Later afrekenen

Het wordt een belangrijke dag, 12 september. Dan wordt de balans opgemaakt voor alle partijen. Het enige wat enigszins zeker is, is dat Geert Wilders na de historische week in april geen grote rol meer speelt.

Medium in den haag 300

Sommige reacties van ‘gewone’ kiezers op de over elkaar heen buitelende gebeurtenissen in Den Haag in de dagen tussen 21 en 26 april laten mooi zien hoe tegen de politiek wordt aangekeken. In het weekeinde dat het minderheidskabinet van vvd en cda de gedoogsteun van de pvv van Geert Wilders kwijtraakt belt een kennis. Die begint eerst uitgebreid te foeteren op zoveel besluiteloosheid, niks waard zijn ze daar in Den Haag en dat in tijden van economische crisis. Ik zal de scheldwoorden hier niet herhalen. Vervolgens, zonder het zelf in de gaten te hebben, spreekt hij zijn opluchting uit over het einde van de samenwerking met de pvv. Wat prevaleert? Ja, eh…

De dag na het wandelgangenakkoord tussen de oppositiepartijen d66, GroenLinks en ChristenUnie enerzijds en vvd en cda anderzijds spreekt een buurvrouw me aan op straat om haar zorgen over het akkoord uit te spreken. Ze wekt de indruk op de inhoud te doelen. Maar wat blijkt? Het gaat haar om de opmerking van sp-leider Emiel Roemer dat de houdbaarheidsdatum van dat akkoord woensdag 12 september is, de verkiezingsdag, en dat daarna wéér alles anders zal zijn. Dat baart haar zorgen.

Beide gesprekspartners geven aan vooral eindelijk eens duidelijkheid te willen van de politiek. Dat is ook waar de leden van de coalitie van de welwillenden – zoals GroenLinks-leider Jolande Sap de samenwerkende partijen graag noemt – straks krediet voor hoopt te krijgen van de kiezers. Niet voor niks werd vorige week donderdagavond tijdens het Kamerdebat over het akkoord door enkele van de ondertekenaars benadrukt dat hun bereidheid om over de eigen schaduw heen te springen niet alleen het vertrouwen van de financiële markten in Nederland moet herstellen, maar ook het vertrouwen van de kiezer in de Nederlandse politiek.

Nu Den Haag zich vorige week ineens wel daadkrachtig heeft getoond durf ik niet naar de kennis te bellen met de vraag wat hij van de inhoud van het akkoord vindt. Want velen mogen dan daadkracht willen, het moet het liefst wel daadkracht zijn die hen zint. Zo niet, dan doet de politiek het toch weer niet goed. Dat wij, kiezers, daarmee zelf bijdragen aan de politieke verlamming moeten wij ook onszelf ter harte nemen. Het mogelijke pijnpunt voor deze kennis? Sinds vorige week donderdag weet hij dat hij negen maanden langer moet werken als hij in 2017 de 65-jarige leeftijd bereikt of dat hij dan – mocht hij toch eerder willen stoppen – negen maanden geen aow-uitkering krijgt.

Jongeren zullen de met ingang van 2013 stapsgewijze verhoging van de aow-leeftijd toejuichen als het eerlijker verdelen van de kosten van de vergrijzing. De jongeren van de G500 van Sywert van Lienden zijn op hun wenken bediend. Maar wat vinden degenen ervan die in de veronderstelling verkeerden dat die verhoging pas in 2020 zou ingaan en hen niet zou raken? Wat als je als 63-jarige inmiddels al met prepensioen bent en vorige week donderdag hoorde dat je in 2015 drie maanden geen aow-uitkering krijgt, voor menigeen een flinke hap uit zijn inkomen?

Mocht iemand zich nog afvragen waarom de pvda geen onderdeel uitmaakte van de coalitie van de welwillenden, is dit openbreken van de recente afspraken met de sociale partners over de pensioenleeftijd een groot deel van het antwoord. De pvda had als oppositiepartij het minderheidskabinet vorig jaar aan een meerderheid geholpen voor een verhoging met telkens één jaar, met de eerste stap in 2020 en een volgende in 2025. Of, zoals iemand het vorige week uitdrukte: als de pvda daar nu van was afgeweken, dan had de sp zo twintig zetels van haar afgepakt. De sp was al tegen dat eerdere pensioenakkoord en dat heeft die partij geen windeieren gelegd. Ook had de pvda de aanhang die ze nog heeft binnen de intern verscheurde vakcentrale fnv tegen zich in het harnas gejaagd als het dat door de sociale partners gesteunde pensioen­akkoord opzij had geschoven.

