De deling van Kosovo 

Langs lijnen van etniciteit

Niemand is voorstander van een opdeling van Kosovo. Toch lijkt de rivier de Ibar de feitelijke grens te worden tussen de Serviërs en de Albanezen. De Serviërs in de enclaves hebben het nakijken.

In sommige huizen staan de koffers al klaar. De inwoners van Strpce, een Servische enclave in de bergen van Zuid-Kosovo, willen direct kunnen vertrekken als de Albanezen komen. Nenad Talic haalt zijn schouders op. Hij heeft geen idee waar hij naartoe moet als Kosovo straks onafhankelijk wordt. ‘We zijn in de war’, zegt de Serviër in een dorpscafé. ‘Al maanden leven we van dag tot dag. De meesten van ons proberen huizen of een lapje grond in Servië te kopen, zodat ze ergens naartoe kunnen als ze worden weggejaagd door de Albanezen. Maar ik heb geen geld.’

Van deze angst voor de nabije toekomst is weinig te merken onder de Serviërs in het noorden van Kosovo, boven de rivier de Ibar. Hier kan niemand zich voorstellen dat ze ooit onder het juk van de Albanezen zullen belanden. Servische vlaggen wapperen aan de gevels, boodschappen worden met de Servische dinar betaald en de kinderen krijgen les volgens het curriculum vanuit Belgrado. De laatste huizen die nog worden bewoond door Albanezen worden opgekocht met geld van de Servische regering. Nog even en dan is het noorden van Kosovo gezuiverd van alles wat met de Albanezen te maken heeft.

De onafhankelijkheid van Kosovo komt steeds dichterbij. Nu de onderhandelingen tussen Belgrado en Pristina definitief zijn mislukt, wachten de Albanese regeringsleiders op een fiat van de Europese Unie om alsnog unilateraal de onafhankelijkheid te kunnen uitroepen. De EU-lidstaten debatteren nog over de vraag of ze een missie zullen sturen die de huidige VN-missie moet vervangen en de ontwikkelingen in de overgangsperiode naar een nieuwe Kosovaarse staat in goede banen moet leiden. Op 28 januari is er opnieuw overleg in Brussel.

Ondertussen lijkt Belgrado het noorden van Kosovo klaar te stomen voor een mogelijke opdeling van het gebied, als de onafhankelijkheid van de Albanezen uiteindelijk niet meer tegen te houden is. Sinds het einde van de oorlog heeft de Servische regering kapitalen geïnvesteerd om dit deel van zijn voormalige provincie, waar de Serviërs nog altijd in de meerderheid zijn, Servisch te houden. De pogingen van de internationale gemeenschap om iets aan de parallelle systemen in het bestuur, het onderwijs en de gezondheidszorg te doen, hebben grotendeels gefaald, heeft de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (ovse) vorig jaar toegegeven in een uitgebreid rapport.Unmik, de missie van de Verenigde Naties, heeft nauwelijks controle over het gebied.

‘De Serviërs zullen er alles aan doen om Noord-Kosovo voor zich te behouden’, zegt een veiligheidsfunctionaris van de ovse. ‘De grote vraag is of ze er troepen gaan stationeren als het zover is. Het zal hun relatie met de Europese Unie ernstig schaden, en ik weet niet of ze dat ervoor over hebben. Maar als ze willen, hoeven ze het gebied ten noorden van de rivier de Ibar niet op te geven. Ze hebben genoeg capaciteit om het te verdedigen, en de Navo zal niet bereid zijn te doden om het gebied terug te winnen voor de Albanezen.’

De reactie van de Serviërs op een onafhankelijk Kosovo zal voor een deel afhangen van de uitkomst van de presidentsverkiezingen op 20 januari. De gematigde zittende president Boris Tadic (DS) moet het opnemen tegen onder anderen Tomislav Nikolic van de Servische Radicale Partij (srs). Tadic staat bekend om zijn pro-Europese houding, terwijl Nikolic de banden met Rusland probeert aan te halen en weinig onder de indruk lijkt van potentiële sancties van de EU. Deze week heeft de Servische regering een actieplan aangenomen waarin staat welke maatregelen ze zal nemen als ze geconfronteerd wordt met een unilaterale onafhankelijkheidsverklaring van de Kosovo-Albanezen. Het document valt echter onder het staatsgeheim, waardoor onbekend is of Belgrado zal streven naar het behoud van het noorden, en of het daarbij bereid is geweld te gebruiken.

Tijdens de onderhandelingen tussen Belgrado en Pristina in de afgelopen maanden is een mogelijke opdeling van Kosovo in een Servisch en een Albanees gebied reeds de revue gepasseerd. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zei in augustus tijdens een bezoek aan de twee steden dat hij een splitsing acceptabel vond als oplossing van het conflict, mits beide partijen hiermee zouden instemmen. Ook andere regeringsvertegenwoordigers bespraken de optie tijdens hun ontmoetingen met de leiders van de Serviërs en de Albanezen. Het idee werd echter al snel van tafel geveegd door zowel Belgrado als Pristina, omdat geen van beide partijen bereid was een deel van Kosovo op te geven.

