Interview Robert Kaplan: De opkomst van Azië en de marginalisering van het Westen

Lastig, al die democratieën

De politieke ineenstorting van de Arabische regimes in het Midden-Oosten is onvermijdelijk, volgens Robert D. Kaplan. Geeft niks, want het gebied rond de Indische Oceaan wordt het nieuwe centrum van de wereld.

Medium robert kaplan

‘ALS IK ÉÉN ADVIES mag geven: doe je onderzeeërs niet weg. Behoud die schepen. Jullie economie is niet groot genoeg om een marine op te bouwen die het verschil kan maken in de Indische Oceaan. Maar met onderzeeërs kunnen jullie er wel een rol spelen.’

Al meer dan twintig jaar reist de vermaarde journalist Robert D. Kaplan langs de potentiële brandhaarden van de wereld. Zelden neemt hij genoegen met het bereizen van één land - Kaplan (New York, 1952) doet in regio’s. Zijn eerste boek, Balkan Ghosts, wilde geen uitgever hebben. Maar toen het eenmaal gepubliceerd was, vlak voor het uitbreken van de Balkanoorlogen van de jaren negentig, was zijn naam in één klap gevestigd. Inmiddels schreef hij een kleine twintig boeken en tientallen invloedrijke essays. Zijn werk is een combinatie van reisreportages en strategische analyses, waarin hij geschiedenis, economie en militaire inzichten combineert. De staf van zowel president George W. Bush als die van Barack Obama benaderde hem voor internationaal advies.

Met brede armgebaren legt hij uit dat de moderne zeeoorlog zich steeds minder op het zeeoppervlak afspeelt, maar erboven, met satellieten, en vooral eronder, met onderzeeërs. China, India en Japan zijn de laatste jaren hun marines razendsnel aan het uitbouwen en nemen daarin steevast onderzeeërs op. Nederland heeft er vier, en ze zijn van hoge kwaliteit.

Kaplan gaf jarenlang les op het Amerikaanse Naval War College op Rhode Island. Nu is hij in Nederland ter promotie van de vertaling van Monsoon, zijn boek over de onstuitbare ontwikkelingen rond de Indische Oceaan. Bij aankomst las hij het bericht dat de Nederlandse onderzeeërs op het punt staan geschrapt te worden. 'Doe het niet’, zegt hij nog eens. En dan, met een klein lachje: 'Vreemd zeker, om mijn boek te lezen als Nederlander. Er was een tijd dat jullie de baas waren op de Indische Oceaan. Van Kaapstad tot Jakarta.’

Hij tekent met een vlugge vingerbeweging een denkbeeldige boog, van beneden naar boven en dan weer naar beneden. Omhoog van Kaapstad, langs de Afrikaanse oostkust, het zuiden van het Arabische schiereiland naar de Iraans-Pakistaanse kust. Naar beneden langs India, en dan via Sri Lanka overspringen naar de Indonesische archipel. In 2009 schreef hij The Revenge of Geography, een essay dat onder meer in De Groene werd opgenomen. Kaplan betoogt daarin dat niet ideeën, maar geografische mogelijkheden en onmogelijkheden de hoofdrol spelen bij de machtsverdeling in de wereld.

Wat gebeurt er met u als u een landkaart onder ogen krijgt?

'Dan denk ik aan de plekken die ik zie en aan wat daar gebeurt. Kijken naar een kaart is een manier om mijn gedachten te ordenen. Ik ben The Revenge of Geography momenteel aan het uitwerken tot een nieuw boek. Balkan Ghosts begon met een kaart. T_he Ends of the Earth_ en Eastward to Tartary ook.’

Het idee voor Moesson ontstond aan de Naval War College. Daar werd veel over de Indische Oceaan gesproken. De officieren zagen de balans verschuiven, vertelt Kaplan. 'Ik wilde in die tijd eigenlijk een boek schrijven over India. Maar als je alleen maar over India schrijft, zijn veel mensen niet echt geïnteresseerd. Het verhaal van de Indische Oceaan bood me de kans om het gezichtspunt te verbreden.’

Toen hij eens goed naar de kaart keek, was hij verkocht. De Indische Oceaan met al zijn subzeeën is een wereld op zich, waarvan de uitgestrekte kustgebieden al eeuwenlang worden verbonden door de moesson: een betrouwbaar windsysteem dat schippers al eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling in staat stelde grote afstanden te bevaren. Tegenwoordig wordt de helft van alle scheepscontainers vervoerd via de Indische Oceaan, en 85 procent van alle olie en gas. De snel opkomende wereldmachten India en China zijn druk bezig hun invloed in het gebied van de Indische Oceaan uit te breiden. India legt langs zijn kusten marinebases aan. Chinese bedrijven graven diepzeehavens in Hambantota op Sri Lanka en in het Pakistaanse kustplaatsje Gwadar. Volgens Kaplan zijn het plaatsnamen die over niet al te lange tijd een begrip zullen zijn.

