Laurens jan brinkhorst ‘brilly the kid"

Laurens Jan Brinkhorst, wie is dat ook alweer? Ineens was hij weer in het nieuws toen de congresserende D66'ers hem het lijsttrekkerschap voor de Europese verkiezingen ontzegden. Waarom eigenlijk? Als Europees directeur-generaal voor Milieu deed hij het toch goed? Alleen jammer dat Delors het Europese mileubeleid onderuit haalde. Brinkhorst: ‘Misverstandje.’ Portret van een politicus met de losheid van een heipaal.

Het was maar een rimpeling in zijn vlekkeloze carriere. Laurens Jan Brinkhorst werd op het D66-congres voorbijgestreefd door Jan Willem Bertens. Nadat de leden in meerderheid schriftelijk met een verschil van tweeduizend stemmen hun voorkeur hadden uitgesproken voor Brinkhorst als lijsttrekker van de partij bij de Europese verkiezingen, besliste het congres anders. Driehonderdvijftig afgevaardigden brachten, na de toespraken van beide heren te hebben aangehoord, hun stem uit op Bertens dat waren er vijftig meer dan Brinkhorst wist te verzamelen. ‘U ziet hier geen geknakte tulp voor u’, zei Brinkhorst lang voor de stemmen waren geteld. Hij had zijn conclusies al getrokken op grond van het beleefde doch slappe applaus dat hem ten deel viel, in tegenstelling tot het enthousiasme waarmee de zaal Bertens bejegende. Nu is die geknakte tulp een enigszins wezenloze beeldspraak, tenzij die is bedoeld als variatie op de bloem der na tie, maar het is tevens de meest kleurrijke uitspraak die Brinkhorst in vijfendertig jaar publieke arbeid heeft gedaan.
Brinkhorst doorliep het gymnasium in Den Haag en studeerde rechten in Leiden. Hij begon als advocaat in Wallstreet, bij een gerenommeerd kantoor in New York. Samkalden, toen directeur van het Europa Instituut aan de universiteit van Leiden, haalde hem terug naar Nederland. Hij werd lector aan dat instituut en volgde Samkalden op toen die burgemeester werd van Amsterdam.
Brinkhorst behoort tot de mensen die tien jaar lang dagelijks op televisie te zien kunnen zijn zonder een herinnering na te laten. Ach ja, Brinkhorst, denk je dan als hij weer eens in beeld komt, wie was dat toch ook weer? Laat staan dat je je herinnert wat hij ook al weer vond. Politiek gezien komt zo iemand dan al snel uit bij D66. In het kabinet-Den Uyl werd hij staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en het was zijn vaste voornemen om ook nog minister op dat departement te worden. In die tijd werd hij studentikoos 'Brilly the Kid’ genoemd door de fractieleden van zijn o zo joviale partij. Die bijnaam verwijst naar zijn Amerikaanse achtergrond en zijn donkere brilmontuur, zijn frivoliteit komt echter nog niet eens in de buurt van Pietje Bell. Hij heeft de losheid van een heipaal. Brinkhorst is ambtenaar, veel meer dan bestuurder; hij is diplomaat, veel meer dan een politicus.
Zijn ministeriele dromen komen niet uit. Bij de formatie van het tweede kabinet-Den Uyl krijgt hij de ministerspost op Defensie aangeboden. Brinkhorst weigert, hij wil alleen Buiten landse Zaken. Hij wordt uiteindelijk fractie leider in de Kamer.
Brinkhorst heeft rijkelijk vage motieven voor deze stap. Of zou het toch zo zijn dat hij de minister van Defensie onvermijdelijk vermalen zag worden in het gekrakeel rond middellange-afstandsraketten, het IKV en het regeringsstandpunt? Brinkhorst: 'Het gekke is dat de mensen mij altijd hebben gezien als de man met de tomeloze ambitie om per se minister te worden. Ik heb juist als enige ge zegd: ik doe het niet.’ En waarom dan niet? 'Het is vooral een gevoelsmatige zaak. Ik heb me altijd sterk met buitenlandse politiek verbonden gevoeld, maar met defensie veel min der. Ik denk dat ik met mijn profiel en mijn wij ze van functioneren niet die portefeuille zou kunnen beheren en tegelijk D66'er zijn. En ik wil D66'er zijn. Het is moeilijk onder woorden te brengen.’
Ja, zeg dat wel.
Opgewekt verklaart de fractieleider in terview na interview dat D66 zich uitstekend kan vinden in het regeerakkoord. Maar het wordt voor D66 een regelrecht rampjaar. Het tweede kabinet-Den Uyl is slechts een kort leven beschoren. Het gematigd groene imago van de partij wordt door de D66-staatssecretarissen in minder dan geen tijd tot de grond toe afgebroken. Terlouw geeft toestemming voor gasboringen op Ameland, Lambers geeft toestemming voor giflozingen in de Noordzee, en Zeevalking haalt bij Amelisweerd in zijn ei gen woorden 'een paar struiken weg’, maar dan wel een paar struiken waar grote consternatie om ontstaat. Brinkhorst: 'Ik denk wel dat er het afgelopen jaar inderdaad identiteitsverlies is opgetreden.’
