Poëzie over de oorlog in Irak

Last call, motherfucker

De Amerikaanse dichter/soldaat Brian Turner treedt in de voetsporen van de war poets uit de Eerste Wereldoorlog. De Iraakse dichteres/journaliste Dunya Mikhail ontvluchtte Saddams censuur. Wat betekenen hun gedichten voor het thuisfront?

ZOLANG DE MENS er is, zal er oorlog zijn, maar ook poëzie. Het bekendste oorlogsgedicht is misschien wel In Flanders Fields van war poet John McCrae, dat de ‘poppies’ (klaprozen) in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog beschrijft. Een klaproos in een loopgraaf als dé metafoor voor de mens.
Aan het begin van de vorige eeuw heerste er een culturele traditie waarin het gewoon was om gebeurtenissen en ervaringen in verzen te gieten. In de bloemlezing Het lijf in slijk geplant (2008) schrijft Geert Buelens dat er voor, tijdens en na de Grote Oorlog onnoemelijk veel lyriek is verschenen. De gedichten spraken zowel voor (propaganda) als tegen (ontluistering) de oorlog. Behalve de pas later beroemd geworden Angelsaksische war poets, zoals Wilfred Owen en Siegfried Sassoon die hun pen naast hun geweer hanteerden, schreven ook thuisblijvers, verpleegsters, generaals, piloten en priesters hun commentaar op de oorlog in dichtvorm.
Maar de tijden zijn veranderd. Nu doen soldaten verslag van de oorlog via sms, e-mail, Twitter of weblogs. Toch is er over de meest recente oorlog in Irak ook de nodige poëzie geschreven. Vorige maand waren Brian Turner (VS) en Dunya Mikhail (Irak) in Rotterdam voor het veertigste Poetry International Festival. Veteraan Turner (1967) was zeven jaar in dienst bij het Amerikaanse leger en zat in Bosnië en Irak, waar hij een jaar lang een infanteriebataljon leidde. Mikhail (1965) is geboren in Bagdad en beschouwt de oorlog in Irak vanuit een ander perspectief. Zij vluchtte in 1996 naar de VS omdat ze op Saddam Hoesseins lijst van gezochte personen stond, wegens onwelgevallige publicaties voor The Baghdad Observer.
Waarom kiezen zij voor het medium poëzie om hun oorlogservaringen te openbaren? Wat is de functie van deze oorlogspoëzie over Irak? Moeten wij telkens gewaarschuwd worden voor de verschrikkingen van oorlog of is meekijken over de loop van een soldaat genoeg?
Brian Turner: ‘Als ik terugkwam van een missie schreef ik met een rode lamp – om mijn uitgeputte medesoldaten niet te storen – in mijn dagboek. Gedichten kwamen te voorschijn. Het was geen therapie, een catharsis bleef uit. Daarvoor heb je een bepaalde afstand nodig en die was er niet. Zelfs als je sliep voelde je de druk.’ In Irak ging Turner instinctief te werk, nu beseft hij dat hij wil getuigen: ‘De journalistiek kan belangrijke informatie bieden, maar communiceert niet op een emotioneel niveau. Poetry of witness is cruciaal om emotioneel contact te maken met het thuisfront van burgers én militairen. Ik hoop dat ik voor hen een plek creëer om de oorlog te ervaren.’
Zijn bundel Here, Bullet (2005) bevat treffende beelden die we niet kennen van CNN of het NOS Journaal. Zo visualiseert Baghdad Zoo hoe er een hilarische chaos ontstond toen de dierentuin van Bagdad leegliep door bombardementen en plunderingen. ‘An Iraqi northern brown bear mauled a man/ on a street corner, dragging him down an alley/ as shocked onlookers shouted and threw stones. (…) A gunner watched a lion chase down a horse.’ Via Turners blik door de Leupold Scope (langeafstandstelescoop) of de NGV (nachtkijker) krijgen we bovendien zicht op de dappere Irakezen die te midden van angst en geweld de was doen, zout winnen of wapens onder de toonbank verhandelen.
De taal van Turners poëzie brengt de oorlog dichtbij, waar deze vaak op een afstand blijft. Naast militair jargon – ‘Talk the guns’ (het vuur openen), RPG’s (Rocket Propelled Grenades), Y-incision en Highway 1 – bestaan de gedichten uit simpele, korte maar doeltreffende zinnen. Sommige citaten, opgetekend uit de mond van militairen, zijn zo indringend direct dat onbegrip en afschuw in één keer afdalen naar de onderbuik. In Body Bags beschrijft Turner hoe soldaten kijken of er nog levenden onder de doden zijn. ‘Wondering who these strangers are/ who would kick the bodies’ hard feet saying/ Last call, motherfucker. Last call.’
Het woord ‘stranger’ is hier veelzeggend. In Irak ondervond Turner dat hijzelf de vijand was. ‘Ik praatte met de Iraakse bevolking met een geweer in mijn handen. De vlag op mijn schouder verraadde mijn identiteit, ik was een vertegenwoordiger van een veroverende macht. Deels uit schuldbesef wil ik met mijn poëzie nu iets terugdoen.’
Turner is zich ervan bewust dat hij zich in de traditie van de Angelsaksische war poets begeeft. Voordat hij tekende bij het leger behaalde hij aan de Universiteit van Oregon zelfs een master-titel in het schrijven van poëzie. Toch is het niet hierom vanzelfsprekend dat de veteraan ook oorlogspoëzie zou gaan publiceren – met een roman of een film zou hij een groter publiek kunnen bereiken en meer geld verdienen. ‘Ik heb veel oorlogsromans en films gezien, die hebben altijd een verhaal. Het platoon gaat op een missie en er raakt een soldaat gewond. Dan vindt er transferentie van identiteit plaats, eigenlijk raakt de kijker of lezer gewond. Bijna altijd is er een bepaalde spanningsboog en loopt het goed af. Maar in Irak kon ik geen spanningsboog vinden. Mijn missie bestond uit een zandzee van verveling, gekraterd door korte, explosieve momenten van extreem geweld; angst en adrenaline gierden door mijn lijf. Daarna weer verveling. Elk moment stond los van het andere, er was geen connectie. Toen ik ging schrijven kon ik geen verbinding maken, ik zag geen samenhang, geen narratief. Poëzie is het beste voertuig om het ritme en de adem van de oorlog over te brengen.’
Turner gaat in zijn werk een culturele dialoog aan. De arrogante Amerikaanse legertaal is in zijn bundel versneden met de zoete pracht van veel Arabische woorden. Ook bestaan de motto’s uit citaten van beroemde Arabische dichters. Sommige gedichten, zoals Notes From an Iranian Prisoner of War Camp, zijn bovendien geschreven vanuit het perspectief van tolken en andere locals die hij in Irak ontmoette.

