Lapjeskombers ‘zuid-afrika gaat eindelijk op afrika lijken’

De Nederlandse auteur Henk van Woerden en de Zuidafrikaanse wetenschapper Vernie February keerden beiden min of meer als balling het Zuid-Afrika van hun jeugd de rug toe. Een dubbelgesprek over het Zuid-Afrika van toen, nu en morgen. Over de verdrongen zwarte nannies en de nieuwe thema’s in de literatuur.

Vernie February, Zuidafrikaan, sinds 1963 wonend in Nederland, is een groot kenner van de talen en culturen van Zuid-Afrika. Hij is als wetenschapper verbonden aan het Afrika-Instituut van de Rijksuniversiteit Leiden en tevens buitengewoon hoogleraar Afrikaans-Nederlands aan de Universiteit Weskaapland.
Tien jaar voordat Vernie February als balling naar Nederland reisde, vertrok het Nederlandse gezin Van Woerden naar de Kaap. Onlangs verscheen de roman Moenie kyk nie (Nijgh & Van Ditmar) waarin schilder-auteur Henk van Woerden de lotgevallen beschrijft van een jongen die als kind naar de Kaap emigreert, daar opgroeit en op volwassen leeftijd naar Nederland terugkeert. Het boek is inmiddels genomineerd voor de Libris-literatuurprijs.
Van Woerden: ‘De hoofdpersoon uit mijn boek is uit Europa vertrokken en daardoor afgesneden van zijn vertrouwde omgeving. Hoewel zijn karakter daar ook een rol in speelt, wordt zijn isolement versterkt door de omstandigheden. Door zijn ervaringen, door de afschrikwekkende apartheid, wordt hij gedwongen de wereld op afstand te houden. Hij wil niet deelnemen en hij kan ook niet deelnemen.’
De ervaringen die hem daartoe dwingen, worden in het boek meer gesuggereerd dan uitgewerkt.
Van Woerden: 'Ik vind geweld in literatuur niet zo interessant, evenmin als seks trouwens. Voor zover dit soort gebeurtenissen mij zelf zijn overkomen, heb ik ze vereenvoudigd. Maar geweld komt wel degelijk aan bod: het geinstitutionaliseerde geweld op school, de ruwheid van de sport. De jongen voelt zich er niet in thuis. Hij is niet zo fysiek ingesteld als de gemiddelde Zuidafrikaanse blanke.’
Verschilde de wijze van omgang tussen zwart en blank in de stad van die op het platteland?
Van Woerden: 'In de provincie Kaap waren er gemoedelijke omgangsvormen, hoewel de hierarchie er ook was- en nog steeds is er de dubbele toegang tot het huis van de dokter in Stilbaai. Maar belangrijk was dat op het platteland en aan de rand van de stad blanke kinderen vaak door zwarten werden opgevoed. Totdat je twaalf jaar was, fungeerden zwarte nannies als substituut-moeder. Dat schiep een heel wezenlijke band tussen blanken en zwarte Zuidafrikanen. Maar die relatie werd uiterst schizofreen na je twaalfde jaar.’
February: 'Henk kwam van buiten en ik ben van binnenuit uiteindelijk naar buiten gegaan. Ik kom uit Somerset-Wes, niet ver van Stellenbosch. De leefwijze daar was bijna liberaal te noemen. De mensen waren wel gekwalificeerd als kleurlingen, boeren, blanken of Engelsen, maar de omgang was tamelijk ongedwongen. Tot 1948 kwamen nog gemengde huwelijken voor, daarna was het verboden. Dat leverde een heel schizofrene toestand op. De apartheidswetgeving klopte eigenlijk niet met de gemoedsgesteldheid. Blanke Afrikaners en kleurlingen woonden ook naast elkaar. Alleen de Engelsen leefden gescheiden, die woonden tegen de bergen en keken neer op de kleurlingen en de blanke boeren. Het leven als jong kind was tamelijk ongecompliceerd, maar op je veertiende of zo ging je steeds meer dingen zien: de verziekte omgang, het paternalisme, politieagenten die zwarte mensen slaan. En dan kom je in de problemen met jezelf en je omgeving. Je hebt dan drie mogelijkheden: je isoleert je, je sluit je aan bij verzetsgroepen of je gaat dingen doen die moeilijkheden of zelfs ballingschap opleveren. Op die manier zijn Henk en ik in dezelfde situatie terechtgekomen, alleen langs verschillende wegen.
