Menno Hurenkamp

Lariekoek

«Er zijn grenzen aan de lariekoek», liet Joop den Uyl zich in 1985 ontvallen in reactie op de vraag of het geloof een verzekering tegen geluk is. Geloof was voor Den Uyl een lege en gevaarlijke huls geworden. VVD’er Ayaan Hirsi Ali zou het hem nu nazeggen, PvdA-leider Wouter Bos vermoedelijk niet. Daarmee is vooral aangetoond dat je geen parallel kunt trekken tussen 1985 en 2004. Den Uyl verzette zich tegen de arrogantie van de christenen. Van de militante moslims kun je zeggen dat ze hun mannetje staan, maar voor de hele groep geldt dat je er beduidend meer zielenpoten dan strijdbaren tussen ziet. Logisch dat een progressief geen haast heeft om de moskeeën te sluiten. Te meer daar de discussie over de scheiding tussen kerk en staat pathetische trekken aanneemt. Met staatshoofden en regeringsleiders die zich in hun verklaringen al decennia uitdrukkelijk op een God beroepen is de neutrale staat in Nederland een fictie. Daarom verschillen de opvattingen hierover van CDA-premier Jan Peter Balkenende en bijna-PvdA-premier Job Cohen ook niet. Opvallend is dat Cohen en Jacques Wallage zich meer dan Bos de liberale flak over die scheiding tussen kerk en staat aantrekken. We zien twee voormannen van het joodse smaldeel van de PvdA die zich door een Somalische vluchtelinge de les laten lezen over de Tweede Wereldoorlog. Allicht dat grotestadsbestuurders praktischer zijn dan parlementariërs en dus met ze botsen over pragmatische oplossingen (beter gescheiden zwemmen dan niet zwemmen). Maar je kunt in de aanval op Cohen (volgens Hirsi Ali een «spookrijder in de geschiedenis») en Wallage ook een naijleffect van het afrekenen met de oude politieke correctheid zoeken. Nu negatieve dingen over migranten gezegd mogen worden, moet het ook afgelopen zijn met de Tweede Wereldoorlog als ijkpunt.

Het betekent dat onze moraal verandert. Andere conflicten uit andere delen van de wereld sluipen de Nederlandse publieke ruimte in. We meten goed en kwaad minder af aan 1940-45, en meer aan New York, Madrid en de woestijn achter Mogadishu. Dat suggereert een kosmopolitischer moraal dan voorheen — maar met de moslims als nieuwe Duitsers, leider ohne Wirtschaftswunder, zal dat tegenvallen. Mij gaat het er hier om dat net als de staat ook het publieke debat niet neutraal is. Hirsi Ali heeft terecht de emancipatie van migrantenvrouwen hoog op de agenda gezet. De vereenzaamde en verarmde bejaarden, óók een doelgroep, missen intussen een fanatieke woordvoerder. Kracht van argumenten geeft niet de doorslag. Je moet het ook kunnen brengen.

Terwijl deze betrekkelijkheid van formele politieke leerstellingen voor iedereen zichtbaar is, hoeft er toch maar dít te gebeuren en een columnist of een gewone gelovige verklaart een of andere tekst of wet heilig. Maar een inhoudelijke dialoog heeft weinig aan dweperige opvattingen over de rol van religie, staat en publieke ruimte. Die zijn, als elk religieus standpunt, zo makkelijk te bestrijden dat ze de steun voor de vlagverbrandende aanhangers van de Arabisch-Europese Liga en soortgenoten eerder aanwakkeren dan wegnemen. Juist in de openheid van de Nederlandse politieke cultuur schuilen de mogelijkheden om antidemocraten te doen sneuvelen: neem ze serieus en ze vallen in hun eigen zwaard.