Ger Groot

Laps

In het septembernummer van Ons Erfdeel schrijft Elsbeth Etty een charmant artikel over bijfiguren in de literatuur. Misdeelde karakters zijn het, wier verborgen drama’s door de auteur achteloos worden behandeld, als het ondankbare decor van de zo veel interessantere hoofdfiguren. Zo’n rangorde is onvermijdelijk, want elke keuze voor een verhaallijn houdt de eliminatie van andere in. Ieder verhaal vereist zijn achtergrond en secundaire rollen.

Die wet garandeert tegelijkertijd wel de onuitputtelijkheid van de literatuur. Ieder schimmig karakter kan de ster worden in een nieuwe plot. Klassieke tragedies, schrijft Etty, vormden vaak de spin-off van bestaande mythen en librettoschrijvers van barok-opera’s wisten uit de zijlijnen van diezelfde tragedies of een handvol oudtestamentische perikopen avondvullende drama’s te puren. In Rosencrantz and Guildenstern are Dead maakte Tom Stoppard in recenter tijden twee obscure hovelingen uit Shakespeares Hamlet tot zijn focus, stap voor stap gevolgd terwijl de melancholieke prins achter de coulissen van Elsinore zijn machteloze monologen sprak.

De laatste tijd lijken schrijvers hun eigen bijfiguren te hebben verdrongen wanneer het om literaire uitwerking van hun gestalte gaat. Virginia Woolf spant als protagoniste van romans, toneel en films waarschijnlijk de kroon, maar ook Paul Celan zag zich eerder dit jaar tot het centrale karakter van een opera getransformeerd, en in Parijs loopt een toneelstuk over Michel Foucault, die ook al eens de hoofdfiguur was van een roman. Etty schrijft echter dat ze weinig op heeft met het genre van de vie romancée, dat ze nogal voorbarig «weinig meer in zwang» noemt. Van Joke Hermsens Woolf-roman Tweeduister liet zij in NRC Handelsblad in elk geval weinig heel.

Méér verwacht Etty van de fictionele biografie van romanfiguren, en als voorschot daarop schreef ze voor diezelfde krant drie portretten van literaire muurbloempjes: Multatuli’s Juffrouw Laps, Heijermans’ Kniertje en Bordewijks Joba Katadreuffe. Vooral de eerste twee zijn emblematische figuren, die zich echter ontpopten tot heel andere gestalten dan hun populaire Nachleben wil.

Juffrouw Laps is niet alleen de bigotte oude vrijster die in zedelijke woede ontsteekt wanneer zij zich biologisch tot de zoogdieren gerekend ziet. Ze is óók de buurvrouw die de kleine Woutertje Pieterse dronken voert en in haar bed probeert te krijgen, zo heeft Etty ontdekt. Dat maakt Laps volgens haar tot «één van de boeiendste vrouwenfiguren uit de negentiende-eeuwse literatuur». Vrij van overdrijving is dat niet, maar opmerkelijk is haar vondst wel. Zelf had ik geen enkele herinnering aan die passage, maar ik geloof haar op haar woord.

Die vergetelheid – niet alleen van mijn geheugen, maar ook van de hele literatuurgeschiedenis – heeft volgens Etty een eenvoudige verklaring. Gezwegen moest er worden omdat juffrouw Laps «als alleenstaande vrouw – o schande – wel eens zin had in seks». Die verdringing maakt haar in Etty’s ogen tot een geheime voorloopster tegen wil en dank van de vrouwenemancipatie, die in de bewust ongehuwde moeder Joba Katadreuffe haar bekroning vindt. Werkelijk verontwaardigd kan Etty dan ook niet zijn over wat ze niettemin Woutertjes aanranding noemt. De goede zaak geeft de kwade handeling een zekere noblesse mee, die echter allerminst onschuldig is. Ze wortelt in de neiging tot vergoelijking van het vrouwelijke handelen, waarin het feminisme zich een merkwaardige bondgenoot toont met de meest machistische traditie. Het kwaad dat vrouwen doen kan niet al te erg zijn, omdat het voor de één «maar» en voor de ander «dan toch maar» door dames wordt begaan.

Want stel dat de geslachtelijke rolverdeling omgekeerd gelegen had, zoals Etty die in de misbruikte Joba Katadreuffe aanklaagt. Zou die schanddaad zeker niet vergeten zijn, bij Woutertje gaat ze teloor in het cliché van de altijd willige man, dat deze in zo’n situatie eerder tot een bofkont dan een slachtoffer maakt. Ik geef toe, zelf ben ik aan dat geheime denkbeeld niet minder schuldig. Het verondersteld on traumatische van die aanrandingsscène vormde waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom ik hem glad vergeten was.