Esther Gerritsen, Normale dagen

Langzaam lezen

Esther Gerritsen

Normale dagen

De Geus, 219 blz., e 18,90

In haar nieuwe, derde, roman schrijft Esther Gerritsen over een bekend fenomeen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Zij heeft er ruim tweehonderd pagina’s voor uitgetrokken, en het is bijna ondoenlijk om het hier – binnen het bestek van een recensie – terug te brengen tot wat het is. Het is gecompliceerd. Normale dagen is ook een gecompliceerde roman. Niet heel fijn om te lezen, in de zin van dóórlezen, wel fijn om een beetje bij te suffen en over na te denken. Alsof zijzelf, of haar uitgever, er ook niet helemaal zeker van was of dat wat ze wil vertellen wel duidelijk zou overkomen, wordt in het begeleidende persbericht een heel exposé uit schrijfsters mond opgetekend. Dat exposé is zo mogelijk nog gecompliceerder dan het boek: «In plaats van het verliezen in het monomane – door de onmogelijkheid om te kiezen, de onmogelijkheid om gedachten te negeren, te vergeten – wil ik nu graag de worsteling laten zien om daar niet aan toe te geven.»

Lees dan gewoon het boek maar, dat ondanks zijn moeilijkheidsgraad sterker en communicatiever is dan haar eerdere werk, Bevoorrecht bewustzijn (2000) en Tussen Een Persoon (2002), waarin het gepeuter op de vierkante millimeter voor namelijk verveelde.

Misschien is de essentie van deze ro man het best te benaderen via een om weg, en wel via een ander genre. De schrijfster heeft voor haar verhaal zelf ook zo’n soort omweg ingelast. In de roman volgen we toneelschrijfster Lu cie, die voor een paar dagen terugkeert naar het grootouderlijk huis op het Gelderse platteland. Ze is opgegroeid op de boerderij, bij haar opa en oma. Toen ze ging studeren en wonen in de grote stad is ze misschien nog één weekendje terug geweest, maar daarna nooit meer. Het enige contact bestond uit de wederzijdse verjaardagskaarten. Als haar oma haar op een dag belt om te zeggen dat haar opa doodziek is en het niet lang meer zal maken, is ze drie jaar niet meer bij hen op bezoek geweest. De omweg in het boek wordt gevormd door de verwijzingen naar het toneelstuk waar Lucie aan werkt, en de biografie van de Oklahoma City Bomber die ze daarvoor leest. De hele roman door worden verbanden gelegd of ge suggereerd tussen de weder waar dig heden van deze Timothy McVeigh en de situatie waarin Lucie bij haar grootouders terechtkomt.

Nu de omweg van de recensent. Al zou je het op grond van het onderwerp denken, Normale dagen is géén document humain-achtig boek over het sterven van een (groot)ouder. Kenmerkend voor dat genre is de humanistische blik waarmee teruggekeken wordt naar de jeugd, een mengeling van liefde en schaamte, ergernis en tederheid, die uit is op herkenning en ontroering bij de lezer. In Normale dagen gaat het op een meer filosofisch niveau over afstand en be trokkenheid, loyaliteit en verraad. Lucie is haar grootouders ooit min of meer ontvlucht, en heeft om aan hen een reactie te ontlokken nooit meer wat van zich laten horen. Dit heeft een nog grotere ergernis opgeleverd: de reactie bleef uit. Als ze na jaren weer een voet over de drempel zet, stoot ze opnieuw gewoon haar teen tegen de emmer die altijd al op de deel stond, blijft haar oma ge woon televisie kijken en wordt ze ge woon verwelkomd met de woorden «moet je nog eten».

Normale dagen is in feite het verslag van een capitulatie. Lucie ontdekt dat de mensen die door haar vriend als «cu rieus» worden bestempeld, de mensen die geen tekst hebben en wier «gesprekken» altijd volgens een vast stramien verlopen, óók de mensen zijn bij wie zij hoort. Al was het maar omdat zij in hun ogen bij hen hoort: «Langzaamaan was ze hier weer een vanzelfsprekende aanwezigheid geworden. Zonder dat ze zich daar nog tegen verzette. De normale uren waarin het leven van haar grootouders zich afspeelde, waren ook voor haar aangebroken. De uren waarin geen en kele bijzonderheid als bijzonderheid mocht worden aangemerkt kregen vat op haar.»

Eenmaal vatbaar voor het «normale» krijgt Lucie ook oog en oor voor de betekenis van loze mededelingen, rituele han delingen en stuurs zwijgen. Het afscheid van haar grootvader voltrekt zich dan ook geheel in stijl, beleefd en met weinig woorden: «En zo wilde ze het ook. Met die beleefdheid gaf ze hem zijn waardigheid terug.»

Normale dagen is, nogmaals, een ro man die niet onmiddellijk verleidt tot doorlezen, en niet helemaal helder is – de ongetwijfeld metaforische strekking van de Oklahoma City Bomber geloof ik eerlijk gezegd wel – maar die langzaam en onontkoombaar vat op je krijgt. Net als de hoofdpersoon kun je als lezer niet anders dan op een bepaald moment capi tuleren en oog krijgen voor het drama. Want een drama ís het, in alle stilstand, zwijgzaamheid en boertigheid.