Lastenverlichting

De PvdA wordt willoos meegesleurd in het neoliberalisme van het paarse kabinet. De strijd tussen klassieke sociaal-democraten en sociaal-liberalen lijkt nu al in het voordeel van de laatsten beslecht. En dus vliegt de lastenverlichting over de schutting van het loongebouw.
‘DIT WORDT EEN doodgewoon kabinet’, zei Wim Kok bij zijn aantreden als minister- president. En inderdaad, net als in voorgaande kabinetten dreigt de PvdA ook in het paarse kabinet bij het begrotingsoverleg geisoleerd te raken. Inzet van het meningsverschil is in eerste instantie de bestrijding van de werkloosheid door middel van een lastenverlichting, waarvoor in het regeerakkoord dit jaar 4,5 miljard gulden is gereserveerd. In wezen gaat het echter om een veel omvangrijker vraagstuk.

De besteding van de lastenverlichting wordt door de coalitiepartners steeds openlijker gekoppeld aan een verdere onttakeling van het sociale-zekerheidsstelsel en daarmee van het belangrijkste beginsel van de PvdA sinds de oprichting in 1946. Dit besef lijkt maar langzaam door te dringen, en nog blijven sommigen onverbeterlijk optimistisch. Voorzitter Felix Rottenberg speculeerde op RTL5 zelfs op een samengaan van PvdA, D66 en VVD in een nieuwe volkspartij. Je vraagt je af hoever de partij nog moet ‘ingroeien’ in de burgerlijke samenleving voordat zij in haar iets meer dan honderdjarige bestaan de volledige cirkelgang heeft voltooid: van 'De staat verdrukt, de wet is logen’ via de verzorgingsstaat weer terug naar een afwijzing van de staat, maar nu uit neoliberale motieven. Het concurrentie-evangelie heeft de twee andere partijen in het kabinet alvast stevig in zijn greep, compleet met een bijbehorend koeterwaals dat deels aan de woningbouw en deels aan de zoologie lijkt ontleend. Door het 'loongebouw’ flexibeler te maken komt er weer 'trek in de schoorsteen’ (D66-minister Wijers) en een verdere afslanking van onze 'vervette verzorgingsstaat’ moet voorkomen dat we onze 'animal spirit’ nog langer verstikken (Bolkestein).
Het probleem van de PvdA is dat 'paars’ vanaf het begin is opgevat als een vrijbrief voor een liberaal herstelbeleid. Dat heeft de partij grotendeels aan zichzelf te danken; de euforie onder werkgevers en liberale politici komt niet uit de lucht vallen. Heeft de PvdA immers niet toegestemd in een ongekende bezuiniging van 18 miljard (tien miljard hoger dan het PvdA-verkiezingsprogramma verantwoord achtte) en een recordbedrag aan lastenverlichting van 9 miljard gulden? Hebben de sociaal-democraten de privatisering van de Ziektewet, het hardvochtige WAO-herkeuringsbeleid en de ontkoppeling van lonen en uitkeringen niet ondertekend? In hun onstuimige aandrang om zonder het CDA te regeren hebben ze een paars beleid onderschreven waarvoor Elco Brinkman graag zijn mouwen zou opstropen. Geen wonder dat de partijtop de openlijke discussie over het nieuwe beginselprogram (te schrijven door Thijs Woltgens) tegenwoordig angstvallig mijdt. Van het huidige verkiezingsprogramma is al geen flard heel gebleven. Uiteraard zien de aanhangers van de vrije markt hun kans schoon om deze PvdA bij de komende begrotingsbesprekingen verder te compromitteren. Het kabinet is de laatste weken van alle kanten bestookt met voorstellen in die richting.
OOK DITMAAL BEGON de begrotingsronde traditiegetrouw met het uitlekken van het Centraal Economisch Plan, de jaarlijkse prognose van het Centraal Planbureau die de regering als belangrijkste richtsnoer bij het opstellen van de rijksbegroting hanteert. De bedrijfswinsten en de omzet van de Nederlandse industrie blijven ook dit jaar stijgen als gevolg van de groeiende export, zo schreef het CPB. Maar de werkloosheid stagneert op een niveau van 550.000. Er komen elk jaar ongeveer honderdduizend (deeltijd)banen bij, maar dat is onvoldoende om de nieuwkomers (herkeurde WAO'ers, schoolverlaters, herintredende vrouwen en 55-plussers) aan werk te helpen.
Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt stagneert de doorstroom. Het grootste deel van de mensen met alleen basisonderwijs heeft geen werk en velen van hen zijn aangewezen op een uitkering wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. 'Aan de onderkant van de arbeidsmarkt is in feite sprake van baanloze groei’, zo vatte CPB-directeur Henk Don de cijfers samen.
