiel wees tijdens haar verhoor op het gebrek aan kennis en aandacht voor de uitvoering van beleid bij zowel beleidsmakers áls bij de wetgever, dus ook de Tweede Kamer als medewetgever. Dat komt mede doordat het niet sexy is om je als ambtenaar langdurig met relatiemanagement bezig te houden. Volgens Van Thiel biedt het geen carrièreperspectief als je je daar als ambtenaar in bekwaamt.

Relatiemanagement is niet sexy

Ook de Tweede-Kamerleden kregen er van haar van langs. Parlementariërs klagen erover dat ze ambtenaren niet of nauwelijks rechtstreeks kunnen, zelfs mogen, benaderen, al helemaal als ze van een oppositiepartij zijn. Maar er zijn regelmatig technische briefings waarin ambtenaren achtergrondinformatie kunnen geven aan Kamerleden. Dan komen de Kamerleden echter niet opdagen, hield Van Thiel de commissie een spiegel voor. En wat Kamerleden volgens haar ook niet doen: de toetsingsrapporten lezen waarin de gang van zaken bij een uitvoeringsorganisatie wordt geëvalueerd.

cda-Kamerlid Pieter Omtzigt liet afgelopen week bij het Kamerdebat over het Belastingplan voor komend jaar zien wat mede de oorzaak daarvan kan zijn. Eén dag voordat het complexe Belastingplan op de Kameragenda stond, kwamen er nog vier toetsingsrapporten bij de Kamerleden binnen. Om deze dan nog grondig te kunnen bestuderen, is dan op z’n zachtst gezegd een beetje laat.

Wat me brengt op een ander onderwerp dat werd aangekaart tijdens de verhoren van deze Kamercommissie: de informatiestrijd tussen Tweede Kamer en kabinet. Kijk hoe er rondom het kindertoeslagenschandaal nog steeds plotseling documenten opduiken waarnaar de Tweede Kamer al geruime tijd had gevraagd. Informatie is een strijdmiddel, zoals hoogleraar staatsrecht Henk Kummeling zei, en sommige ministeries gebruiken dat middel door maar mondjesmaat informatie aan de Kamer te geven. Het kabinet verschuilt zich daarbij achter de Wet openbaarheid bestuur (wob), maar volgens Kummeling is dat niet terecht; de Kamer is immers medewetgever.

Over vier maanden zijn er Kamerverkiezingen. De rapporten met bevindingen en aanbevelingen van de twee commissies die nu de uitvoeringsorganisaties en de Belastingdienst onderzoeken moeten er dan liggen. Zodat een nieuwe Kamer ermee aan de slag kan. En daar dient zich dan al weer een volgend, ook steeds terugkerend probleem aan, dat eveneens tijdens de verhoren aan de orde kwam: opnieuw zal er veel kennis en deskundigheid uit de Tweede Kamer verdwijnen. Omdat Kamerleden zelf niet meer op de lijst willen. Omdat ze heel laag op de lijst zijn gezet. Of omdat de verkiezingsuitslag zo matig zal blijken voor hun partij dat ze geen Kamerzetel hebben bemachtigd.

Alles samen is dit niet vrolijk makend. De problemen spelen al lang en oorzaken zijn er vele. Het zal een lange adem vergen om zaken te verbeteren. Toch is er ook een lichtpuntje. Er zijn vele uitvoeringsorganisaties, van de Autoriteit Consument en Markt en de Kiesraad tot het Nederlands Loodswezen en het Zorginstituut Nederland. Duizenden en duizenden mensen werken er. Die maken inderdaad fouten, maar het meeste gaat wél goed.