Lastpost voor altijd

Hij nam afscheid van de Vara en moest weg uit de PvdA. Is Jan Nagel (60) van zijn levenslange rooie geloof gevallen? Zijn zijn nieuwste politieke initiatieven eigenlijk rechtse bejaardenpartijen? Nee hoor, zegt hij. Nagel is nog altijd alleen maar voor het allernieuwste.

HET WAS SARCASME tot de vierde macht. De society-rubriek van Stan Huygens in De Telegraaf berichtte opgetogen over het afscheid van Jan Nagel als Hoofd Informatieve Programma’s van de Vara. Voor de gelegenheid was de Rooie Haan uit het hok gehaald, Jan Nagels legendarische radioprogramma op zaterdagmiddag, waarin hij elke week wel een primeur, een scoop of een onthullende uitspraak had. Toch was Jan Nagel in die tijd niet bij iedereen even geliefd. Bij zijn afscheid verwoordde Marcel van Dam het zo: ‘Jan Nagel, en dan zeg ik het maar in mijn eigen woorden, is de man die de Vara achtendertig jaar de goeie kant op heeft gestuurd. Een onbaatzuchtig denker, een echte idealist. Iemand die nooit enige persoonlijke ambitie heeft gehad, wars van gekonkel en geïntrigeer, wars van vriendjespolitiek…. en dan doe ik hem nóg te kort. Nee, het ging hem nooit om de persoon, maar om het nieuws zelf. Hij zei dan altijd: het gaat hier niet om Jan Nagel. NAGEL, heeft u dat? Hij ging zo ver met zichzelf weg te cijferen dat hij journalisten belde en vroeg: heb ik mij bij jou al weggecijferd?’
Voor een rubriek als het Stan Huygens Journaal is dat nogal geestig geformuleerd. Het was dan ook geschreven door Rooie Haan-tekstschrijver Jack Gadellaa voor de tijdens dit afscheid gereconstrueerde Stamtafel uit het Vara-radiocafé. Volgens Jan Nagel moet De Telegraaf het draaiboek in handen hebben gekregen en daar royaal uit hebben geciteerd. Maar had hij het toch niet moeilijk gehad met deze enigszins valse en sarcastische teksten?
Jan Nagel: 'Helemaal niet. Ik vind er niks vals aan. Als je een voetballer bent geweest die zelf op het veld hier en daar een trap heeft uitgedeeld, dan kunnen ze ook een montage van dat soort momenten maken en die op een grappige manier aan elkaar plakken. Het was een ongekend leuk afscheid en in die context waren de teksten ook heel erg leuk. Ik werd eerst in een bus waarin de Rolling Stones nog door Europa hebben gereden langs allerlei plekken gereden die voor de Vara van belang zijn geweest en op de receptie ’s middags was een hele Rooie Haan-uitzending gemaakt die, inclusief nieuwsberichten en Sterspots helemaal aan mij was gewijd. Hier, kijk, in de Varagids van deze week staan twee bladzijden foto’s, met Ed van Thijn, André van der Louw, Karin Bloemen, Koos Postema, Wim Bosboom en andere vrienden met wie ik heb samengewerkt. Je mag die gids wel houden, ik heb er nog een hele stapel van.’
MET DIE VARAGIDS is het volgens de legende allemaal begonnen. Jan Nagel, in 1939 geboren, kreeg in de jaren vijftig linkse oprispingen. Thuis moest de Avrobode de deur uit en die werd vervangen door de Varagids. Jan werd zodra hij achttien was lid van de Partij van de Arbeid, nodigde als voorzitter van de FJG-Amsterdam de oude Drees uit voor een discussiemiddag, ging in 1961 bij de Vara werken en werd in 1965 als 26-jarige in het partijbestuur gekozen. 'Niet omdat ik slijmde’, zegt hij en hij haalt er de congresnotulen bij. 'Ik had kritiek op de verstarring in de partij en de kwaliteit van Het Vrije Volk en ik kwam op voor een behoorlijke beloning voor dienstplichtigen en verhoging van het minimumjeugdloon.’