Wat de besteding van de lastenverlichting betreft, spreekt het regeerakkoord de 'voorkeur’ uit voor een verlaging van de overhevelingstoeslag (OT). Dat is de tegemoetkoming die werkgevers sinds de belastingherziening-Oort aan hun werknemers betalen omdat de laatsten meer sociale premies moeten opbrengen. Wanneer een werkgever per arbeidskracht minder overhevelingstoeslag moet betalen, zal hij geneigd zijn meer arbeidskrachten in dienst te nemen, zo luidt de motivatie. In deze variant is de lastenverlichting een generieke maatregel: alle werkgevers profiteren ervan. De vraag is echter of ook werklozen ervan profiteren.
Voorzichtig opperde PvdA-minister Melkert van Sociale Zaken dat vanuit sociaal oogpunt de lastenverlichting moet worden ingezet voor het bevorderen van werk en scholing aan de onderkant van de arbeidsmarkt, door het aannemen van een laaggeschoolde honderden tot duizenden guldens goedkoper te maken. Onmiddellijk schreeuwden de werkgevers moord en brand. 'Melkert drijft weg van het regeerakkoord!’ liet werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan weten. Banenplannen zijn niet meer dan 'pleisters en noodverbanden’; het minimumloon moet op de helling zodat laaggeschoolde en langdurig werklozen gedwongen worden om elk beschikbaar baantje te accepteren. In een interview met NRC Handelsblad liet hij er geen twijfel over bestaan dat de 'hoofdaanval’ gericht is op een 'algemene verlaging van de loonkosten’. De liberale coalitiepartners, economen en topambtenaren namen het estafettestokje over en verkondigden met klem dat voorzieningen op de helling moeten, beschermende maatregelen en ontslagbelemmeringen moeten worden opgeheven en lonen en uitkeringen op alle fronten verlaagd of losgelaten.
EEN BIJZONDERE ROL viel toe aan de Centraal Economische Commissie, een groep van topambtenaren onder voorzitterschap van secretaris-generaal Geelhoed van Economische Zaken, die de ministers van Sociale Zaken, Economische Zaken en Financien adviseert. Hun vertrouwelijk adviesstuk, dat ook ditmaal volgens de regels uitlekte, bevat de aanbeveling dat werkgevers gedurende vier tot zes jaar onder het minimumloon mogen uitbetalen. Het zou daarbij, behalve om langdurig werklozen en ongediplomeerde schoolverlaters, ook kunnen gaan om allochtonen. Dat sluit dan weer aan bij een eerder advies van de hoogleraren Van der Zwan en Entzinger om allochtonen in het kader van een inburgeringscontract te verplichten tot werk onder het minimumloon.
Weer een ander advies, afkomstig van de Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam, deed uit de doeken om wat voor soort werk het gaat. Er is een 'reservoir’ aan banen beschikbaar bij tweeverdieners, die gemiddeld twaalf gulden vijftig per uur over hebben voor huishoudelijke hulp, kinderopvang en het verrichten van klusjes. Volgens de auctor intellectualis van het advies, professor Bernard van Praag, mag de bodem uit het loonstelsel: 'Het minimumloon als laagste prijs voor de arbeid is een geweldig blok aan het been.’
Het laat zich raden wie met de winst van dit neoliberale offensief gaat strijken. 'Het is een ernstige vergissing te denken dat de verzorgingsstaat in stand gehouden kan worden zonder hervormingen’, zo scherpte Bolkestein op een financieel-economische conferentie in Vlaardingen het komende begrotingsoverleg aan: 'We zouden dan onze concurrentiepositie verliezen en dat zou de fundamenten ondermijnen waarop de verzorgingsstaat gebaseerd is. Onze levensstandaard is uiteindelijk gebaseerd op hoogwaardige produktiviteit, die slechts kan worden verbeterd als we ons blootstellen aan concurrentie.’
Rinooy Kan vertrouwt vooral op de speerpuntfunctie van zijn partijgenoot en minister van Economische Zaken Wijers. Deze opperde al in december vorig jaar de invoering van een basisinkomen in de vorm van een fiscale aftrekpost voor alle burgers. Wie geen inkomen verwierf boven dit bedrag, zou van de fiscus als aanvullend inkomen een negatieve aanslag ontvangen. Het klonk voor een D66-minister revolutionair, maar al gauw kwam de aap uit de mouw. In de variant van Wijers bedroeg de aftrek niet meer dan zeventig procent van het minimumloon. Het was een verkapte manier om de loonkosten omlaag te brengen. Het voorstel haalde het kabinetsberaad niet eens, maar getuige het interview van Rinnooy Kan heeft de D66-combine de moed nog lang niet opgegeven. 'Wijers kan niet helemaal vrijuit spreken omdat het regeerakkoord deze mogelijkheid niet expliciet noemt. Gelukkig hoeven wij ons op dit punt niet te beheersen.’