Ik herinner me ook de opvoeding door nannies. Dat verliep heel natuurlijk. Als blanke vrouwen niet genoeg moedermelk hadden, gaven ze hun baby over aan een zwarte vrouw. Maar als het kind twaalf was, hield het ineens op, dan was de blanke baas en de zwarte vrouw meid.’
Van Woerden: 'Eigenlijk een heel extreme inwijdingsrite. Precies op die gekke leeftijd, dat bezorgde heel wat Zuidafrikaanse blanke jongens een flink trauma.’
February: 'Twaalf jaar is ook de leeftijd waarop alle andere Zuidafrikaanse bevolkingsgroepen een ritualisering meemaken. Alle volkeren ter wereld hebben dat, alleen westerlingen eigenlijk niet. Interessant dat zo'n ritualisering of initiatie uitgroeit tot een probleem. De uitstoting van de zwarte wordt een trauma.’
Van Woerden: 'Ik durf wel te beweren dat in het onderbewustzijn van de meeste blanke Zuidafrikaanse mannen tot voor kort een zwarte vrouw zat.’
February: 'Ik herinner mij een blanke Zuidafrikaan die op een Culture and South-Africa-congres in Amsterdam in 1986 ongeveer hetzelfde zei. Dat er door die gedwongen scheiding van zijn nanny een zwarte schaduw over zijn bestaan was gekomen.’
Van Woerden: 'Dat gevoel kennen veel blanke Zuidafrikanen. Op school werd hier hoogstens schertsend over gesproken, nooit in een diepgaand gesprek. Typerend ook wat Vernie zei over hoe de Afrikaans sprekende blanken en zwarten naast elkaar leefden, terwijl de Engelsen tegen de bergen waren aangeplakt. Weinig mensen weten dat er een even grote strijd bestond tussen de talen - het Engels, de oude koloniale taal tegenover het Afrikaans, dat zich wilde definieren als het nieuwe cultuurbezit - als tussen de volken.’
February: 'Ik wil nog verder gaan. Veel blanken die Afrikaans spraken, waren als gevolg van de Anglo-Boerenoorlog arm en zonder werk. Veel van hen leefden in golfplaathuisjes langs de spoorwegen. Alleen dank zij de overheidsmaatregel van job reservation konden zij werk krijgen. De beter gesitueerde boeren en zwarten keken neer op deze derde categorie van arme verpauperde blanken.’
Van Woerden: 'In feite is de apartheid gecreeerd voor de arm-blanken. De kleurgrens werd zichtbaar waar arm en arm op elkaar stuitten. De apartheid is gecreeerd om arm-blank te bevoordelen ten koste van arm-zwart.’
Welke rol speelde het onderwijs bij het agressief worden van de apartheid?
Van Woerden: 'Het onderwijs is in zekere zin gemilitariseerd. Vanuit de erfenis van het Engelse kolonialisme was het gebruikelijk dat je op school in een uniform rondliep. Er waren kadetten, er werd gemarcheerd, getrompetteerd, zoals ik ook in mijn boek beschrijf.’
February: 'Dat wegdrukken van trauma’s geldt trouwens ook voor zwarte Zuidafrikanen. Er is een gedicht van Adam Small over de lijdensweg van zijn eveneens donkergekleurde vrouw, die zeven maanden zwanger was en niet in de bus mocht zitten, dus hing zij daar aan een riem. Dat trauma, zo helder verbeeld. Meestal werden die trauma’s weggemoffeld of aangeduid via een omweg. Voel jij ook die schizofrenie van aan de ene kant de verknochtheid aan het Zuidafrikaanse landschap, bijna alsof het een vleesgeworden ding is, en aan de andere kant de confrontatie met wat er van dat land geworden is, de brutalisering ervan?’
Van Woerden: 'Ja. Ik heb me aan dat gevoel proberen te onttrekken, al die twintig jaar dat ik weer in Europa leefde, maar het is me niet gelukt. Dat landschappelijke verlangen brengt ook Breytenbach in zijn werk tot uitdrukking.’
February: 'In Europa ben ik er ook achter gekomen dat de Zuidafrikaanse taal maar een gedeelte van mijn land is. Het biedt je wel een vorm om de geschiedenis te beschrijven, maar een vorm die bij voorbaat vals is.’