U schrijft dat er een historische verschuiving gaande is. De Verenigde Staten volgen de verplaatsing van het zwaartepunt van de wereldeconomie richting de Indische Oceaan en keren zich af van de Atlantische Oceaan, en daarmee van Europa. Is dit een onomkeerbare ontwikkeling?

'Het is al bezig sinds het einde van de Koude Oorlog, sinds het opkomen van China, dat zijn toenemende economische macht onmiddellijk heeft vertaald in militaire capaciteit. Daar is niets ongelegitimeerds aan. Je ziet het ook in de geschiedenis van Europa en de VS. Eerst vindt er een explosieve economische ontwikkeling plaats, dan wordt die omgezet in militaire macht. Als die verstandig wordt toegepast kan dat leiden tot nog meer economische groei. Het enige wat ervoor kan zorgen dat de Verenigde Staten zich weer gaan focussen op de Atlantische Oceaan en Europa is dat Rusland zijn macht opnieuw laat gelden aan zijn westelijke grens. Ik weet niet of het kan gebeuren dat Rusland weer een echte bedreiging wordt. Maar áls het gebeurt, dan zullen de VS zich blijven richten op Europa. Als dat niet zo is, zie ik een verschuiving naar wat ik noem de Indo-Pacific: de Indische Oceaan en het westen van de Stille Oceaan.’

WAT BETEKENT EUROPA nog voor de VS in de nabije toekomst?

'Economisch, in termen van handel, blijft Europa erg belangrijk. Maar in strategische zin zou ik zeggen dat nog maar drie landen in Europa van belang zijn voor de VS: Frankrijk, Duitsland en Polen. Frankrijk en Duitsland zijn grote landen, met grote economieën en invloed over de hele wereld. Polen is steeds meer het sleutelland voor heel Oost-Europa. Zeker als Rusland erin slaagt Oekraïne onder controle te krijgen, zal de betekenis van Polen sterk toenemen. Vergis je niet: Polen wordt belangrijker dan je denkt.’

Wat zou Europa kunnen doen om een speler van wereldniveau te blijven?

'Verhoog je defensiebudgetten. Maar daar is geen politieke steun voor, dus zal de marginalisering van Europa voortduren.’ De aanpak van de piraterij in de Golf van Aden, die deel uitmaakt van het Indische Oceaan-gebied, is daarvan een illustratie, meent Kaplan. 'Het is net als met de oorlog op de Balkan. Iedereen wilde ingrijpen, maar veel te lang nam niemand de leiding. Er zijn antipiraterij-missies van de VN, de EU en de VS, allemaal met oorlogsbodems, maar niemand neemt het voortouw. Normaal gesproken zouden de VS dat doen, nu niet. Waarom? Twee redenen: Afghanistan en Irak. Daar worden Amerikaanse beleidsmakers belegerd door problemen die ze aan móeten pakken. Nu is daar nog de ineenstorting van het bevriende regime in Egypte bij gekomen. Amerikaanse beleidsmakers beseffen dat de piraterij de Europese economieën meer schaadt dan de Amerikaanse. Dus waarom zouden de VS de leiding nemen?’ India en China nemen de kans te baat om hun territorium te vergroten. Een dag voor het interview veroverde de Indiase marine een Thaise trawler die door Somalische piraten gebruikt werd als moederschip. Eerder die week boorde ze zo'n moederschip zonder omhaal in de grond. 'De Chinezen hebben twee torpedojagers en een bevoorradingsschip naar de Golf van Aden gestuurd. Daarmee laten ze zien dat de tijd voorbij is dat ze slechts in hun eigen kustwateren opereren. En de Indische marine rolt echt met de spierballen.’

U SCHRIJFT DAT u optimistisch bent over de politieke ontwikkeling van India, de grootste democratie ter wereld. Maar kan India op tegen China?

'India zal een ongebonden land blijven, maar het heeft de VS nodig tegen China. Dus zal het naar ons overhellen, zoals het dat tijdens de Koude Oorlog deed naar Rusland. China kan niet sterker worden dan India en de VS samen. Maar het land zal duidelijk sterker blijven dan India alléén. China is meer ontwikkeld en de overheid functioneert er beter dan in India, ook al heeft het een autoritair regime.