MAAR DE POLARISATIE komt van twee kanten. Na de Statenverkiezingen van 8 maart, waarin de partij een gevoelig verlies leed door het thuisblijven van de traditionele aanhang, heeft de PvdA-leiding zich vast voorgenomen om een nieuw sociaal elan te tonen. Tijdens de verkiezingsevaluatie op zaterdag 18 maart in het Amsterdamse Jacobi-theater kreeg de partijleiding van het tweede echelon harde kritiek te verduren. De hele leiding, inclusief Wim Kok, was tot nog toe slap, naief en onzichtbaar gebleven, aldus de sprekers. Minister Melkert van Sociale Zaken kreeg van een van de aanwezigen apart een boze brief mee naar huis, waarvan de toonzetting ongetwijfeld representatief is voor een groeiend deel van de achterban: 'De PvdA wordt niet gezien als een partij die erger heeft kunnen voorkomen, maar als een partij die deel uitmaakt van een regering die alles wat met sociale zekerheid en solidariteit te maken heeft, aan het slopen is.’
Het broeit binnen de PvdA-top. De stabiliteit van de paarse coalitie moet dan ook niet worden overschat, zo waarschuwde Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, al aan de vooravond van de Statenverkiezingen in een omineus artikel. Van de paarse aardverschuiving in de Nederlandse politiek is nog niet veel terechtgekomen. De continuiteit met vorige kabinetten komt tot uiting in de technocratische bestuursstijl van paars: 'Een bestuursstijl waarbij financieel-economische randvoorwaarden volstrekt de overhand hebben gekregen op politiek-inhoudelijke zaken; waarbij coalitie- dealssteeds weer belangrijker blijken dan een overtuigende openbare verdediging van het voorgestelde beleid; en waarbij de kloof tussen beleidswerkelijkheid en maatschappelijke werkelijkheid vaak ernstige proporties aanneemt.’ Hij acht die continuiteit dan ook eerder een probleem dan een geruststelling: 'Het kabinet lijkt er onvoldoende in te slagen om de grote maatschappelijke problemen van dit moment (rond het arbeidsbestel en rond de relatie economie/milieu) adequaat aan te pakken - of zelfs maar scherp in beeld te krijgen.’
De begroting voor 1996 maakt dus een goede kans om de toetssteen te worden voor het herwonnen sociale gehalte van de partij, al is het maar uit profileringsdrang. Op 31 maart nam fractieleider Jacques Wallage voor het eerst sinds een jaar opvallend afstand van de neoliberale catechismus. In een interview nam hij het regeerakkoord rechtstreeks op de korrel: 'Het kabinet bezuinigt 18 miljard gulden op de rijksbegroting en in de sociale zekerheid en gooit vervolgens 9 miljard daarvan over de schutting in de economie. Dat leidt vanzelf wel tot meer banen, denken veel liberalen. Maar zo is het natuurlijk niet. We kunnen niet tien jaar lang roepen dat het probleem van de werkloosheid wordt veroorzaakt door te hoge loonkosten aan de onderkant van de arbeidsmarkt, om vervolgens, als we de werkgevers tegemoet willen komen, ineens te zeggen: nee, we verlagen de sociale lasten van alle werknemers van hoog tot laag. Dat vind ik niet overtuigend.’ Wallage zei te zoeken naar de 'gouden formule’ voor een wisselwerking van overheid en markt, waarbij een activistische overheid zich opstelt als de grootste klant in plaats van de grootste verdeler van Nederland.
ALS HET EROP aankomt maakt Wallage zijn standpunten echter steeds ondergeschikt aan de positie van Wim Kok, die aan het regeerakkoord zijn persoonlijke prestige verbindt. Biedt de schijnbare verdeeldheid van de PvdA-fractie in klassieke sociaal-democraten en sociaal-liberalen wellicht hoop? Volgens Rinnooy Kan is de richtingenstrijd tussen een liberale vleugel, vertegenwoordigd door de economen Rick van der Ploeg en Marjet van Zuylen, en een 'vakbondsvleugel’ onder aanvoering van Karin Adelmund en Ruud Vreeman zelfs een potentiele splijtzwam in de coalitie. Van enige strijdbaarheid is bij de laatsten echter weinig te merken. Desgevraagd blijkt ook Vreeman als oud-vakbondsman geen principieel bezwaar te hebben tegen dispensatie van het minimumloon, mits ingebed in maatregelen die de betrokken werknemers aan een vaste baan helpen. Vreeman: 'Dat hebben we in het regeerakkoord nu eenmaal uitonderhandeld. En wat de lastenverlichting betreft, wacht ik eerst de discussie in de fractie af, daar neem ik geen voorschot op.’
Is hij niet bang dat de partij door haar inschikkelijkheid het laatste restje vertrouwen bij de achterban verspeelt? Vreeman: 'Het probleem van het vertrouwen van de achterban is niet alleen een kwestie van sociale zekerheid en werkgelegenheid, het is veel complexer. Onze aanhang bestaat niet alleen uit mensen die op of onder het minimum leven, maar ook uit middengroepen die hun eigen prioriteiten hebben.’
Maar dat zijn nu juist de middengroepen die voor twaalf gulden vijftig huishoudelijke hulp willen huren. Komt Ad Melkert in het aanstaande begrotingsdebat dan helemaal alleen te staan?