Van Woerden: 'Wat me op mijn Zuidafrikaanse school het meest verbaasde, was dat je er geen zwarte taal te leren kreeg. De schat aan orale overlevering binnen die culturen werd op veilige afstand gehouden.’
February: 'Geen van de inheemse talen is ooit op Zuidafrikaanse scholen gedoceerd. En ook niets van de geschiedenis van die volken.’
Van Woerden: 'De geschiedenis moet sowieso worden herschreven.’
February: 'Ik merk aan mijn dochtertje hoe snel jonge kinderen vreemde talen leren. Ze hoeft een Italiaans liedje maar een paar keer te horen en ze zingt het mee. Kun je nagaan hoe snel kinderen in Zuid-Afrika Zulu en Xhosa en Sotho zullen leren.’
Van Woerden: 'Je bent wel optimistisch.’
February: 'Ja. Ik heb er met landgenoten van velerlei schakeringen over gesproken. Er is zoveel goede wil. Alleen al het feit dat Mandela zegt: “Al moet ik op mijn knieen gaan voor Buthelezi, we moeten samen een nieuw Zuid-Afrika opbouwen.” En dat Mandela De Klerk heeft meegesleept. Want niet De Klerk heeft Mandela bevrijd, maar Mandela zelf, lang geleden al, in de gevangenis.’
Breyten Breytenbach lijkt minder optimistisch. Volgens hem zijn in Zuid-Afrika de traditionele waarden van zelfbeheersing, ingetogenheid en respect voor andermans gebruiken en overtuigingen weggevaagd.
February: 'In West-Afrika hebben mensen enorm geleden onder slavernij en overheersing door de Engelsen. Toch zeiden Westafrikanen ook: “I’m going to the Island this year”, en dan bedoelden ze Engeland. Vergeet niet, tolerantie is het voornaamste kenmerk van de Ubuntu, een humaniserend levensproces en een kernbegrip voor de Afrikaan. Dit beginsel heeft er ook voor gezorgd dat er tot nu toe relatief weinig geweld is gebruikt door zwarten tegen blanken.’
Van Woerden: 'Ja, dat is opvallend. Toch kan ik die vergevingsgezindheid van Mandela en anderen niet goed vatten. Denk maar eens aan het volledig met de grond gelijk maken van District Ses. Die vergevingsgezindheid is iets magisch.’
February: 'Daarom heb ik hoop voor mijn land. Ik weet dat ik deel uitmaak van een magische cirkel, een spiraal die haat grotendeels buitensluit. Er is geen bijltjesdag geweest en ik geloof ook niet dat die zal komen. Democratie is ook maar een woord. Maar als ik wil dat ik me veilig voel, dan moet ik ervoor zorgen dat iemand anders ook rustig slaapt, dat hij net zo'n veilig gevoel heeft als ik. Het geweld is verschrikkelijk, maar ik zie openingen. Tijdens een bijeenkomst van het Skrywersgilde in Bloemfontijn werd ik benaderd door een boer die mij toevertrouwde dat hij lid van de veiligheidspolitie was geweest. Eigenlijk een schurk dus, maar hij ontwapende mij door te zeggen: “Oboet, mag ik jou Oboet noemen?” Dat betekent zoiets als “vader”. Hij wilde me de hand schudden en dat heb ik gedaan. Dit soort gebeurtenissen geven me toch hoop. Ben jij minder optimistisch?’
Van Woerden: 'De ene dag ben ik hoopvol gestemd, de andere dag niet. Wat me hoop geeft, is het ontstaan van een nieuwe bourgeoisie onder de jeugd. Die gaat met elkaar om op een manier die in mijn tijd ondenkbaar was. Als je zo'n gemengde discotheek binnenloopt - je weet echt niet of je nu in een discotheek in Dusseldorf of Arnhem of Kaapstad bent. Ja, de mensen dansen er wat beter. Maar die hele rassenproblematiek is voor die jeugd tussen de zestien en eenentwintig helemaal geen probleem. Ze denken aan heel andere dingen. Aan bezit voornamelijk, het is wel allemaal heel materialistisch geworden, maar dat heeft zo zijn voordelen. De mensen willen vergeten. Ze laten zich ineens voorstaan op dat kleine beetje donkere bloed dat misschien door hun aderen kruipt. Of ze beweren dat de apartheid ze altijd al heeft tegengestaan. Misschien hypocriet, maar het geeft toch hoop.’
