Lapwerk dromen met open ogen over arbeid en inkomen

Nederland moet een lage-lonenland worden. Ook de PvdA en de vakbeweging denken steeds meer mee in die richting. Althans, volgens PvdA-ideoloog Marcel van Dam. Nee, zegt Karin Adelmund, toekomstig PvdA-kamerlid en wellicht minister, er gaan juist steeds meer luikjes open. Er gloort zelfs een piepklein beginnetje van een basisinkomen. Van Dam: ‘Lapwerk!’

Minister Andriessen laat ten overstaan van televisiekijkend Nederland zeshonderd deskundigen brainstormen over de economie, en de werkgevers roepen in paginagrote advertenties dat Nederland ten onder gaat aan hoge loonkosten. Doel: de geesten rijp maken voor lagere lonen, snijden in de sociale zekerheid en minder bescherming van werknemers. Alleen zo kan Nederland de concurrentie van de ‘Aziatische tijgers’ weerstaan en gloort er weer volledige werkgelegenheid.
Dat scenario is niet alleen een sprookje, maar ook een ramp voor de samenleving, vindt Marcel van Dam. 'En wat mij nou zo verbaast en in toenemende mate stoort, is dat ook de PvdA en de vakbeweging daar in meegaan.’ Karin Adelmund, ex-vicevoorzitter van de FNV en straks PvdA-kamerlid of minister, neemt de uitdaging aan: 'De PvdA moet weer durven dromen met open ogen.’
In hun kritiek op de richting die het sociaal-economische debat op dit moment opgaat, zijn ze het roerend eens.
Adelmund: 'Volgens de redenering van werkgeversvoorman Rinnooy Kan ligt het aan het culturele klimaat van Nederland dat er geen volledige werkgelegenheid is. Er zou nu een Jan Salie-geest heersen.’
Van Dam: 'Rinnooy Kan zegt eigenlijk dat onze beschavingseisen omlaag moeten. Concurreren met de lage-lonenlanden door zelf een lage-lonenland te worden. Inderdaad, als je mensen maar arm genoeg maakt, vindt op den duur iedereen werk, al was het maar als dief. De discussie zou moeten gaan over wat voor samenleving je wil.’
Adelmund: 'Het kabinet weet geen ander antwoord te bedenken dan: minimumloon onder druk, ontslagbescherming afschaffen, geen regels meer voor uitzendarbeid, afschaffen van de algemeen-verbindendverklaring van de CAO’s. Ofte wel: laten we maar even alle schroeven losdraaien en kijken of het tot iets moois leidt.’
Van Dam: 'De zwakte in het verhaal van de werkgevers is dat zij ook tegen een radicale verdeling van de arbeid zijn, terwijl wij nu in feite anderhalf miljoen mensen een arbeidstijdverkorting van honderd procent opleggen.’
Adelmund: 'Als je de werkgevers hoort praten, is het alsof ze dagelijks opstaan en naar bed gaan met de zorg dat ze geen werk verschaffen aan ongeschoolden, de zogenoemde onderkant van de arbeidsmarkt. Die ongeschoolden zijn een smoes om de bodem uit het loongebouw te slaan, waardoor alle arbeid goedkoper wordt. Want wat blijkt, nota bene uit de eigen cijfers van Sociale Zaken? Het aantal ongeschoolden en het aantal ongeschoolde banen passen perfect op elkaar! Het probleem is dat vijfenzeventig procent van de banen op ongeschoold niveau wordt ingenomen door geschoolden. Voor academici is het begrip passende arbeid afgeschaft, waardoor ze na twee jaar werkloos-zijn ongeschoold werk moeten accepteren. Het cree"ren van banen voor midden en hoger geschoolden is misschien duurder, maar de samenleving heeft meer aan een milieutechnoloog dan aan drie straatvegers erbij.’
Van Dam: 'Maar zolang de totale hoeveelheid werk niet toeneemt, en de scholing wel, houd je die verdringing.’