‘MAAR WAAROM GAAT een dichter het leger in?’ vraagt de Iraakse journaliste Dunya Mikhail zich af. Al sinds haar dertiende schrijft zij Arabische poëzie en tijdens de Iran-Irakoorlog verschenen haar eerste kritische oorlogsgedichten. ‘In de Arabische wereld luisteren de mensen naar poëzie’, zegt ze. Door de metaforische en symbolische aard van haar gedichten bleef ze lange tijd ongrijpbaar voor de censuurpolitie van Saddam Hoessein. Totdat ze na de Eerste Golfoorlog gedwongen werd te vluchten, terwijl ze werkte voor de literaire bijlage van een Iraakse krant. ‘De poëzie heeft toen letterlijk mijn leven gered. Een vriend veranderde het beroep op mijn paspoort van journalist in dichter. Mede daardoor kon ik het land verlaten om op een poëziefestival in Jordanië op te treden. Vandaar ben ik naar de VS gevlogen.’
Binnen de Arabische poëzie is Mikhail uniek. Allereerst omdat ze de oorlog beschrijft vanuit het perspectief van een moeder, een geliefde of een kind. Ten tweede verkondigt zij – in tegenstelling tot veel mannelijke Arabische oorlogsdichters – geen verheerlijking van de strijd. Haar poëzie is cryptisch en ironisch. Het titelgedicht van haar bundel The War Works Hard (2006) personifieert de oorlog als een goedlopende, hardwerkende maar meedogenloze machine: ‘How magnificent the war is!/ How eager/ and efficient!/ Early in the morning,/ it wakes up the sirens/ and dispatches ambulances/ to various places,/ swings corpses through the air, (…) The war works with unparalleled diligence!/ Yet no one gives it/ a word of praise.’
Mikhail wil tegenwicht bieden aan de catastrofe van oorlog: ‘Ik probeer het tragische van de oorlog om te buigen in iets esthetisch. Oorlogspoëzie kan je soms even verlossen van oorlog, maar maakt je ook bewuster van de verschrikkingen ervan. Uiteindelijk helen gedichten geen wonden, zij houden ze voor eeuwig open.’ Hoewel Mikhail volstrekt anti-oorlog is, probeert ze de lezer niks te leren: ‘Ik zie oorlogspoëzie als een röntgenfoto, ze laat je het probleem zien en nodigt je uit te begrijpen.’
Haar gedichten zijn voor een westerling soms moeilijk op waarde te schatten. Ze bevatten simpel ogende herhalingen en zijn bij vlagen wel erg naïef en sentimenteel. Zo schrijft Mikhail in The Prisoner: ‘She doesn’t understand,/ the prisoner’s mother doesn’t understand/ why she should leave him/ just because/ “the visit is over”.’ Of is deze gespeelde onschuld een symbolische manier van verzet? Dan rijst opeens het beeld van een vrouw die zich mentaal niet bij de oorlog wil neerleggen.
An Urgent Call is veel directer en met recht urgenter. Het betreft een reactie op het nieuws over de soldate Lynndie England, die in 2004 voor de militaire rechtbank moest verschijnen. Terwijl England zwanger was, zag de hele wereld op enkele foto’s hoe ze zich schuldig maakte aan Amerikaanse martelpraktijken in de Abu Ghraib-gevangenis. Mikhails oproep is een aanklacht, geschreven vanuit woede en onbegrip. ‘Take a sick leave/ and release your baby/ from your body,/ but don’t forget/ to hide those terrible pictures,/ the pictures of you dancing in the mud. (…) You don’t want your child to cry out:/ The prisoners are naked…’
Dat de uitzonderlijkheid van Turners en Mikhails oorlogspoëzie voornamelijk voortkomt uit het onderwerp van de oorlog in Irak, is nog geen vrijbrief om er niet door geraakt te worden. Op een muzikaal en emotioneel niveau stellen deze gedichten vragen over de grenzen van humaniteit. Poëzie laat zien, met de woorden van Turner, ‘how light defines us’.