Nog een pijnpunt voor de pvda, en voor partijleider Diederik Samsom in het bijzonder, in het wandelgangenakkoord is de nullijn voor ambtenaren, die ook gaat gelden voor leraren en agenten. In zijn recente campagne voor het leiderschap van de pvda vertelde Samsom keer op keer dat juist die groepen extra salaris verdienen. Daar kon hij niet nu al van afwijken. Bovendien zou ook dat concurrent sp bij de komende verkiezingen in de kaart hebben gespeeld. Die hameren op hetzelfde punt.

Maar dat zijn niet de enige redenen waarom de pvda als grootste oppositiepartij niet meedeed aan het akkoord. De fractie én Samsom gokten er vorige week op dat er na de val van het kabinet eerst een politieke discussie zou ontstaan over de (on)wenselijkheid om al in 2013 een financieringstekort van drie procent te willen bereiken en over de uitleg van de uitzonderingsregels in het Stabiliteits- en Groeipact, die een boete vanuit Brussel kunnen voorkomen.

Maar dat was verkeerd gegokt. De pvda werd kort maar krachtig gehekeld om haar strengheid jegens de zuidelijke eurolanden en de coulance die ze nu voor Nederland zelf opeist, en vervolgens kwam die discussie er niet. Een meerderheid in de Kamer streeft wél naar die drie procent en ging voortvarend aan de slag. De pvda hadden ze niet nodig, en toen Samsom begon te bewegen was het te laat. De verontwaardiging bij de pvda dat ze niet mee hadden mogen praten was dan ook niet geloofwaardig. Wie écht mee wil praten, zorgt ervoor dat hij aan tafel zit, zoals een oud-pvda-bewindspersoon vorige week zei.

Mijn buurvrouw is nu dus bezorgd dat ook het wandelgangenakkoord maar weer tijdelijk is en de daadkracht maar schijn. Na de verkiezingen van september kan de samenstelling van de Tweede Kamer inderdaad een andere zijn, met andere meerderheden, die grote veranderingen kunnen aanbrengen in de begroting voor 2013 die dit demissonaire kabinet een week na de verkiezingen presenteert. Dat is waar de sp, die in de peilingen op groei staat, op gokt en de reden waarom partijleider Roemer zo de nadruk legde op 12 september als de uiterste houdbaarheids­datum van dit akkoord. Maar als kennis en buurvrouw niet willen dat het allemaal toch weer totaal anders wordt, dan kunnen ze daar zelf aan bijdragen door op een partij te stemmen die het akkoord van vorige week zoveel mogelijk intact wil laten. Of wil verbeteren.

De afspraken van vorige week zullen in de komende verkiezingscampagne dan ook een belangrijke rol gaan spelen. Niet dat vvd, cda, d66, GroenLinks en ChristenUnie zich nu al met huid en haar aan elkaar hebben overgeleverd en zichzelf hiermee presenteren als toekomstige regeringscoalitie. Maar de kiezer weet nu wel vooraf dat een stem voor een van hen bijdraagt aan uitwerking van dit akkoord, en een stem op sp of pvda op tegenwerking ervan.

Er is sinds vorige week een duidelijke scheidslijn in het politieke landschap. Met d66 als de scharnierpartij die nodig is om enerzijds vvd en cda en anderzijds GroenLinks en ChristenUnie te kunnen laten samenwerken. Of zoals partijleider Alexander Pechtold het liever uitdrukt, met d66 als radicale middenpartij. En met de pvda – die weliswaar een links georiënteerde middenpartij wilde zijn die zowel naar links als naar rechts kan buigen – die niet in dat midden blijkt te zitten, maar zich samen met de sp op de linkerflank bevindt. Waar ze samen, gezien de voorkeuren van de Nederlandse kiezer, geen Kamermeerderheid zullen behalen, maar eerder communicerende vaten zullen zijn.