Adelmund: 'Het leuke van Van Dam is dat hij kijkt naar wat er achter zit, in plaats van alleen naar wat het lijkt.’
Van Dam: 'Dat zeg je wel mooi, maar de sociaal-democratie en de vakbeweging laten zich net zo hard meesleuren in die hele tendens van nieuwe banen scheppen aan de onderkant, de kosten verlagen. De drijvende kracht achter de geboorte van de sociaal-democratie was toch “ons van de slavernij bevrijden?”’
Adelmund: 'De belangrijkste reden dat ik overstap van de vakbeweging naar de PvdA is dat ik er in de afgelopen vijftien jaar van overtuigd ben geraakt dat je een sterke sociale stroming in de politiek nodig hebt. Als je die niet hebt, is de vakbeweging het enige sociale geweten van de politiek, en dat houdt ze dus niet vol. Dan zet op den duur ook de vakbeweging zich alleen nog in voor de sterke werknemers, dan krijg je van die debatten over het teveel voortrekken van allochtonen.’
Van Dam: 'Waar het om gaat is dat geen enkele partij een oplossing, een perspectief heeft voor het fundamentele probleem van arbeid en inkomen.’
Adelmund: 'Ik vind dat je jezelf daarmee tekortdoet, als lid van de programmacommissie. In het partijprogramma dat er nu ligt, kiest de PvdA voor bescherming van de minima. Dat is heel bijzonder hoor, in deze tijd waarin iedereen roept: geef ze een schop onder hun hol. Andere partijen laten die minima vallen onder het motto dat ze ooit wel een keer aan de beurt komen voor een baan. We stellen inkomen niet boven arbeid en arbeid niet boven inkomen. En dat vind ik dus heel knap. Voor je het weet ben je het kwijt hoor, Marcel, dus ik zou er maar flink je poot op zetten.’
Van Dam: 'Nou, dat vind ik niet zozeer knap alswel normaal fatsoen. Je zegt daarmee eigenlijk dat iedereen recht heeft op een leven. En je moest eens weten hoeveel moeite het gekost heeft om er enige relativering over volledige werkgelegenheid in te krijgen. Als het gelegen had aan de mensen die het in de PvdA voor het zeggen hebben -ik zie ons nog in die vergaderingen zitten -dan was iedere twijfel over volledige werkgelegenheid en iedere verwijzing naar een basisinkomen uit het programma gehaald. En jij haalt dat opkomen voor de minima nu naar voren, maar er is verder toch niemand die dat echt uitvent?’
Adelmund: 'Maar ik heb me toch een doos vuurwerk meegenomen, jongen!’
Van Dam: 'De produktiviteit van een groep mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, dat vreselijke jargon, is onvoldoende om het minimumloon te kunnen verdienen. En dat komt niet door te hoge premies of belastingen, want hun produktiviteit haalt ook het netto-minimumloon niet. Als je dan tegelijkertijd wilt vasthouden aan dat minimum, en dat wil ik, kun je eigenlijk maar een ding doen om die mensen toch kans op werk te geven, en dat is hen een loonkostensubsidie meegeven in de vorm van een basisinkomen. Maar men wil niet eens experimenteren. Er ligt nu dat plan van die kunstenaars…’
Adelmund: 'Ja, daar zou je kunnen starten.’
Van Dam: 'Die mensen zeggen zelf: geef ons vijftig procent van het minimumloon, en de rest scharrelen we er zelf wel bij, al dan niet als kunstenaar. Ga daar dan op in en beschouw het als studie. Maar nee, de ideologie blijft: wie niet werkt, zal niet eten.’
Adelmund: 'Ik wil wel nadenken over een basisinkomen. Het goeie is dat het de uitkeringsgerechtigden er weer bij trekt, maar ik zie het voorlopig niet als oplossing. Ik heb het liever over een gegarandeerd minimum. Het basisinkomen wordt ook bepleit door mensen die betaalde arbeid vies vinden, omdat het bijdraagt aan milieuvervuiling. En je had altijd die grote vrouwenorganisaties die het zagen als vorm van huishoudloon, waarmee je dus de bestaande arbeidsdeling vastlegt. Bovendien geef je het creeren van meer werkgelegenheid dan te snel op.’