Geert Buelens, Het lijf in slijk geplant. Gedichten uit de Eerste Wereldoorlog. Ambo, 685 blz., € 49,95; Brian Turner, Here, Bullet. Alice James Books, € 17,90; Dunya Mikhail, The War Works Hard. Carcanet Press, € 18,80


De uit Irak afkomstige schrijver, columnist en dichter Rodhan Al Khalidi (1971) publiceerde drie dichtbundels in het Nederlands. Hij vluchtte in 1998 naar Nederland om zijn dienstplicht te ontwijken. Pas in 2007 kreeg hij zijn verblijfsvergunning dankzij het generaal pardon. De herfst van Zorro werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2007. In zijn werk speelt de oorlog in Irak slechts zijdelings een rol.
De Nederlandse militairen in Afghanistan lijken vooralsnog weinig op te hebben met poëzie. Sinds 2007 bestaat er een ‘literair trainingskamp’ dat is ontstaan uit een samenwerking tussen Defensie en de Volkskrant. Schrijver en embedded journalist Arnon Grunberg gaf een cursus aan soldaten en officieren, die het advies kregen om vooral op te schrijven wat er tijdens hun uitzending is gebeurd. Het resultaat is een reeks prozaïsche ooggetuigenverslagen waarvan enkele op internet staan. In november 2009 verschijnt hiervan een bloemlezing samengesteld door Noël van Bemmel, Uruzgan-correspondent van de Volkskrant. Daar zit (nog) geen poëzie bij…