Langste tijd

Als Nederlandse politici zien of merken dat een Amerikaanse president veel baat heeft bij blogs, twitter, Hyves, MySpace en dat soort zaken, dan imiteert hij dat.
Als journalist volg je dat even, maar je merkt al gauw: er staat niets in wat het vermelden waard is. Het is partijpraat, geklets, gebabbel.
En het is juist dat gezever dat het vertrouwen in de democratie ondermijnt.
De tweets van Maxime Verhagen stellen bijvoorbeeld niets voor: ‘Ministerraad begint zo.’ Of: 'Op weg naar Amsterdam voor de nieuwjaarsreceptie van Hare Majesteit de Koningin in het paleis op de Dam.’ Of: 'Eerste overleggen op ministerie achter de rug. Na telefonische contacten de afgelopen weken is het goed om met elkaar om de tafel te zitten.’
Hier spreekt een minister van Buitenlandse Zaken. Iemand die gaat over dood of leven.
De politieke tweets en de blogs ontberen geest, visie, eruditie. Obama laat zijn blogs en tweets maken - in ieder geval in verkiezingstijd - door gespecialiseerde pr-jongens en meisjes. Literair begaafd met een groot gevoel voor politiek.
Dan krijg je teksten die invloed uitoefenen.
Ik vrees dat Wouter Bos zijn blog zelf schrijft en ik neem aan dat Verhagen zelf tweet. En dan zie je inderdaad het resultaat van waterige persoonlijkheden. Ze schrijven met lijm aan de handen en dopen hun pen in slappe thee.
Ik schrijf dit terwijl op het nieuws wordt gemeld dat de grote invloedrijke kranten weer in oplage gedaald zijn. Dit is al jaren het geval en al jaren luidt de analyse hetzelfde: de krant is iets voor ouderen, jongeren willen geen krant, maar halen hun nieuws van internet waar ze ook de nieuwsanalyse vandaan kunnen halen.
Het paradoxale is dat de jeugd wellicht minder kranten leest, maar meer en beter van het nieuws op de hoogte is dan wij dertig jaar geleden. Kranten hebben derhalve hun bestaansrecht verloren, maar het is of niemand die conclusie aandurft. De jeugd ziet geen correlatie tussen het lezen van een krant en het voordeel dat je daarvan hebt in je leven - waarschijnlijk omdat dat voordeel er niet is. Rondstruinen op internet biedt dat voordeel wel, en dat doen ze dan ook.
Kranten hebben dus waarschijnlijk hun langste tijd gehad en politici beseffen dat.
Ik schreef het eerder: je hebt alleen iets - als politicus - aan een groot interview in De Telegraaf en iets mindere mate de Volkskrant en in nog mindere mate NRC Handelsblad (alleen handig als je door serieuze mensen serieus genomen wil worden) - en dat is het dan. De rest is liefdadigheid, zoals elke voorlichter je kan vertellen.
Toch denk ik dat kranten nog een reden van bestaan hebben. Maar dat vergt risico. Kleine kranten kunnen blijven voortbestaan als ze zich wat meer zouden opstellen als persoonlijkheid. De krant moet weer een Mijnheer worden. Of een Mevrouw. Hij of Zij moet een leider zijn, een voorganger, een goeroe. Hij moet een manier van leven vertegenwoordigen. Wil ik elke dag een intellectueel in huis of Gordon? Een intellectueel? Prima, maar dan moet ik daar als lezer de consequentie uit trekken en daar duizend euro per jaar voor over hebben en niet driehonderd euro per jaar, zoals nu. En dan moet mijn Leider iets speciaals bieden. Wilt u dat?
In mijn café waar ik dagelijks kom, noteerde ik laatst dat bijna alle bezoekers een gratis krant meenamen. In die krant stond niet noemenswaardig ander nieuws dan in de Volkskrant. Er werd in die gratis krant ook niet beter of slechter geschreven dan in de Volkskrant. Ik dacht: waarom zou ik dan nog de Volkskrant houden?
Dat die kranten meegenomen werden moet ik voorlopig als een 'positief signaal’ interpreteren.