Het is interessant om India en China te vergelijken, met als achtergrond wat nu speelt in Egypte. Het uitgangspunt is steeds: democratie is beter dan dictatuur. Maar als je kijkt naar India en China, dan hoeft dat niet altijd op te gaan. Misschien kun je een economie beter ontwikkelen met behulp van een autoritair regime. Maar onthoud dit, voordat je schrijft dat die Kaplan voor de dictatuur is: het Chinese autoritaire systeem is veel opener en effectiever dan Egypte onder Moebarak ooit is geweest. In China worden allerlei verschillende opinies oogluikend toegestaan. Er is bijvoorbeeld een open debat gaande tussen beleidsmakers en denktanks over wat te doen met Noord-Korea. Dus pas op dat je China niet typeert als een standaard dictatuur. Dat is het niet. Het is iets veel doordachters. Misschien zou zoiets als in China kunnen ontstaan in Egypte, waarbij het leger de leiding neemt over buitenlandse zaken en de veiligheidspolitiek, maar waarbij je vrije verkiezingen zou hebben en een vrije pers. Het zou mij niet verbazen als Egypte zich ontwikkelt van een dictatuur tot een quasi-democratie.’


Een interview met Kaplan naar aanleiding van Moesson


'Democracy equals complexity’, schreef u vorige week in Foreign Policy. Hoe lastig is het voor de VS en de opkomende grootmachten om allemaal van die gecompliceerde democratieën te hebben in het Midden-Oosten, waar iedereen zijn olie vandaan haalt?

'Het maakt de wereld ingewikkelder. Maar het is onontkoombaar: deze regimes kunnen gewoon niet doorgaan zoals ze dat al zo lang doen.’

Vormen Tunesië en Egypte slechts het voorspel?

'Ik vrees van wel. Vooral in Syrië zou het er hard aan toe kunnen gaan. Ook daar hebben de mensen mobiele telefoons en internet, en een regime dat achterlijk is, niet geschikt voor de interconnected global world waarin we leven. Het probleem is: Syrië is niet zo homogeen als Egypte en Tunesië. Het is regionaal verdeeld tussen etniciteiten, net als destijds Joegoslavië. En wat dacht je van Jemen? Tachtig miljoen wapens, 22 miljoen mensen en een snel afnemende watervoorraad. De kans dat het land uiteenvalt is enorm. Dan wordt het een nog gewildere plek voor al-Qaeda dan het nu al is.’

U schrijft dat de kusten van de Indische Oceaan lezen als een kaart van al-Qaeda: Somalië, Jemen, Irak, Iran, Pakistan, Indonesië - allemaal landen waar al-Qaeda bases had of heeft. Verwacht u dat India en China zullen gaan ingrijpen?

'Het is voor hen heel belangrijk om een stabiel Midden-Oosten te hebben en een stabiele Perzische Golf, want daar moeten de tankers met olie en gas voor hun opkomende economieën doorheen. Maar voorlopig zullen ze de Amerikanen het vuile werk laten opknappen. Neem de strijd in Afghanistan en Pakistan. Als Afghanistan ooit zou worden gestabiliseerd en Pakistan zijn bestuur zou verbeteren, profiteren de Chinezen en de Indiërs daar veel meer van dan de VS. Via Afghanistan kunnen olie en gas naar de Pakistaanse kust worden geleid om daarvandaan in tankers over de Indische Oceaan te worden vervoerd. Maar India zegt dat het alles doet wat in haar mogelijkheid ligt voor Afghanistan. En de Chinezen, tsja, die zijn eigenlijk alleen bereid om wegen dwars door Afghanistan aan te leggen en er mineralen uit de grond te halen.’

Hoe dan ook zullen na 2014 de VS volgens Kaplan hun troepen terugtrekken. 'We moeten wel, want we beseffen dat de wereld is veranderd. Het Midden-Oosten wordt veel complexer wegens de val van de oude dictators. Tegelijkertijd moeten we ons richten op de opkomst van nieuwe machten in Azië en het gebied van de Indische Oceaan. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen is door te gaan met het verminderen van de troepen in Irak en Afghanistan.’

In Moesson schrijft Kaplan dat het koloniale rijk van de Nederlanders niet te groot was om te onderhouden, maar dat ze in de achttiende eeuw domweg te weinig oorlogsschepen uitrustten. Oorzaak: landoorlogen en te veel andere problemen op te veel fronten. En zie, ook Amerikaanse beleidsmakers komen om in de crises waarin de leidende supermacht een rol dient te spelen. En ook van de Amerikaanse scheepswerven rollen steeds minder schepen. De Amerikaanse oorlogsvloot is gekrompen van zeshonderd tijdens de Koude Oorlog naar minder dan 280 nu.