De mogelijkheid is de afgelopen maanden ook sterk gekritiseerd door vele politiek analisten, diplomaten en internationale organisaties. Zij argumenteerden dat het verleggen van de grens langs etnische lijnen het uitgangspunt van een multi-etnisch en tolerant Kosovo omver zou werpen. Daarnaast zou het een gevaarlijke voorbode kunnen zijn van grootschalige wijzigingen op de topografische kaart van de Balkan. Als de Serviërs zich op etnische gronden kunnen afsplitsen van een onafhankelijk Kosovo, wat houdt andere etnische minderheden in het gebied dan nog tegen hetzelfde te doen? Er wonen Albanezen in Servië, Montenegro en Macedonië. Mogen zij zich dan ook losmaken van deze staten, en zich misschien zelfs bij de Albanezen van Kosovo en Albanië voegen? En de Serviërs in Republika Srpska (Bosnië-Herzegovina), kunnen die zich dan weer herenigen met Servië? De Kroaten in Bosnië met Kroatië? De Bosnische moslims in Servië met Bosnië?

‘Een Slecht Idee’, schrijft de International Crisis Group met hoofdletters in haar laatste Kosovo-rapport. Ideologieën over een Groter Albanië en een Groter Servië zullen sterk worden gevoed door een opdeling van Kosovo in twee mono-etnische gebieden. En wat te denken van de enclaves? Meer dan de helft van de Serviërs in Kosovo (in totaal zo’n 115.000 mensen, ongeveer zes procent van de totale bevolking) woont ten zuiden van de Ibar. In een Kosovo dat beroofd is van het noordelijke gebied zal misschien geen plaats meer zijn voor deze overgebleven Serviërs, die er vaak al generaties lang wonen. Internationale hulporganisaties hebben zich de afgelopen jaren al voorbereid op een mogelijke exodus van Serviërs uit Kosovo.

Hoewel Servische politici niet snel publiekelijk zullen toegeven dat ze bereid zijn de enclaves op te geven als ze daarmee het noorden kunnen behouden, galmt dit idee toch door de straten van Kosovo. ‘Ik denk dat 98,5 procent voorstander is van opdeling’, zegt een Servische student in Noord-Mitrovica. ‘Het is beter om een deel van je lichaam op te geven om te kunnen overleven, dan het deel te behouden en vervolgens te sterven.’ Steeds meer beginnen de Serviërs in de enclaves te beseffen dat ze er alleen voor staan. ‘We zijn een volk dat zich heel erg verbonden voelt met de staat’, zegt Nenad Talic uit Strpce. ‘Maar onze connectie met Belgrado is allang verbroken. Wij kunnen in dit deel van Kosovo niet meer overleven, er is hier helemaal niets voor ons. Ik denk niet dat we hier over tien jaar nog zijn.’

Afgelopen week schakelde de kersvers gekozen premier van Kosovo van het Albanees over op het Servisch toen hij het onderwerp van de minderheden aanhaalde in een toespraak tot het Kosovaarse parlement. ‘Mijn regering zal speciale aandacht schenken aan de rechten van minderheden’, zei Hashim Thaçi in zijn eerste speech als premier. ‘We zullen werken aan een Kosovo waarin alle burgers zich gelijk en veilig voelen.’ Maar op de Serviërs in de enclaves heeft deze geste weinig indruk gemaakt. Zij hebben er geen vertrouwen in dat een voormalige leider van het Kosovo Bevrijdingsleger (uçk) hun rechten zal respecteren in een onafhankelijk Kosovo. ‘Hoe kunnen wij leven in een land dat bestuurd wordt door oorlogsmisdadigers?’ zegt een lerares in het Servische deel van Orahovac, een van de weinige enclaves die er nog zijn in het westen van Kosovo. Volgens haar moeten zij en haar landgenoten vrezen voor de toekomst. ‘We leven op kleine eilandjes, omsingeld door haaien.’

…………………………………………………………………………………………………….
Kosovo en de EU

Nu de onderhandelingen tussen Belgrado en Pristina zijn stukgelopen en het statusoverleg binnen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in een impasse is geraakt, zijn alle ogen op de Europese Unie gericht. Als de lidstaten het aan het eind van deze maand eens zijn over een missie naar Kosovo, betekent dit impliciet een fiat voor een unilaterale onafhankelijkheidsverklaring van de Kosovo-Albanezen. Als de EU, net als de Verenigde Staten, bereid is om een onafhankelijk Kosovo in de toekomst te erkennen, is officiële toestemming van de Veiligheidsraad niet meer noodzakelijk. De steun van de VS hebben de Kosovaren maanden geleden al gekregen.

De EU is echter nog verdeeld over de kwestie. De meeste landen, waaronder Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland lijken voorstander van een Europese missie. Cyprus, Spanje, Slowakije, Griekenland en Roemenië hebben hun zorgen geuit over de mogelijke precedentwerking die de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van de Kosovo-Albanezen kan hebben op andere separatistische bewegingen in Europa.

Belgrado heeft woedend gereageerd op het feit dat de Kosovo-Albanezen de Veiligheidsraad lijken te kunnen omzeilen in hun streven naar onafhankelijkheid. Premier Kostunica noemde een toekomstige EU-missie ‘illegaal’ zolang deze niet tot stand is gekomen door een nieuwe VN-resolutie, en dreigde de afgelopen weken met politieke, diplomatieke en economische repercussies tegen iedere Europese lidstaat die met een erkenning van een onafhankelijk Kosovo de territoriale integriteit van Servië ondermijnt.