Lichaamswerk

Lastige uithaal

Marike Jager (33), singer/songwriter

Medium lichaamswerkjager

‘Ik herinner me dat ik altijd in de auto zat te zingen, mijn medereizigers hadden veel te verduren. Ik was een jaar of acht. Ik zong altijd met The Beatles mee. Vooral die vroege liedjes zijn heel kindvriendelijk, dus ik vond het fantastisch om die mee te blèren. Het is niet voor niets dat veel mensen zanger of zangeres willen worden. Zingen is gewoon heel fijn.

Als ik een tijdje niet optreed, merk ik dat ik automatisch meer in huis ga zingen. Iedereen zingt. In de auto, of onder de douche, iedereen doet het. Ik was me er vroeger helemaal niet van bewust of ik goed klonk. Dat kwam later pas. Ik speelde op mijn 21ste mijn eerste liedje op een podium. Toen ik vijftien werd kreeg ik een gitaar en begon ik liedjes te oefenen. Eerst bestaande nummers, later werd het eigen muziek. Soms sta ik ergens te wachten en heb ik opeens een melodie in mijn hoofd. Dus die tonen zocht ik dan op. Later kwam daar pas tekst bij.

En toen ik op reis ging naar Australië, nam ik die gitaar mee. Ik was negentien. Op reis vroegen mensen natuurlijk of ik wat voor ze wilde spelen, als ze me zagen met mijn gitaar. Ja, dan moet je er ook bij zingen. Ik hoorde daar voor het eerst dat mensen mijn stem mooi vonden. Sommige van de nummers die ik schrijf passen erg goed bij mijn stem, en die vind ik prettig om te zingen. Andere nummers vind ik lastiger, maar die heb ik dan ook meer geschreven om iets nieuws te doen met mijn stem.

Laatst heb ik een nummer geschreven met een lange uithaal daarin: Leafs. Dus dan moest ik “the leeeaaaafs” zingen. Ik doe dat nooit. En het lukte maar niet. Ik besloot een workshop zingen te volgen, om te leren die uithaal voluit te zingen. Wat bleek? Die klank kun je gewoon nooit hard zingen. Als je er een “e” van maakt, lukt het opeens wel. Maar ik ga natuurlijk niet “the leeeeeefs” zingen.

Ik heb een bepaalde toonhoogte die voor mij lekker werkt, en mijn stijl is licht swingend en verhalend. Ik ben geen rapper of rock­zangeres. Ben dus ook nooit bezig met inzingen of zo, dat hoeft niet. De klankkleur van de stem is in mijn type muziek erg belangrijk. Een nummer moet binnenkomen. Fiona Apple is een voorbeeld, die is bijna theatraal. Ik vind de schoonheid van de stem ook ondergeschikt aan de authenticiteit. Het is voor mij heel lastig om me voor te stellen dat sommige mensen niet kunnen zingen. Sanne Vogel heeft in een serie over Annie M.G. Schmidt gespeeld waarin ook gezongen moest worden. Toen heeft ze gezegd tegen die regisseur: “Je moet het niet eens proberen met mij, want ik krijg m’n stem niet waar jij ’m wil hebben.” Daar kwam ze heel openlijk voor uit. Ze heeft gewoon geen idee hoe ze bij een bepaalde noot moet komen. Ik heb uiteindelijk haar nummers ingezongen. Erg leuk, want ik moest natuurlijk proberen net zo te klinken als zij doet. Ik heb wel ervaring met stemgebruik, want ik spreek ook wel eens commercials in. Blijkbaar is je stem toch vooral iets waarmee je bent gezegend of niet.’