Het intrigeerde mij. Jan Nagel is een leven lang hartstochtelijk lid geweest van wat ooit De Rode Familie heette. Nu heeft hij afscheid genomen van de Vara (al blijft hij voorlopig nog één dag per week in dienst vanwege de viering van het 75-jarig jubileum, volgend jaar) en hij moest uit de Partij van de Arbeid gaan toen hij voor Leefbaar Hilversum in de gemeenteraad werd gekozen. Nu heeft hij met anderen de partij Leefbaar Nederland opgericht, als een soort overkoepeling van vele plaatselijke en provinciale politieke partijtjes. Waar zijn Jan Nagels rode haren gebleven? Is hij rechts geworden en met zijn zestig jaar geen kwajongen meer maar een oude baas die opkomt voor veiligheid en leefbaarheid? Was al dat Nieuw Links en Rooie Haan-gedoe maar modieus jaren-zestig-en-zeventig-gepraat?
Zelf ken ik Jan Nagel van nog veel eerder. In het midden van de jaren vijftig zaten we allebei in Amsterdam op de middelbare school en waren we redacteur van twee verschillende schoolkrantjes. Jan nam het ene initiatief na het andere. Hij richtte de Scholieren Pers Organisatie op, we kregen echte SPO-perskaarten en om daar bekendheid aan te geven organiseerde hij grote feesten in Krasnapolsky, waar het Dutch Swing College en het orkest van Malando optraden. Om het programma verder te vullen werd een Scholierencabaret opgevoerd, dat de toenmalige, net begonnen televisie haalde. En op aanstichten van Jan begonnen alle landelijke dagbladen ineens met rubrieken waarin wij scholieren onze meningen en gedichtjes kwijt konden. Jan Nagel was in die tijd een HBS'er die het niet zo goed deed op school, beslist geen linkse ideoloog (dat is hij geloof ik ook nooit geworden) maar een onstuimige organisator die met zijn straatjongenssmoel alles voor elkaar kreeg en er nog veel meer publiciteit voor wist te maken. Wat er vooral gebeurde was dat jongeren, door hem aangevuurd, hun mond opendeden, wat in die duffe jaren vijftig iets ongekends was.
Ik had hem in die 42 jaar nooit meer gesproken, maar natuurlijk erg veel over hem gehoord. Vaak ging het om ruzies en schandalen. Jan Nagel nam het op tegen Den Uyl en Vondeling in de PvdA, tegen André Kloos bij de Vara. Hij gold als een manipulator en een intrigant, of op z'n best als een uitstekende amateur-schaker die alle andere spelers altijd een paar zetten vooruit was. In de jaren zestig, toen hij tot de oprichters van Nieuw Links behoorde, had hij krullen en een woelige baard. Hij woont nu in Hilversum op loopafstand van Dudoks fraaie stadhuis, in een moderne bungalow. Hij is natuurlijk wat ouder en dikker geworden in veertig jaar, maar hij is nog altijd datzelfde straatvoetballertje uit Oud-West.
HIJ HEEFT HET na zijn afscheid bij de Vara nog veel drukker dan ooit. Hij reist het land rond om plaatselijke en regionale partijen te ondersteunen met zijn Leefbaar Nederland. Leefbaar, leefbaar, wat betekent dat in hemelsnaam? Is dat nou links of rechts? Jan Nagel: 'Je moet ons politiek pamflet maar lezen: Het moet anders en het kan anders! Daar staat alles exact in. Wij vinden dat de oude indeling in links en rechts niet meer zo telt. Bij het paarse kabinet zitten de verschillen achter de komma. Ons gaat het vooral om een mentaliteit, wij zien nu vooral een tegenstelling tussen nieuw en oud. Wij hebben lokaal bewezen dat het anders kan. In 1994 hebben we toen we voor het eerst in Hilversum meededen in één klap acht zetels gehaald, twintig procent van de stemmen. Iedereen zei dat het geen blijvertje zou zijn, maar we wisten de mensen bij elkaar te houden, terwijl ze uit verschillende partijen kwamen, CDA, PvdA en VVD. Vier jaar later, in 1998, haalden we 35 procent van de stemmen, veertien zetels, meer dan twee keer zo veel als de nummers twee en drie, de VVD en de PvdA. Je begrijpt hoe de verhoudingen nu in Hilversum liggen, dit soort uitslagen maken de vriendschapsbanden niet hechter. We werden in de kortste keren uit het college van B & W gebannen door een monsterverbond waar alle andere partijen in zitten, inclusief de SGP. Het is hier nu met z'n allen tegen een.’
