Lanzmanns vervolg op ‘shoah’

Tsahal is de nieuwe film van Claude Lanzmann, de maker van Shoah. Lanzmann kwam naar Venetie om zijn gloednieuwe kopie zelf in te leiden. Zijn ingetogen maar onontkoombare aanwezigheid bij de projectie maakte iets duidelijk van het fenomeen Lanzmann en zijn werkwijze. De kopie met de Engelse ondertitels had hij zelf nog niet kunnen zien; die was direct vanuit het laboratorium naar Venetie gevlogen. Een 35 mm film van vijf uur kun je ook niet zomaar even tegen het licht houden om te zien of alles er op staat. Lanzmann was zichtbaar ontdaan van het feit dat de namen van de mensen die in zijn film worden geinterviewd, niet in beeld verschenen. Een handvol naamkaartjes moet bij de ondertiteling door de druk van de deadline voor het festival over het hoofd zijn gezien. De ontsteltenis van Lanzmann wijst op het belang dat hij hecht aan de personen in zijn film. De relatie tot zijn geinterviewden lijkt op die van een speelfilm- of theaterregisseur met zijn acteurs. Zij maken het drama en verdienen daarvoor de juiste credits.

Het ontbreken van de namen tastte de begrijpelijkheid van de film geen moment aan. Lanzmann laat zijn protagonisten zo uitvoerig aan het woord en ze kunnen zoveel over zichzelf vertellen dat die namen best kunnen worden gemist. Misschien zijn ze zelfs overbodig, maar voor Lanzmann was het een aanslag op zijn gevoel voor zorgvuldigheid en perfectie. En uiterste nauwgezetheid lijkt heilig in de optiek van Lanzmann. De verantwoordelijke in het laboratorium zal zich dan ook moeten hoeden voor de heilige toorn van de schepper van de film.
Lanzmanns presentatie maakte ook duidelijk hoezeer zijn persoonlijkheid, zijn lijfelijke aanwezigheid, een rol speelt bij de intimiteit van de door hem gevoerde interviews. Als een droevig-vriendelijke orang-oetan omhelsde hij de zaal met trage en brede armgebaren. Een kromming in zijn rug lijkt permanent te zeggen: ik luister.
Tsahal is enerzijds een logisch vervolg op Shoah, maar anderzijds een bijna tegengesteld andere film. Ging Shoah over de schapen die naar de slachtbank werden geleid, Tsahal gaat over het principe van oog om oog, tand om tand. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het gaat over: ik steek een oog uit voordat mij een oog wordt uitgestoken. Tsahal gaat over het Israelische leger (Tsahal is de Hebreeuwse afkorting van de naam van de strijdkrachten) en er zijn momenten in de film die lijken op de bioscoopreclames voor de marine of de landmacht die je bij ons tussen de Camel- en Magnum- spots door kunt zien. Israelische soldaten krijgen ruim de tijd om te vertellen waarom hun leger het beste is, waarom zij de beste soldaten zijn en waarom zij de beste tanks maken. Lanzmann bezoekt een tankfabriek en laat zich schijnbaar de ideale tank aanpraten als was het een tweedehands auto.
Maar Lanzmann heeft de tijd. Langzaam schuift hij vanuit de heldenverhalen over alle gewonnen oorlogen en de spectaculaire vergeldingsacties steeds iets verder naar het heden. Het duurt denk ik zeker vier uur voordat de eerst Palestijn in beeld komt, maar dan blijft hij met de van Shoah bekende vasthoudendheid doorvragen. Minutieus toont hij hoe het Israelische leger van de Gaza- strook een Orwelliaans perfecte militaire dictatuur had gemaakt. Zijn laatste interview is met een koppige religieuze kolonist in een bezet gebied. Hier botsen twee harde hoofden tegen elkaar. Lanzmann vertelt hem ongezouten zijn visie op het nederzettingenprobleem, maar sluit zijn opponent tenslotte ontroerd in de armen.
Als film is Tsahal even precies, degelijk en zonder opsmuk (geen muziek, geen ‘vlotte’ montage) gemaakt als Shoah. Toch is het niet moeilijk om te voorspellen dat de ontvangst van deze film heel anders zal zijn. De zeer emotionerende hoofdpersonen van Shoah zijn niet te vergelijken met de soms erg zelfingenomen militaire helden van Tsahal. Lanzmanns partijdigheid is in het geval van Tsahal minder vanzelfsprekend dan dat bij Shoah het geval was. En misschien wel daarom is Tsahal een moedige en boeiende film. Een film om het mee oneens te zijn, maar niet een film om ongezien te laten.