Langeafstandsschrijver

RICHARD BRADFORD
THE LIFE OF A LONG-DISTANCE WRITER: THE BIOGRAPHY OF ALAN SILLITOE
Peter Owen, 390 blz., £ 25.-

Moet een romanschrijver zijn thema’s zoeken in zijn dagelijkse omgeving of juist in de donkerste krochten van zijn verbeeldingskracht? Op een cursus ‘creative writing’ zal men allicht de eerste aanpak adviseren, terwijl er toch genoeg meesterwerken zijn die hun faam danken aan de onverschrokkenheid waarmee hun auteurs ver durfden te reiken. De Engelsman Alan Sillitoe (1928) is een schrijver die een ‘superstar’ werd met boeken over zijn eigen omgeving, de werkende klasse, waarmee hij in de jaren vijftig eerst Engeland en toen de wereld verraste. Vervolgens zette hij in een lang en productief schrijversleven de reputatie die hij had verworven met de roman Saturday Night and Sunday Morning en de verhalenbundel The Loneliness of the Long Distance Runner op het spel met werken die ontstonden uit de behoefte om thematisch in het diepe te springen.
De onverminderd actieve Sillitoe liet zijn biograaf Richard Bradford weten dat hij bij aanvang van een boek vaag bekend is met het thema en met zijn personages, maar ‘vaak kom ik halverwege op een punt waar ik niet weet waar ik naartoe moet, net zo min als zij’. Een karakteristiek resultaat van deze werkwijze moet de trilogie zijn waarvan de delen tussen 1965 en 1974 verschenen: The Death of William Posters, A Tree on Fire en The Flame of Life. Het zijn gortdroge en ietwat vermoeiende werken, gevuld met personages die zich bijna stuk voor stuk laten omschrijven als ‘zoeker’. De door Bradford geciteerde uitspraak van hun schepper maakt met terugwerkende kracht duidelijk wat ze zoeken: een bestaansgrond.
De helden, of antihelden, uit Sillitoe’s eerste boeken hebben geen last van zulke existentiële twijfels. Uitgangspunt in het leven van Arthur Seaton, de hoofdpersoon in Saturday Night and Sunday Morning, is simpel: ‘Don’t let the bastards get you down’. De ‘bastards’ zijn niet alleen de ploegbazen in de fabriek waar de jonge Arthur achter de draaibank staat, de tariefbepalers of de controleurs van het stukgoed, maar eigenlijk iedereen die een vorm van ordening of systematisering wil bevorderen. Ook binnen het milieu van kansarmen in Nottingham waarin Sillitoe opgroeide, wees men vastberaden alles af wat buiten de directe strijd om het dagelijks brood en eigen gebroed lag. Arthur, van Saturday Night, maakt zijn geestdodende arbeid draaglijk door een met anarchistische energie beoefende genotsconsumptie in het weekend: vrouwen (waarom niet de echtgenote van je eigen ploegmaat?) en heel veel drank. Zo neemt hij in het weekend iets terug van het vele waarvan hij voelt dat het hem achter de draaibank onthouden blijft, en zijn wandaden kunnen nooit zo groot zijn als die van de maatschappij, die nu eenmaal zo is en waartegen het geen zin heeft op andere wijze te vechten. De manier waarop zijn geestelijke vader Sillitoe in diens periode als fabrieksarbeider reageerde op het voorstel van een vakbondslidmaatschap is daarmee in overeenstemming: ‘Fuck off and get dive-bombed’.
Het titelverhaal uit The Loneliness of the Long Distance Runner (net als Saturday Night succesvol verfilmd, met Sillitoe als scriptschrijver) schildert dezelfde houding. De jongen die op een tuchtschool belandt en daar in staat wordt geacht om na zijn opleiding tot langeafstandsloper een voor het prestige van het gesticht beslissende wedstrijd te winnen, zorgt er heel ostentatief voor dat hij die verliest. Hij blijft liever eenzaam en onafhankelijk dan dat hij zich door de gehate autoriteiten laat inpakken.
Sillitoe heeft zich meer dan eens verzet tegen de betiteling ‘working class writer’; hij is van mening dat hij ook in zijn eerste verhalen over individuele persoonlijkheden heeft geschreven. In prozawerken arbeiders of ‘gewone mensen’ neerzetten als typen, vertegenwoordigers van een klasse, komt volgens hem neer op de neerbuigende benadering van socialisten uit de middenklassen. Tegelijkertijd stond hij in de verhalen over zijn kansarmen voor het probleem hoe op geloofwaardige wijze zijn verteller of hoofdpersoon tot leven te brengen in een literaire vorm die niet ‘arbeideristisch’ was. Hij vond de oplossing in een geraffineerd toegepaste snelle afwisseling van derde en eerste persoonsvorm, waarbij het vermogen tot innerlijke bespiegeling van de betreffende personages hun omgeving onthouden blijft, maar niet de lezer.
De biografie, een solide stuk werk, schildert uitvoerig Sillitoe’s afkomst uit de sloppen van Nottingham. Hij is de zoon van een werkloze analfabeet die vrouw en kinderen regelmatig mishandelde. Het uitbreken van de oorlog heeft de latere schrijver in staat gesteld zich te ontworstelen aan de belemmeringen van zijn milieu. Hij ontving een training als radiotelegrafist bij de luchtmacht en deed na de oorlog enige tijd dienst als assistent-verkeersleider in Malakka, wat hem dwong zijn working class-uitspraak af te leren. Met een onverzadigbare leeshonger maakte deze autodidact zich inzichten eigen die niet terugschrokken voor zoiets als de dactylische hexameter van Homerus.
Ook wat politieke opvattingen betreft ging Sillitoe geen zee te hoog. Zo vormt Road to Volgorad (1964) een gênante lofzang op de Sovjet-Unie. Toch werd de schrijver in dat land verketterd als ‘lakei van het kapitalisme’ en ‘zionistisch agent’, want intussen was Israël, in 1974 door Sillitoe voor het eerst bezocht, een land geworden dat hij voortaan door dik en dun zou steunen. Hij werd boegbeeld van een comité voor Israël en rekruteerde collega’s als Stephen Spender en Ted Hughes. Sillitoe en Hughes, een goede persoonlijke vriend, beschouwden Israël als westerse verdedigingslinie tegen de islam, volgens de eerste ‘een van de achterlijkste (godsdiensten) ter wereld’.
Nottingham, dat eerst niets van deze telg uit zijn treurigste achterstandswijken had willen weten (gemeenteraadsleden probeerden Saturday Night and Sunday Morning uit de bibliotheken te weren), noemde in 1990 een gloednieuw gebouw voor studentenhuisvesting Sillitoe Court; vier jaar later kende de lokale universiteit hem een eredoctoraat toe.
Niet alleen Sillitoe’s reputatie en politieke instinct, ook zijn benadering van de sociale werkelijkheid laat een evolutionaire verandering zien. Die kan niet beter worden geïllustreerd dan door een curieus optreden in 1996. Hij mocht de politieambtenaren van Nottingham toespreken en vertelde zijn verrukte gehoor dat de jongen die zich in The Loneliness of the Long Distance Runner niet had laten inpakken door ‘the bastards’, nu de politiemacht zou komen versterken.
Het klinkt als de deprimerende spijtbetuiging over een jeugdzonde. Deprimerend, want die jeugdzonde is toch heus onderdeel gebleven van Alan Sillitoe’s meest memorabele werk.