Nieuw is Leefbaar Hilversum wel en ook de pas opgerichte landelijke partij Leefbaar Nederland. Maar jong toch niet? Jan Nagel: 'Gedeeltelijk. In het bestuur zitten wat jongere leden, maar als je op de vergaderingen komt zie je vooral ouderen. Jongeren hebben een andere manier van communiceren. Daarom zijn we veelvuldig op Internet. We willen inspelen op de ontwikkelingen in de volgende eeuw, de elektronische snelweg en andere dingen waarin de andere partijen hopeloos achterlopen. Maurice de Hond heeft eens gezegd dat je als je een raket naar Mars lanceert die niet moet richten op het punt waar Mars nu is, zoals de andere partijen doen, maar op het punt waar Mars over negen maanden is. Als we nu plannen voor de toekomst maken moeten we ons afvragen waar deze maatschappij over vijf of zes jaar is, met alle mogelijkheden die er dan zijn. Een referendum bijvoorbeeld, waar wij grote voorstanders van zijn, mag best een hoge drempel hebben. Maar dan niet met de achterlijke methode van 1950, dat de mensen naar het gemeentehuis moeten komen om hun handtekening te zetten. Je kunt straks telefonisch of elektronisch stemmen met behulp van je sofinummer. En als dat voor sommige mensen te moeilijk is, kun je de traditionele methode er nog een tijdje naast houden. Maar deze nieuwe methoden zullen de communicatiemaatschappij en de democratie een nieuwe impuls kunnen geven. Over vijf jaar zal iedereen Internet hebben, ook ouderen. We willen dat er geen financiële belemmeringen voor zijn, daarom zijn we er voor om elke middelbare scholier van twaalf jaar een laptop te geven, gratis. Zodat je een hele generatie krijgt die laptops heeft. Dat is het beeld van de toekomst. Niemand had toch verwacht dat nu half Nederland een mobiele telefoon zou hebben?’
IS HET NIET vreemd om na een heel leven bij de Vara en de PvdA nu afscheid te hebben genomen van de Rode Familie? Zelf voelt hij dat niet zo: 'Ik ben altijd een kritisch partijlid geweest, ik ben nooit door geslijm omhoog gekomen. Toen ik in 1965 in het partijbestuur werd gekozen, had ik kritiek op de oorlog in Vietnam, het politie-optreden tegen de provo’s. Ik was altijd al geïnteresseerd in kwesties van inkomenspolitiek en de Navo. Later had je de plaatsing van de kruisraketten, natuurlijk was ik daar compromisloos in, dat was misschien ook een kwestie van leeftijd. Maar het was niet zo dat Den Uyl en ik elkaar naar het leven stonden. Ik ben altijd lid van de Partij van de Arbeid gebleven tot het in Hilversum allemaal zo verkalkt was dat we met mensen uit alle partijen Leefbaar Hilversum zijn begonnen. Toen ik in de gemeenteraad werd gekozen kon ik niet in de PvdA blijven. Felix Rottenberg, met wie ik goed bevriend was, heeft nog geprobeerd een statutenwijziging voor te stellen om mij als lid te kunnen behouden, maar de afdeling Hilversum en andere afdelingen waren daar tegen. Nu zitten er meer mensen die landelijk PvdA stemmen in onze fractie van Leefbaar Hilversum dan in de PvdA-fractie.
We hebben laten zien dat we niet alleen maar een protestpartij zijn. Hilversum pretendeert een mediastad te zijn, maar het verkeer zit altijd vast. Wij hebben voorgesteld, na uitgebreide studie van ingenieurs en wegenbouwers, een tunnel van drie kilometer te graven van de A1 naar het Mediapark. Iedereen was daar vóór, behalve GroenLinks, want die zagen nadelen voor de Blinde Bengaalse Mol.’