February: 'Ik weet niet of het alleen maar hypocriet is. Kijk, mensen hebben de apartheid altijd gezien als repressiemiddel voor zwarten, maar het werkte ook als zodanig voor blanken. Vandaar dat blanken ook opluchting voelen.’
Van Woerden: 'Ja, daar zit veel in. Men concentreert zich hier te veel op de lunatic fringe, op die groepjes van oude racisten. Dat is voor Nederland herkenbaarder dan de dingen waarover we het hier nu hebben. De Nederlandse media blijven maar terugkomen op de Afrikaner Weerstandsbeweging, maar die zijn echt volstrekt achterhaald, die vertrekken straks allemaal naar Paraguay.’
Vernie February zei zojuist dat 'democratie maar een woord’ is, maar het is toch ook een traditie?
February: 'Jawel, maar we moeten niet doen alsof de Europeanen die traditie hebben uitgevonden. We kennen die ook uit onze oude Afrikaanse traditie, in vormen van rechtspraak. Het is juist zo interessant om te zien hoe al die verschillende tradities van Zuid- Afrika bij elkaar zullen komen. En ach, die grote stoere blanke mannen op paarden - Eugene Terr’ Blanche kan niet eens op zijn paard blijven zitten, die viel tijdens een landdag van ultra-rechts op zijn gat!’
Van Woerden: 'Eugene Terr’ Blanche beantwoordt aan ieder cliche'beeld dat van de Afrikaner bestaat. Maar hij is uit de tijd, niemand in Zuid-Afrika neemt hem nog serieus. Het is soap, soap met echte geweren weliswaar, maar het blijft soap. De aandacht zou moeten uitgaan naar wat er wezenlijk gebeurt, naar de langzame cultuurveranderingen die plaatsvinden.’
Zal het ANC die ontwikkelingen sturen of bijsturen?
February: 'Ik ben niet zo bang voor dirigisme. Als er een volk is dat is gesteld op polemiek dan zijn het wel de Zuidafrikanen. Sommigen denken dat het ANC de nieuwe culturele Gauleiter wordt, maar ik denk niet dat dat gebeurt. De ervaringen met de Nationale Partij hebben ons wel wijzer gemaakt. Je ziet nu al dat doordat de Afrikaanse talen zich kunnen ontwikkelen, Zuid- Afrika steeds meer op Afrika gaat lijken. Johannesburg bijvoorbeeld lijkt al aardig op Freetown, met mensen uit Zaire en Marokko, mensen die niet eens Engels, laat staan Zuidafrikaans spreken. Zuid-Afrika kan door zijn vermenging van westerse en Afrikaanse elementen een heel interessant voorbeeld worden voor de rest van de wereld.
In termen van cultuur groeien de dingen naar elkaar toe. Aan het eind van een zeer emotioneel verlopen congres over racisme en taal trad er bijvoorbeeld een koor op van blanken, zwarten en kleurlingen, met liederen in het Zuidafrikaans, Engels en inheemse talen, alles met een ritmische schwung. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar geweest.’
Van Woerden: 'Heel hoopgevend vind ik de deelname van Buthelezi aan de verkiezingen. Maar waar ik nog meer hoop uit put, is dat de Derde Macht nu eindelijk is blootgelegd en dat het voor iedereen duidelijk is dat die echt bestond: dat er gesjoemeld werd, dat er op een wanstaltige wijze misbruik werd gemaakt van de veiligheid, van de roep om orde.’
February: 'De negotiated revolution is voor zover ik weet uniek in de wereld. Wat me wel bezighoudt is dat De Klerk toch moet hebben geweten van de nationalistische, repressieve machinerieen van politie en leger.’
Van Woerden: 'Hij moet het hebben geweten! Maar wat kon hij eraan doen? Hij werd deels door hen in het zadel gehouden. Zijn eerste taak is nu de politie te schonen, van boven naar beneden. Maar dat raakt wel alle zenuwen en er is het gevaar dat het land van het ene moment in het andere in de misere belandt. Hij heeft dus lang gewacht voordat hij het aandurfde.’
Wordt de nieuwe Zuidafrikaanse regering een harde regering?
Van Woerden: 'Ik neem aan van wel.’