Van Dam veert op: 'Ja maar…’
Adelmund: 'Dat doe jij dus nie-iet!’
Van Dam: 'Het is niet bedoeld om mensen af te kopen, maar juist om het werk radicaal te kunnen herverdelen. Als je mensen een niet al te hoog basisinkomen geeft, zal de neiging blijven bestaan om dat aan te vullen. En er is heel veel behoefte aan relatief korte banen, al was het maar op piekuren de telefoon aannemen bij de Vara.’
Is dat ook de reden dat u meer voor een basisinkomen bent dan voor radicale herverdeling in de vorm van een vijfurige werkdag? Met zo'n basisinkomen als loonkostensubsidie cree"er je extra werk.
Van Dam: 'Vroeger was ik voorstander van de vijfurige werkdag, maar als collectieve maatregel ben ik daar van teruggekomen omdat je dan ook schaarse arbeidskrachten verplicht om kort te werken, en dat kan de economie niet hebben.’
Adelmund: 'Een vijfurige werkdag is nu ook niet het debat. Je moet flexibiliseren door het arbeidsleven heen, deeltijdarbeid stimuleren, verlofregelingen, inspelen op de culturele trend dat mannen nadrukkelijk mee willen delen in het opvoeden van de kinderen. En daarnaast collectieve arbeidstijdverkorting waar mogelijk. Maar daarmee hebben nog niet alle mensen een baan, en dan ben je dus weer bij de basisinkomendiscussie. Een algemene invoering is echter te duur. En als je het laag houdt, gaan de huidige uitkeringsgerechtigden er op achteruit. En voor je het weet, legt het de bestaande arbeidsdeling vast.’
Van Dam: 'Als je alle uitkeringsgelden en allerlei belastingfaciliteiten in een pot zou gooien…’
Adelmund: 'Hadden we maar een dictatuur, bedoel je.’
Van Dam: 'Nee, terwille van de redenering. Als je dat doet, krijg je een bedrag waarmee het te financieren is, op termijn.’
Adelmund: 'Maar ik zie het gezicht van Kok op het moment dat jij het over een basisinkomen hebt. Als Kok het woord basisinkomen hoort, denkt hij direct aan de mensen die voor een minimuminkomen zich de hele dag te pletter moeten werken, terwijl anderen het dan gratis krijgen. Zo werkt dat bij iemand uit de vakbeweging.
Ik zie wel een tussenvorm. Er wordt, naast de AOW, die je in dit verband niet mee moet tellen, zo'n zeventig miljard besteed aan uitkeringen, tegenover 1,6 miljard voor banenpools, het Jeugdwerkgarantieplan enzovoort. Wat een vreemde verhoudingen! Je kunt een deel van dat uitkeringsgeld besteden aan activering.’
Van Dam: 'Zodat ze in het beste geval een baan krijgen waardoor een ander werkloos wordt.’
Adelmund: 'Nee, het gaat om werk scheppen, maatschappelijk nuttige banen creeren. Ook als PvdA hebben we het hoofdstuk arbeid veel te veel overgelaten aan werkgevers en werknemers.’
Van Dam: 'Er is een principieel verschil met een basisinkomen. Bij die Jeugdwerkgarantieplannen en banenpools ga je er toch van uit dat de discrepantie tussen dat minimum en de produktiviteit van hele groepen mensen tijdelijk is.’
Adelmund: 'Maar soms is het ook tijdelijk. Het vervoerbedrijf heeft steeds meer geld over voor de conducteur, omdat deze zichzelf blijkt terug te verdienen, al zal er bij sommige taken altijd overheidsgeld bij moeten. Maar die activering waar jij het over hebt, is dus al aan de gang.’