Als het kabinet valt en de boze droom voorbij lijkt, volgt nog een afrekening. Bij de verkiezingen raakt D66 elf van haar zeven tien zetels kwijt.
Het kader van D66 dat nog ergens anders een carrieremogelijkheid ziet, stroomt de partij uit. Terlouw houdt het voor gezien, partijvoorzitter Van Berkom stopt er mee en de fractieleider zegt, waarschijnlijk met een zucht van opluchting, ja tegen de post van EG-ambassadeur in Japan. Brink horst: 'Japan is de uitdaging van de toekomst. Trouwens het hele gebied rond de Stille Oceaan is volop in beweging, geweldig fascinerend. In dat opzicht ben ik dus een soort Marco Polo.’
Het wordt stil rond Brinkhorst. Alleen Elsevier reist eenmaal in de paar jaar af om lange, saaie verhalen over 'handelspolitiek egoi"sme’, protectionisme en het bilateraliseren van handelsbetrekkingen op te tekenen uit de mond van het 'Hoofd van de Delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Japan’ zoals de officie"le titel van Brinkhorst luidt.
In de Europese bureaucratie rijst zijn ster. In 1987 wordt hij benoemd tot directeur-generaal voor Milieuzaken, Consumentenbelangen en Nucleaire Veiligheid. Zijn vermogen om zich diplomatiek uit te druk ken bereikt indrukwekkende hoogten. Als tijdens de voorbereiding van de milieutop in Rio de Janeiro wordt geconstateerd dat het Europese milieubeleid nul, zero en geen zier voorstelt of oplevert, zegt Brinkhorst: 'Het beleid bevindt zich nog in een aanvangsstadium.’ Als zijn baas Ripo di Meana, politiek verantwoordelijke voor het Europese milieubeleid, door de andere commissaris sen onder tafel wordt gewerkt en dreigt helemaal niet naar Rio af te reizen, weet Brinkhorst dat er van 'geen meningsverschil’ sprake is. De Europese Commissie wil de invoering van de CO2-heffing afhankelijk maken van de gelijktijdige invoering van zo'n ecotax in Japan en in de Verenigde Staten. Lees: ze wil er van afzien. Brinkhorst: 'Uiteindelijk zal de Amerikaanse publieke opinie de doorslag geven. En ik ben ervan overtuigd dat die zeer milieubewust is.’ (De reactie van Bush op de suggestie van een ecotax: 'Ik wil herkozen worden.’) Ripo di Meana wil een eenzijdige invoering van de heffing. Terwijl Meana in het openbaar staat te schreeuwen, zegt Brinkhorst: 'De commissie volgt juist een uitgekiende strategie. Als de Europese Gemeenschap eenzijdig zou besluiten tot het invoeren van een CO2-heffing, zouden de Amerikanen dat signaal gemakkelijk kunnen negeren. Als je met een onvoorwaardelijk besluit naar Rio gaat, ben je ieder drukmiddel daar kwijt.’
Als Delors het ganse Europese milieubeleid en de stoel van Brinkhorst in een klap omver schopt, spreekt Brinkhorst van een 'misverstand’. Delors vind op grond van het 'subsidiariteits beginsel’ Brussels jargon voor: de Europese Commissie moet alleen doen wat de lid staten niet kunnen dat het milieu een zaak moet zijn van nationale zorg in plaats van onderwerp van Europees beleid. Brink horst: 'Delors is een Fransman en een socialist. In het zuidwesten van Frankrijk, socialistisch electoraal gebied, jaagt men graag op vogels. Daar is men nog altijd woedend op de Europese richtlijn voor de vogelbescherming. Dergelijke wetgeving zou je volgens Delors beter kunnen overlaten aan de lidstaten. Het is zijn persoonlijke mening.’
Als ieder ander zou spreken van hypocrisie en lippendienst aan het milieu, verzint Brinkhorst wat anders: 'Nederland bijvoorbeeld wil het railvervoer bevorderen maar heeft ondertussen de laagste dieselaccijns van Europa om het eigen vrachtverkeer te stimuleren. Dat vind ik onsamenhangend beleid.’
Zo wordt politiek natuurlijk nooit meer interessant.
Brinkhorst zei eens: 'Vliegen vang je beter met stroop dan met azijn.’ Het lijkt erop dat het zijn levensmotto is.
Toch heet Brinkhorst ook in de milieubeweging een 'zeer bekwame man’. Het probleem is dan ook niet dat L.J. Brinkhorst de hoogste ambtenaar op milieugebied in Europa is, maar dat milieu geen prioriteit heeft achter de gesloten deuren van de vergaderkamer van de Raad van Commissarissen.
Misschien zal de politicus Brinkhorst een andere toon aanslaan dan de ambtenaar Brinkhorst. Alhoewel, in het kandidaten boek stelt Brinkhorst zich aan de leden van D66 als volgt voor: 'Europa loopt als een rode draad door mijn hele werkende leven.’ En over de rol van D66, nadat hij heeft uiteengezet wat de belangrijkste vragen zijn waar Europa voor staat (milieu, vrede en veiligheid, democratie): 'D66 moet bij dit alles betrokken zijn en een krachtig geluid kunnen laten horen.’
Het Europees parlement heeft er, ijs en weder dienende, een zeer bekwaam parlementarier bij. Maar geen bevlogen, visionair politicus.