Lauriergracht no. 37

Ja, dichters liegen.

Althans de dichters die zich van het traditionele instrumentarium van rijm en ritme bedienen, waardoor zij geneigd, zo niet gedwongen zijn de werkelijkheid naar hun hand te zetten.
Blijft de vraag of een dichter zich iets aan de werkelijkheid gelegen moet laten liggen. Het is niettemin een feit: nachtegalen rijmen op manestralen, ook op de momenten dat de nachtegalen op stok zijn en de maan zich achter de nachtelijke regensluiers verschuilt.
Deze conclusie is een variant op die die meer dan een eeuw geleden gedaan werd door Batavus Droogstoppel, makelaar in koffi, woonachtig op de Lauriergracht no. 37 te Amsterdam, en sinds jaar en dag een der interessantste Heine-critici der Lage Landen.
Droogstoppel heeft in het tiende hoofdstuk van Multatuli’s Max Havelaar het gedicht geanalyseerd waarin Heine ‘auf Flügeln des Gesanges’ zijn harteliefje naar de 'Fluren des Ganges’ voert, een tripje waarbij Felix Mendelssohn later de muziek zou maken.
Droogstoppels conclusie is onverbiddelijk: Het zijn louter leugens. De dichter heeft geen vleugels. Hij is niet eens in staat om, klapwiekend en wel, de smalle Lauriergracht over te steken. Laten wij eerlijk zijn, bezweert Droogstoppel, als het laatste woord van de eerste zin koek, wijn of kina had geluid, was het reisdoel ongetwijfeld Broek, Berlijn of China geweest. Dus kan het voorgestelde reisdoel niet oprecht zijn gemeend, zodat, zegt Droogstoppel, 'alles neerkomt op een laf geklinkklank van woorden zonder slot of zin’.
Daar zit iets in.
'Op de vleugelen van de KLM, voer ik jou, lief, naar Bethlehem.’ 'Op de wieken van Olympic Air, vliegen wij, schat, naar Val d'Isère.’
Nog afgezien van het feit dat het in Heines tijd bepaald niet zo idyllisch aan de boorden van de Ganges is toegegaan, constateert Leo Ross (De Revisor, juni 1974). Er voltrok zich in het district Kanpur een bloedige opstand tegen het Britse koloniale bewind waarbij alle daar aanwezige Engelsen werden afgeslacht, behalve een aantal dames dat in de lokale bazaar bij opbod werd verkocht.
Wist Heine veel!
Was Batavus Droogstoppel de aangewezen man om over ’s dichters oeuvre de staf te breken?
De neerlandicus Marcel Janssens noemt hem bestraffend een 'kruidenier die geen snars van literatuur verstaat’, een verwijt dat slechts gedeeltelijk waar is. Een beetje gelijk heeft de hoofdstedelijke makelaar in koffi namelijk wel. Heines 'Auf Flügeln des Gesanges’ is, hoe beroemd ook, een gedicht met enige rimramaspecten.
Maar uit zegge en schrijve één gedicht vallen geen algemene conclusies te trekken, een kunstenaar moet worden beoordeeld naar het beste dat hij heeft vervaardigd, niet naar het slechtste - en het is een feit dat Heine tenslotte ook gedichten heeft geschreven die, ondanks het keurslijf van rijm en ritme, tot de meest aangrijpende van de wereldliteratuur worden gerekend.