Was er nooit een Leefbaar Nederland gekomen als Jan Nagel had kunnen blijven van de PvdA? 'Het is natuurlijk een langzaam vervreemdingsproces. Maar ik kreeg geweldig de pest in toen bij de provinciale verkiezingen de nieuwe Partij voor Zeeland in één klap vier zetels kreeg, maar de oude partijen onmiddellijk aankondigden dat de bestaande coalitie gewoon kon blijven. Alsof al die mensen voor niets hadden gestemd. En als je ziet dat de PvdA nog altijd tegen een gekozen burgemeester is! Die is er overal in Europa. D66 heeft wel goede staatsrechtelijke ideeën, maar als het erop aankomt laten ze die rustig schieten om iemand van hun partij te kunnen benoemen. De oude tegenstelling links-rechts geldt meer als het om fraude of om veiligheid gaat. Veel oudere linkse mensen durven ’s avonds de straat niet op. Links hoort toch op te komen voor wat er bij de mensen leeft! Er zijn trouwens ook punten waarin we verder gaan dan de PvdA. Als het gaat om investeren in de wachtlijsten en in de thuiszorg. Of als het om de AOW gaat: we willen dat degenen die een goed pensioen hebben premie betalen om dat ook in de toekomst mogelijk te maken. Ook op het punt van racisme en discriminatie gaan we verder dan andere partijen. We vinden dat iemand die wegens racisme veroordeeld is het passief kiesrecht moet worden ontnomen. Wie lid wil worden van onze partij moet dat onderschrijven.
Wat betekent leefbaar? Dat niet alle mooie gebouwen en villa’s worden afgebroken voor hoogbouw. En we willen dat er weer ruimte komt voor de jeugd om te voetballen. Zorg dat de kinderen van allochtonen erbij betrokken raken. Geef ze iets anders dan die hangplekken.
Toen ik actief werd was het in de nadagen van het tijdperk-Drees. Wat klinkt dat nu lang geleden. Ik mocht niet op straat voetballen, want dan gingen je schoenen kapot en geld voor een tweede paar was er niet. Zo leerde ik de maatschappelijke tegenstellingen kennen en raakte ik geïnteresseerd in inkomensverschillen. Toen ik in het partijbestuur zat kreeg ik iedere keer op mijn lazer. Ik zat altijd in een kleine minderheid, daarom ging ik steun zoeken bij anderen, zoals de econoom Hans van der Doel, André van der Louw, die ook bij de Vara werkte, Joris van den Berg van VN en Cor van der Poel die bij Het Vrije Volk zat. De eerste bijeenkomst van wat later Nieuw Links zou gaan heten was in Utrecht, die heb ik voorgezeten. De Bezige Bij heeft me toen gevraagd een boekje te schrijven, dat werd Ha, die PvdA! uit 1966. Daarin heb ik de term Nieuw Links gelanceerd. Dat is echt waar. Maar het is overdreven als ze zeggen dat mijn politieke programma was: Iedereen moet weg.
Als er eenmaal geschreven wordt dat je een manipulator bent wordt dat altijd maar weer herhaald, zoals Max van den Berg altijd de Raspoetin uit Groningen zal blijven. Vooral in de tijd dat ik voorzitter van de ondernemingsraad van de Vara was had ik vaak een vooruitgeschoven positie. Ik had veel vrienden, ook een paar notoire tegenstanders. Maar de laatste tien, vijftien jaar heb ik bij de Vara geen enkel conflict gehad, niet een. En dat terwijl ik als hoofd informatie radio en televisie toch een zwaar programmapakket onder mijn hoede had, met topprogramma’s zoals Kassa, Het Lagerhuis, Zembla en B & W. Ik ben nu op een heel leuke manier weggegaan. En er zijn werkelijk dingen waar ik trots op ben, bijvoorbeeld dat er ooit bij de omroep een CAO is afgesloten waarbij een deel van de salarisverhoging in centen ging, in plaats van procenten, zodat de hogere inkomens er niet méér van profiteerden dan de lagere. Natuurlijk zijn er ook punten waarop ik van mening veranderd ben. Bijvoorbeeld als het gaat om de successierechten of de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Ik zie nu wel dat mensen graag iets voor hun kinderen willen doen. En het lijkt me ook goed dat het eigen woningbezit wordt bevorderd. Vroeger moest ik niet aan een koophuis denken.
Maar ik geloof nog altijd dat in een ideale samenleving de mensen die het vuile werk doen meer moeten verdienen dan jij en ik, die leuke klusjes doen en ook nog bevoordeeld worden. Wat dat betreft ben ik nog helemaal niet veranderd. En als ik nu moest stemmen? Dan zou ik niet meer op de PvdA stemmen, die is veel te gezapig geworden, maar op de SP. Ik heb grote bewondering voor de strijd die Jan Marijnissen in het politieke krachtenveld levert. Zijn stijl van kritiek bedrijven vind ik van grote klasse.’