Eigenlijk is met dit akkoord een stap gezet in een richting die door politicologen wel wordt bepleit: dat partijen voorafgaand aan verkiezingen duidelijk maken met welke collega-partijen ze wat willen bereiken, zodat de kiezer niet hoeft af te wachten wat er met zijn stem gebeurt.

Ook pvda-politicologen pleiten daarvoor. Alleen hadden die dan een samenwerkings­verband voor ogen waarin hun partij vóór de verkiezingen afspraken maakt met in ieder geval GroenLinks. De kans daarop is door het wandelgangenakkoord heel klein geworden. Dan zou óf de pvda óf GroenLinks tussen nu en september ineens een draai moeten maken. Dat zou voor beide zelfmoord zijn. De vraag is echter of de opstelling van de pvda van vorige week ook niet al gelijk is aan zelfmoord. De sociaal-liberalere achterban jaagt Samsom ermee weg en de concurrentie­strijd met de sp is er niet mee gewonnen.

Afgelopen week was er ook de kritiek dat deze gelegenheidscoalitie van vijf partijen nu zomaar ineens ingrijpende hervormingen doordrukt zonder dat de kiezer zich daar eerst over heeft kunnen uitlaten. Die kritiek is in de eerste plaats al niet terecht omdat d66, GroenLinks en ChristenUnie een aantal hervormingen hebben binnen weten te halen waar zij in 2010 al mee op campagne gingen. Die hervormingen komen dus niet uit de lucht vallen, daar heeft een deel van de kiezers twee jaar geleden al voor gekozen.

De drie partijen hebben wel handig gebruik weten te maken van de politieke impasse en de bereidheid van vvd en cda om zaken te doen. De laatste twee zouden veel krediet en geloofwaardigheid hebben verspeeld als ze de uitgestoken hand van de drie niet hadden aangenomen. U had het toch over urgentie, u bent toch zo’n voorstander van financiële degelijkheid, hadden ze de vvd en het cda dan kunnen verwijten.

Daardoor kon vorige week inderdaad ineens waar al jaren over werd gedebatteerd: de woningmarkt aanpakken, de pensioen­leeftijd snel en stapsgewijs verhogen en een begin maken met het van werk naar werk begeleiden van werknemers voor wie baanverlies dreigt door de werkgever de kosten van de eerste zes maanden werkloosheid te laten betalen. Daardoor ook konden ineens de bezuinigingen op onder meer het persoonsgebonden budget en het passend onderwijs, waar zovelen in de samenleving tegen te hoop liepen, van tafel en was er weer aandacht voor duurzaamheid.

D66, GroenLinks en ChristenUnie kunnen daar vanuit hun eigen opvattingen bekeken trots op zijn. GroenLinks-fractievoorzitter Jolande Sap zei terecht tegen de pvda dat die partij dan misschien geen vuile handen heeft gemaakt door niet mee te doen aan het akkoord, maar wel met lege handen staat. Mogelijk dus niet alleen nu, maar voor langere tijd.

De kiezer die het er niet mee eens is, kan daar in het stemhokje zijn ongenoegen over kenbaar maken. Ook dat past volgens sommige politicologen in een trend: kiezers willen politici achteraf kunnen afrekenen op hun beleid nu vooraf gedane beloftes door onvoorziene ontwikkelingen toch vaak kort na de verkiezingen al weer achterhaald zijn.

vvd en cda spinnen dan garen met dit akkoord. Zonder de uitgestoken hand van d66, GroenLinks en ChristenUnie zouden ze zijn afgerekend op anderhalf jaar regeren met de pvv. Nu lijkt de onvrede daarover na een week al weer bijna vergeten. De twee partijen, en met name het cda, doen daar in ieder geval alles aan, in de hoop straks te worden afgerekend op twee dagen knopen doorhakken.

Roemer heeft dus gelijk dat 12 september een belangrijke dag is, maar het hoeft niet de uiterste houdbaarheidsdatum van dit akkoord te zijn, zoals hij beweert. Dat is aan de kiezer. Die nu ook weet dat een stem op de pvv een verloren stem is, want Geert Wilders speelt na die historische laatste week van april 2012 geen beleid beïnvloedende rol meer.