'Het uitbouwen van een marine is erg duur, in feite beslaat het het hele brutoproduct van een middelgroot land. De nieuwste vliegdekschepen kosten twaalf miljard dollar, de nieuwste torpedojagers vier miljard. Of de Amerikaanse marine wordt uitgebouwd hangt af van de economische ontwikkeling. Maar zelfs als de marine en de luchtmacht relatief klein blijven, zal de afstand tot de concurrentie nog aanzienlijk zijn. China heeft meer oorlogsbodems dan de Amerikanen - ze hebben de grootste marine ter wereld. Maar de Amerikaanse marine wint het met gemak in termen van tonnage, kwaliteit, training, raketten aan boord, gevechtsvliegtuigen, helikopters, verkenningsvliegtuigen. We zijn echt sterker, voorlopig.’

Kaplan benadrukt in zijn boek keer op keer dat China 'geen Iran’ is en 'niet uit is op oorlog met wie dan ook’. Gelukkig maar, want de VS verkeren volgens Kaplan i n een period e van inkrimpende macht. Hij verwacht dat China en India stukje bij beetje de kloof met de VS zullen dichten. Daarover hoeven we ons geen zorgen te maken, betoogt hij, zolang de VS er maar voor zorgen dat de achteruitgang geen drieste periode wordt van woest om zich heen slaan, maar van 'elegante terugval’. Hij schrijft: 'Gegeven Amerika’s botsing met de radicale islam en bij tijden moeizame relatie met Rusland moeten de VS zo hard mogelijk proberen om nader tot China te komen. Zij kunnen de wereld niet in hun eentje aan.’

Maar toenadering tot China, in plaats van afschrikking en confrontatie, is niet genoeg. De VS dienen ook aandacht te hebben voor 'de nieuwe burgerij die een morele kracht op zich vormt’. Kaplan doelt op de zich ontwikkelende bevolkingen van Azië, en van Afrika, dat eveneens profiteert van de moderne informatietechnologie en het opkomen van de regio rond de Indische Oceaan. 'Honderden miljoenen moslims en anderen die zichzelf tot de middenklasse hebben opgewerkt, willen in vrede een productief leven leiden’, schrijft hij in Moesson.

IN KARACHI zag u honderden picknickende moslims op het strand. Een vredig tafereel. U schrijft: 'Het Westen en zeker de VS moeten vrede sluiten met deze mensen.’

'Dit was voor mij een heel sterk beeld. Deze mensen zijn de microkosmos van de nieuwe wereld die we al zijn binnengegaan. Mensen die in staat zullen zijn om de opkomende grootmachten legitimiteit te verschaffen, in een steeds democratischer wordende wereld. Wij moeten ons aan hun kant scharen. Hetzelfde geldt voor de mensen die zich zorgen maken over de opwarming van de aarde. Als de VS niet de leiding nemen in het aanpakken van de milieuproblematiek, dan zullen ze de schuld krijgen van de gevolgen van de milieucrisis. De uitdaging is natuurlijk: hoe ga je de Chinezen en de Indiërs meekrijgen? Dat zijn grote vervuilers, groter dan de VS. Maar politiek gezien geldt: zelfs als wij het niet voor elkaar krijgen, dan nóg moet de wereld zien dat wij het voortouw nemen.’

Hoe vindt u dat president Obama het tot nog toe doet?

'Het is goed dat president Obama zich richt op het zoeken van toenadering in de wereld. Ik denk dat Obama’s buitenlandbeleid vrij goed is. Volgens mij behandelt hij de Egyptische crisis uitstekend. Hij beseft dat de essentiële historische veranderingen al aan het gebeuren zijn en dat de VS maar heel weinig invloed hebben op welke kant de ontwikkelingen in Egypte uit zullen gaan. Dus moeten we een constructieve rol spelen zonder onze autoriteit te doen gelden. Het ziet ernaar uit dat een langzame overgang naar democratie minder kans geeft op het aan de macht komen van een radicale regering in Caïro. Dus zetten de VS zich in voor een langzame overgang, maar een overgang hoe dan ook. Ik vind dat de manier waarop Obama dit doet veel weg heeft van de manier waarop Bush senior omging met de val van de Berlijnse Muur. En dat deed hij zeer kundig.’


Een recensie van Kaplans nieuwste boek Moesson is te vinden op de site van Athenaeum Boekhandel

Medium 9789049104634

Bestel Robert D. Kaplan, Moesson: De Indische Oceaan en de toekomstige wereldmachten, Spectrum 415 blz., €24,99