Laurent-desire kabila

Plotseling was hij er, guerrillaster en mediatalent Laurent-Désiré Kabila. Mobutu beeft voor hem, maar volgens ingewijden is hij een revolutionair van niks. En of hij Zaïre nu eindelijk de democratie zal brengen, is ook nog maar de vraag.
DE WERELDPERS heeft er een lieveling bij: Laurent-Désiré Kabila, de leider van de Alliantie van Democratische Krachten voor de Bevrijding van Kongo-Zaïre. De forsgebouwde, naar eigen zeggen christelijke geheelonthouder, vader van zes kinderen, ondergaat de belangstelling met een berustende glimlach. Gestoken in kleurige hemden en gymschoenen of krokodillenleren laarzen, onthaalt hij de journalisten regelmatig op een vruchtensapje in zijn buitenhuis in Goma.

Terwijl zijn troepen op het punt staan om de aan prostaatkanker lijdende Mobutu en zijn kleptocratie uit Kinshasa te verjagen, heeft Kabila zijn overgangsregering al klaar. Ook zijn economische toekomst lijkt verzekerd. De ‘zakenman-partizaan’ is omringd door Amerikaanse zakenlieden van Zaïrese afkomst, overlegt met de Wereldbank over de wederopbouw en heeft volgens geruchten al twee contracten met Amerikaanse mijnbouwmaatschappijen op zak. Toch blijft hij in veel opzichten een onbekende, ook voor de bevolking die hem als bevrijder inhaalt. Zeven maanden geleden wist niemand buiten Zaïre wie hij was; veel Zaïrezen dachten dat hij al dood was.
Toen de Alliantie in oktober zijn eerste checkpoint op Zaïrees grondgebied opende, in de vorm van een tussen twee stoelen gespannen touwtje, dreven de weinige aanwezige journalisten er de spot mee. De strijders droegen gehavende uniformen en plastic kaplaarzen, gingen gebogen onder verouderde, veel te zware wapens en maakten een ongedisciplineerde indruk. Hun etnische samenstelling was zo divers dat waarnemers vreesden voor onderlinge gevechten. Het grootste contingent waren de Banyamulenge, Tutsi’s uit Oost-Zaïre die wilden afrekenen met uit Rwanda gevluchte Hutu-milities die hun provincie terroriseerden en door Mobutu werden gesteund. De krijgshaftige Maï Maï, een minderheid binnen de Alliantie, opereerden geheel zonder strijdplan omdat ze zich na overgieting met magisch water onkwetsbaar achtten.
Inmiddels heeft de Alliantie de helft van Zaïre veroverd, een gebied 28 maal zo groot als Nederland met alle belangrijke koper-, diamant- en uraniummijnen. De wereld heeft zich schromelijk verkeken op de kracht van het Zaïrese nationalisme dat de Alliantie bijeenhoudt. Opmerkelijk genoeg is die nationale bewustwording de grote en tevens enige verdienste van Mobutu’s meer dan dertigjarige schrikbewind. Zonder de man met de luipaardmuts had er geen Zaïre bestaan, maar zonder zijn hemeltergende wanbeleid was er nu geen Kabila geweest.
Overigens heeft Kabila ook veel te danken aan twee oude vrienden: de Oegandese president Yoweri Museveni en de interim-president van Rwanda, Paul Kagame. Dank zij hun logistieke ondersteuning kon hij de regeringstroepen verdrijven en het hoofd bieden aan een tegenoffensief van Franse, Servische en Zuidafrikaanse huurlingen. Door de Rwandese campagne van Kagame in 1994 bij te wonen, leerde Kabila diens briljante infiltratietechnieken die hij nu met succes in Zaïre toepast. De geruchten dat zijn soldaten al in Kinshasa zijn, zouden weleens kunnen kloppen.
Mobutu staat des te zwakker omdat hij geen beroep meer kan doen op de westerse en Zuidafrikaanse troepen die hem tijdens de koude oorlog uit de brand hielpen. De strategische grondstoffen van Zaïre - vooral het uranium, waarmee de Amerikanen hun eerste atoombommen maakten - waren toen zijn verzekeringspolis. Nu resten hem alleen nog zijn Franse instructeurs, want de Fransen zouden een machtsovername door de (in hun ogen) Angelsaksische zetbaas Kabila als een zware nederlaag beschouwen.
DE MAN DIE dit alles op zijn geweten heeft, werd geboren in december 1939 (de precieze datum is onbekend) in de koperprovincie Katanga, het tegenwoordige Shaba. Zijn familie behoorde tot de Baluba, een relatief welgesteld en door de Belgische overheersers bevoorrecht volk. Hij doorliep de middelbare school, studeerde filosofie in Parijs en keerde in 1960 hoopvol terug toen Zaïre onafhankelijk werd. Hij werd lid van de pan-Afrikaanse beweging van ’s lands eerste en enige democratisch gekozen premier, Patrice Lumumba, die spoorslags werd vermoord door Mobutu en de CIA. Zijn aanhangers zetten de strijd voort onder leiding van Paul Mulele.
