Menno Hurenkamp

Langendam, Herben

Een paar merkwaardige mannetjes staan nu thuis voor de spiegel nieuwe gezichten te trekken. Het zijn types op middelbare leeftijd, dikkig, met snor. Op een andere dag zouden ze na vertrek van huis doorgaan voor autohan delaren op weg naar een hypotheekadviseur. Maar vandaag niet. Vandaag zullen ze doordringen tot in het parlement, tot in het Torentje, tot in het paleis. Ze oefenen zich daarom in een moeilijke opgave.

De kunst is straks waardig te kijken, terwijl de machtswellust in golven bittere gal over hun lippen gulpt. De moord op hun grote baas heeft het effect van een braaknoot gehad: toegediend tegen de wil van de zieken, is snel een verzuurde massa rancune en heersdrift in hun weke lijven opgeborreld.

We zullen zijn missie volbrengen, zegt het kleine opgeblazen Herben-mannetje nu tegen zijn eigen gelaat, dat zijn we aan hem verplicht. We zullen zijn ideeën uitvoeren, zegt het grote opgeblazen Langendam- mannetje.

Ze repeteren trillend voor de wasbak, met gering urine verlies van de opwinding. Steken hun armen in de lucht als jongetjes die oefenen in juichen na een goal, zoekend naar de juiste succeshouding. Ze fluisteren op stijgende toon de zinnetjes die ze hun hele leven droomden: we run this country! (tegen de eigen roedel); we gaan het volk niet teleurstellen (tegen Den Haag Vandaag); ik zou u het volgende willen voorleggen (tegen de koningin).

Er was ruimte genoeg in het kielzog van hun succes volle baas. Daar konden ze rustig achteraan dobberen. Nu staan de mannetjes er zelf voor. Zonder Fortuyns brille, zonder zijn humor. Maar met zijn ressentiment en met een schrijnende dorst naar wraak.

Het cynisme ontgaat hen daar in die badkamer. Het cynisme dat zij, zonder ooit een seconde over democratie te hebben nagedacht, de boze en ongelukkige en verwende kiezers wél gelukkig denken te maken

Ze hebben niets te bieden en ze weten het. Maar wat zou het? Hun weerschijn tussen de bussen shampoo en scheerschuim is niet de kiezer en niet het eigen gezicht. Ze zien de macht, ze zien eindelijk de macht. Ze krabben aan hun buik, en ze willen bijten en blaffen en grommen.