Larry Harvey, 11 januari 1948 – 28 april 2018

Hij was de geestelijk vader van een festival van anarchie en chaos in de woestijn. Met in het centrum een brandende man.

Vraag honderd bezoekers om Burning Man te omschrijven en je krijgt honderd verschillende antwoorden. Vrijstaat, cultureel experiment of internet in vlees en bloed – het is niets van dat alles en alles tegelijk.

Dat is precies wat geestelijk vader en mede-oprichter Larry Harvey voor ogen had: Burning Man is wat je erin wilt zien. Een leeg doek, een ritueel zonder maatschappelijke context. Uitleg niet vereist, deelname verplicht. Alleen het einde van het jaarlijkse festival in de woestijn in Nevada staat vast: de rituele verbranding van een metershoge in elkaar getimmerde Man.

Larry Harvey en zijn broer groeiden op als adoptiekinderen op een kleine boerderij nabij Portland, Oregon. ‘Een liefdevol maar beklemmend keurslijf’, zo omschreef zijn broer het gezin. Harvey zag de wereld anders dan de mensen om hem heen, maar het ontbrak hem aan een passende uitingsvorm. Hij voelde zich altijd al een buitenstaander en zocht zijn heil in de literatuur.

Even diende hij in het leger en kortstondig proefde hij van het universitaire leven. Teleurgesteld in de ‘bekrompenheid’ van zijn professoren haakte hij af. Hij meanderde door de Verenigde Staten en streek in 1969 neer in San Francisco. In het kunstenaarsklimaat en de geest van de jaren zeventig vond hij een omgeving die hem paste. Hij verslond boeken, onderwees zichzelf in de filosofie, en scharrelde een inkomen bij elkaar als onder andere taxichauffeur en tuinman.

De eerste Man die hij bouwde was bijna tweeënhalve meter brandbaar afval lang. Het was de zomer van 1986 en het vuur aan Baker Beach, met uitzicht op de Golden Gate Bridge, bleek een impuls die de rest van zijn leven zou tekenen. Een intiem gezelschap was getuige van het vuur; wat vrienden, zijn vijfjarige zoon en een zooitje toeschouwers dat op het vuur af kwam. ‘Het was alsof er een tweede zon op de aarde neerstreek’, zou Harvey er later over zeggen. Het vuur had op hem en het publiek een magische aantrekkingskracht.

De verbranding werd een jaarlijks ritueel van een week tijdens de zonnewende. De Man groeide met de hulp van kunstenaars en bouwers elk jaar in meters en de aanloop naar het vuur werd een gebeurtenis die ontstond door deelname, geen evenement voor toeschouwers. Die week groeide er een alternatief universum: een wereld buiten de radar van de maatschappij waar sociale normen en de mores van de kapitalistische wereld niet golden.

De paradox van Harvey: regels om creativiteit te laten vloeien

Radicale zelfexpressie, radicale inclusiviteit en radicale zelfbeschikking leiden de Burners, zoals bezoekers zichzelf noemen. Voor geld, merken of commercie is, op één café na, op Burning Man geen plek. Het is een week van ‘gifting’, van weggeven. Iedereen geeft weg, op een manier die hem of haar past. Het levert elk jaar weer een eclectische verzameling voedsel, kunst en geestverruimende ervaringen en middelen op. Een vaste programmering is er niet, het script van de week ontstaat ter plaatse.

Parallel aan Burning Man groeide Silicon Valley. Beide braken met conventies, beide geloofden in cocreatie, in zelfredzaamheid en een platform als sociaal bindmiddel. De twee zijn met elkaar vervlochten, door overtuiging en geschiedenis. Ze vinden elkaar in de behoefte het onmogelijke mogelijk te maken.

Een bezoek aan Burning Man is in de techhub een vorm van professionele ontwikkeling. Van Facebooks Mark Zuckerberg tot Amazons Jeff Bezos: ze zijn allemaal onderdeel van het experiment in de woestijn. Larry Page, de oprichter van Google, noemde het festival ‘een veilige plek waar ondernemers kunnen experimenteren buiten de maatschappij’. In de schoot van het festival ontstonden de eerste ideeën voor de zelfrijdende auto. Ook Solar City, de energiemaatschappij van Elon Musk, is een kind van Burning Man.

Het festival verhuisde in het begin van de jaren negentig naar Nevada en de bezoekersaantallen groeiden van een paar honderd naar meer dan zeventigduizend. Groeipijnen waren er ook voor Harvey: onmin met zijn medeoprichters, wapenincidenten en een verkeersdode.

Harvey professionaliseerde het evenement: hij legde infrastructuur aan en zorgde voor beveiliging. Het was de paradox van zijn fantasiewereld: regels om creativiteit te laten vloeien. Hij deed wat nodig was om het festival te laten bestaan.

Harvey, te herkennen aan zijn beige hoed, was altijd toegankelijk. Hij genoot van de anarchie en chaos van zijn geesteskind. Hij leefde bescheiden en woonde vrijwel zijn hele volwassen leven in hetzelfde kleine appartement in San Franciso waar hij verbleef toen hij de eerste Man in vlam zette. In 2013 bracht hij Burning Man onder in een non-profitorganisatie. Hij bleef betrokken en kreeg als titel ‘chief philosophical officer’.

Begin april werd Harvey getroffen door een zware beroerte, hij overleed een kleine maand later.