In 1964 mochten zij zich verheugen in de komst van Che Guevara, vergezeld van tweehonderd Cubaanse strijders. Officieel kwam Che assistentie verlenen bij de opbouw van de guerrilla. In werkelijkheid, zoals we nu weten, stuurde Fidel hem weg omdat hij te radicaal was voor binnenlands gebruik. Che zette de Zaïrese rebellen aan tot de Simba-opstand die genadeloos werd neergeslagen door Belgische parachutisten. De verwijten waren niet van de lucht. De Afrikanen vonden Che arrogant en roekeloos. Volgens Che waren de 'prutsers’ van Mulele lui en ongedisciplineerd. Kabila, die vaak in het buitenland verbleef, schold hij uit voor 'toerist’.
Overigens dankt Kabila aan deze episode ten onrechte de reputatie van communist, een soort Rip van Winkle van de klassenstrijd die na dertig jaar slaap de revolutie hervat. Volgens de Belgische antikolonialist en dienstweigeraar Jean van Lierde (71), die destijds met de rebellen meevocht, was Kabila nimmer marxist. Van Lierde: 'De Nationale Bevrijdingsraad van Mulele was geheel gespeend van marxisme. En Mulele was inderdaad een prutser. Hij kon geen behoorlijke zin op papier krijgen, hij kon niet eens in het openbaar spreken of een vergadering leiden.’
Kabila moest tenslotte uitwijken naar de buurlanden. Hij sloot er vriendschap met Museveni en Kagame en leidde intussen in de jungle een relatief comfortabel bestaan. Volgens sommige berichten voorzag hij in zijn onderhoud met de verkoop en smokkel van wapens en diamanten. In 1974 kwam hij even in het nieuws toen hij een Nederlandse biologe en drie studenten gijzelde en weer vrijliet tegen betaling van een miljoen gulden. Van Lierde herinnert zich voornamelijk dat Kabila niet vooruit te branden was: 'Een revolutionair van niks. Ik kreeg eens een brief waarin hij schreef dat hij beschikte over tweeduizend soldaten, maar niets wilde ondernemen. Hij zat wel lekker daar in de jungle, dus waarom zou hij? Hij is tientallen jaren blijven zitten en pas in actie gekomen nu hij de macht voor het grijpen heeft.’
KABILA’S PLOTSELINGE succes wettigt de vraag of er misschien Amerikaans geld achter zit. Directeur Roger Winter van USCR, een Amerikaanse non-gouvernementele organisatie die opkomt voor burgers in oorlogsgebieden, logeerde in november en januari bij Kabila. Hij woonde de strategische besprekingen bij en kon geen Amerikaanse invloed ontdekken, hoogstens een voor iedereen verrassende omslag. Winter: 'In november stond Kabila nog praktisch alleen, in januari was hij opeens de leider van een oprukkende guerrillamacht. En dat terwijl hij een vriendelijke, bedachtzame man is - hij haat Mobutu lang niet zo diep als vaak wordt beweerd. Kabila en zijn mensen worden gedreven door verontwaardiging over de verloedering van Zaïre, het zijn felle nationalisten. Amerikaanse adviseurs of geldschieters heb ik niet gezien. Net als Museveni en Kagame heeft Kabila de tijd begrepen en de vrije markt ontdekt, geholpen door de Zaïrese Amerikanen met wie hij veel contact heeft.’
Kabila’s contact met de grote, goedgeorganiseerde burgerrechtenbeweging in Zaïre is daarentegen minimaal. Hij heeft weliswaar verkiezingen in het vooruitzicht gesteld, maar vorige week viel er al een zware schaduw over de toekomst. Een VN-rapporteur stelde op aanwijzing van de alom gerespecteerde Zaïrese mensenrechtenorganisatie Azadho vast dat de Alliantie veertig massamoorden heeft gepleegd. De slachtoffers, aangetroffen in graven in de provincie Kivu, zijn voornamelijk Hutu-vluchtelingen uit Rwanda.
Volgens Guillaume Ngefa, voorzitter van Azadho, zijn er nog meer redenen om aan Kabila’s democratische gezindheid te twijfelen. Hij heeft niet deelgenomen aan het in 1990 begonnen democratiseringsproces, nam geen zitting in de gekozen Nationale Raad en heeft invloedrijke regionale bondgenoten. Ngefa: 'Hij is het symptoom van onze frustratie, maar hij is ook een Trojaans paard, geleid door Rwanda en Oeganda. Hij is enkel uit op de macht.’ Hij acht het onwaarschijnlijk dat een man die zijn leven lang om de macht streed, die macht straks zomaar uit handen zal geven.