Van Dam: 'Lapwerk, lapwerk! Het curieuze is dat alle nieuwe dingen altijd beoordeeld worden op hun vermeende negatieve gevolgen en nooit worden afgewogen tegen de negatieve aspecten van de bestaande situatie. Het feit dat wij anderhalf miljoen mensen verplichten tot falen, omdat we ze blijven achtervolgen dat ze weer aan het werk moeten, terwijl er geen werk is!’
Adelmund: 'Iets concreets. Op dit moment beslissen consulenten bij de RBA’s, de vroegere arbeidsbureaus, op hun eentje dat mensen niet meer bemiddelbaar zijn. En niemand in Den Haag durft er z'n vingers aan te branden, want dan zouden ze de volledige werkgelegenheid ter discussie stellen. Wij hebben net gisteren in de Federatieraad -het hoogste niveau binnen de vakbeweging - besloten dat iemand die drie jaar bemiddeld is en niet aan de bak komt, ervoor mag kiezen om niet meer door het arbeidsbureau lastig gevallen te worden, geen sollicitatieplicht meer heeft en toch een volledige uitkering houdt. Daarmee hebben we dus een klein luikje opengemaakt, maar als je wist hoeveel debatten dat kost! En dat luikje staat ook in het PvdA-verkiezingsprogramma open.’
Van Dam: 'Maar waarom doet de partij dan in godsherejezusnaam mee met het in gebreke stellen van uitkeringsgerechtigden? Doorlopend.’
Adelmund: 'Maar dat ben ik helemaal met je eens! Lang voor ik op die lijst ging staan, heb ik al tegen de PvdA gezegd dat ze als de sodemieter moest gaan uitdragen dat die mensen met uitkeringen ook bij je horen, in plaats van het alleen te hebben over fraude. Waar zijn je historische wortels als je uitkeringen als iets geprivilegieerds gaat voorstellen?’
Van Dam: 'Doorlopend! Daar kan ik mij zo vreselijk over opwinden!’
Adelmund: 'Ik vind dat de PvdA weer moet dromen met open ogen. Kijk, die WAO was natuurlijk een kanjer van een leerproces en de vraag is dan of je je paraplu gaat opsteken en samen met de anderen in het midden gaat schuilen, wachtend op de volgende dreun, of dat je je nek uitsteekt. Vanuit de periode-Den Uyl bestaat nog steeds een angst voor idealen, omdat de PvdA toen zo op haar bek is gegaan. Als reactie op die idealen kwam het cijferfetisjisme van de afgelopen tijd. Ik hoop van harte dat er nu een nieuwe periode aanbreekt, waarin er weer gedroomd kan worden. De verhoudingen zijn heel broos, ik heb nu een paar keer bij die vergaderingen gezeten en het is een veld vol mijnen en zwarte gaten, maar er is een wankel bruggetje om te gaan, en dat is het verkiezingsprogramma.’
Van Dam: 'Maar de manier waarop dat op papier gekomen is…’
Adelmund: 'Je moet altijd vechten, Marcel, maar je hebt toch nooit gedacht dat je niet moet vechten?’
Van Dam: 'Het is een zichzelf versterkend mechanisme: het electoraat is vanwege een gebrek aan perspectief zo mobiel geworden dat partijen steeds minder risico durven lopen, waardoor ze nog minder perspectief bieden. Een acceleratie van volkomen verlamming: niks doen, niks zeggen, want als ik wat zeg, zouden ze wel eens kunnen weglopen.’
Adelmund: 'Ik zie een lijst die anders is samengesteld. Ik zie een verkiezingsprogramma. En ik zie dat we in een tijd zitten waarin het op keuzen aankomt. Wie blijft schuilen in het midden zal verliezen, en ik hou niet van verliezen.’
Van Dam zakt met een zucht achterover in zijn stoel: 'Ik zie nog geen bezieling.’
Adelmund springt op: 'Nou, ik ben bezield hoor!’