February: 'Je zou toch denken: het ANC is voortgekomen uit strijd, en die strijd diende toch de vrijheid van mensen. Waarom zou het ANC dan repressief worden?’
Van Woerden: 'Naar mijn ongekwalificeerde mening - want ik ben schilder en schrijver en geen politiek commentator - is er in Zuid-Afrika een machtsvacuum ontstaan. Eigenlijk ligt de macht op straat. De nieuwe regering zal maatregelen moeten treffen om de macht weer naar zich toe te trekken. Daarbij komt dat men grote verwachtingen heeft van dit nieuwe bewind en dat die verwachtingen nooit waargemaakt zullen worden. En ik moet nog zien dat die teleurstelling niet uitloopt op rellen, systematisch geweld en frustraties.’
February: 'Ik denk toch dat er straks in de Zuidafrikaanse maatschappij dingen veranderen. En dat zal ook aan onze literatuur nieuwe impulsen geven. Tot op heden speelde apartheid, geweld en andere lelijke dingen toch wel een heel grote rol in de literatuur. Je kunt niet doorgaan met schrijven over zwarten die zonder reden worden opgepikt door de politie of over gemengd raciale stelletjes die van hun bed worden gelicht tijdens een vrijpartij. Er zullen nieuwe thema’s komen.’
Van Woerden: 'Vind je niet dat een volk aan zichzelf verplicht is een zo nauwkeurig mogelijke geschiedschrijving tot stand te brengen? En daarin speelt de strijd een belangrijke rol. Toen die strijd nog voortduurde, was zo'n geschiedschrijving moeilijk, omdat alle details en nuances afleidden van die legitieme strijd. Verwacht je niet dat de thematiek van de apartheid op een hele andere wijze in de literatuur aan de orde zal komen?’
February: 'Jawel. Maar er zal ook een verschuiving moeten plaatsvinden.’
Ontstaat de geschiedenis niet pas op het moment waarop hij wordt beschreven, gedetailleerd en met gevoel van verantwoordelijkheid? Is het boek van Henk van Woerden niet zo'n begin van de geschiedschrijving?
Van Woerden: 'Dat is aardig gezegd, maar te veel eer. Maar inderdaad, op het moment dat iets beschreven is, kan de geschiedenis weer zijn aanvang nemen. Wat er tot nu toe in bepaalde delen van Zuid-Afrika is gebeurd, valt met geen pen te beschrijven en dat hoeft ook niet. Als je de persoonlijke geschiedenis van de mensen beschrijft, is dat voldoende.’
February: 'Albie Sachs heeft er ooit op gewezen dat ANC'ers dan wel prachtige strijdgedichten hadden geschreven, maar dat niet vergeten mag worden dat strijders ook kunnen liefhebben. En dat is ook zo. Eigenlijk ben ik van mening dat er een bloeitijd voor Zuidafrikaanse schrijvers is aangebroken.’
Van Woerden: 'Dat denk ik ook. Die taalkwestie heeft natuurlijk ook eilandjes van schrijvers veroorzaakt. Zuidafrikaans schrijvende auteurs voelden zich Afrikaner schrijvers en schrijvers in de Zulu-taal voelden zich Zulu-schrijvers. Die verbrokkeldheid in de cultuur zal verdwijnen en er zal een tendens komen van de petite histoire, beschrijvingen van het persoonlijke leven. Voor een romantisering ben ik niet bang, want iedereen is zich er ten volle van bewust wat de feiten waren. Je hoeft alleen maar in te vullen waaruit je persoonlijke deel bestond. Dat aandeel is altijd ontkend, behalve door onze dichters.’
February: 'Op het platteland zijn oral histories heel belangrijk geworden. Je hebt grote vertellers als Jan Rawie en Abraham de Vries. Die verhalen geven een goede indruk van Zuidafrikaanse zeden en gebruiken. Aan dat soort literatuur blijkt behoefte te bestaan. De verscheidenheid van Zuid-Afrika zal worden opgemerkt. Ik noemde dat ooit “lapjeskombers”: mensen in de bergen snijden kleine stukjes stof van verschillende kleuren uit en maken daar een deken van. Mijn land is een prachtige lapjeskombers.’
Van Woerden: 'Dat was het al, maar de lapjes waren nog niet aan elkaar vastgenaaid.’
February: 'Mooi zou zijn: een warme lapjeskombers waarin iedereen toegeskulp daarin kan le.’