Film

Langzaam drijvend in de vreemde wereld

Film: ‹Anything Else› van Woody Allen

De wereld is voor Woody Allen veranderd in een vreemd universum. Op zijn vertrouwde Manhattan zit het er niet meer in om onbezorgd naar de film te gaan of onder de brug naar Brooklyn te praten over de liefde. Nee, in de nieuwe, gevaarlijke tijd haast Allen zich naar de oorlogswinkel met een boodschappenlijstje: een tweedehands geweer van Russische makelij, waterzuiveringstabletten, vishoeken, een kompas en, misschien het belangrijkste, een zaklantaarn die niet zal zinken in het geval van verloren-zijn op open zee.

De symboliek van de zaklantaarn raakt de kern van Allens huidige neurose. In Anything Else is zijn personage David Dobel, onder wijzer en schrijver van teksten voor komieken, de weg kwijt. Langzaam drijvend in de vreemde wereld heeft Dobel een dood punt in zijn leven bereikt. Dat vormt de aanleiding voor zijn vriendschap met een jonge collega-schrijver, Jerry Falk (Jason Biggs), die in een crisis zit vanwege zijn relatie met de sexy Amanda (Christina Ricci).

Dobel adviseert Falk gevraagd en ongevraagd over van alles en nog wat, voornamelijk over hoe hij zichzelf kan beschermen tegen de vreselijkste gevaren. Dobel is een overlevingsgek. In zijn ogen ligt er van alles op de loer in de straten van de stad: geesten uit het verleden, bijvoorbeeld de beulen van de Gestapo die de joden deden geloven dat ze naar douches werden geleid, en uit het heden, bijvoorbeeld twee agressieve skin headtypes die Dobel van een parkeerplaats in het centrum beroven. Maar ondergaat hij dit alles lijdzaam? Nee! Dobel slaat terug! Hij pakt een moersleutel en vernielt de auto van de patsers.

Absurdisme, nihilisme en paranoia kenschetsen meer dan ooit Woody Allens kijk op de wereld in het alleraardigste, doch net niet helemaal geslaagde Anything Else. Dat laatste komt doordat de hoofdverhaallijn — Falks relatie met Amanda — niet dramatisch genoeg is. De thematische connectie tussen een mislukt seksleven en artistieke impotentie is te voorspelbaar.

Hiertegenover staat dat Allen goed op dreef is als regisseur, scenarist en acteur. New York ziet er prachtig uit. De film is gefotografeerd door Darius Khondji, bekend vanwege zijn werk in de seriemoordenaarsfilm Se7en (1995). De mooie beelden bieden het decor voor de geniale dialoog tussen Dobel en Falk. Tijdens een wandeling door Central Park verklaart Dobel dat hij het heeft gehad met de wetenschap. Dobel: «Neem de quantummechanica. Biedt die theorie echt de sleutel? Ik bedoel, wanneer ik aan iemand vraag hoe laat het is, krijg ik als antwoord: ‹Zes kilometer.› Wat moet ik daar nou mee?»

Het is alsof Dobel een buitenstaander is geworden in een nieuwe wereld die hij niet kan doorgronden. Tegen het einde waart de geest van Albert Camus rond in de film. Net als Meursault in Camus’ L’Etranger moordt Dobel. Hij schiet een verkeersagent neer. Tegenover Falk toont hij nauwelijks berouw over wat hij heeft gedaan.

Cynisme is troef bij Dobel. Angst, zegt hij, is iets normaals, aangezien de mens nu eenmaal bedoeld is een bang wezen te zijn. Gezien de tijdgeest — eerst de aanslagen van 11 september en nu de verschrikking van «Irak» — raakt Dobel/Allen de juiste snaar. Wie weet waar het naartoe gaat met de mensheid, mag het zeggen. En dat is het punt. Het leven is vreemd, zegt Falk tegen een taxichauffeur, die wijs repliceert: «Just as anything else.»

Te zien vanaf 20 mei