Film: ‘Que Dios nos perdone’

Lavendel naast het lijk

Antonio de la Torre als Velarde en Roberto Álamo als Alfaro in Que Dios nos perdone © Cherry Pickers Filmdistributie

Een killer van hoogbejaarde vrouwen loopt rond in deze naargeestige film waarvan de titel betekent: moge God ons vergeven. De setting is Madrid in de zomer van 2001 tijdens een bezoek van paus Benedictus XVI. Alles is in rep en roer. Ook zijn er protesten tegen een nieuwe bezuinigingsronde van de regering. Regisseur Rodrigo Sorogoyen gebruikt de maatschappelijke context om een sfeer van constante crisis te creëren, ook in de psychologie van de hoofdpersonages, twee detectives die jagen op de seriemoordenaar. De vraag wat er met deze drie mannen aan de hand is, blijft hangen lang na het mysterieuze, open einde van Que Dios nos perdone.

Het fijnste aan de film is de spanningsopbouw via subtiele suggesties. In het appartement van twee slachtoffers staat in de buurt van het lijk een vaas met lavendel. Duidelijk is dat de regisseur onder de aandacht wil brengen dat de moordenaar de bloemen heeft neergezet, toch lijkt het net alsof niemand dat ziet, behalve de autistische detective Velarde (Antonio de la Torre). De clou duidt erop dat het om een seriemoordenaar gaat, maar vervolgens doet Velarde niets met de informatie. Dat is vreemd. Zijn partner, het ongeleid projectiel Alfaro (Roberto Álamo), is ook niet zo van het fijne speurwerk. Die is meer een man van actie. Iedereen die hij niet ziet zitten, slaat hij in elkaar. In zijn gemoed kookt het onafgebroken, net als op straat waar de protesten uitmonden in een handgemeen.

Tegenover de machocultuur die Alfaro representeert, staan de ingetogen Velarde en de vrouwen in het verhaal die óf slachtoffers van seksueel geweld óf overspelige echtgenoten zijn. Velarde weet meer dan hij zegt, hoewel ‘zeggen’ haast nooit een optie voor hem is: hij lijdt aan een spraakgebrek. Dat hij stottert, maakt hem sympathiek. Ook woont hij alleen in een appartement, waar hij een enorme platencollectie heeft. Avonden lang luistert hij naar muziek, vooral de fado, terwijl hij verlangt naar méér, misschien naar een relatie met de aantrekkelijke schoonmaker die ’s avonds de vloer voor zijn flat boent.

De relatie tussen mannen en vrouwen vormt de diepere laag in Que Dios nos perdone. Hoewel Sorogoyen er niet altijd in slaagt alle verhaalelementen, zoals de sociale onrust en de giftige mannelijkheid van agent Alfaro, aan elkaar te knopen, werken de genreconventies goed. Soms zijn ze zelfs vernieuwend: scènes waarin lijkschouwers de lichamen van de hoogbejaarde slachtoffers onderzoeken zijn ongewoon en moeilijk om naar te kijken. Ook dit is zo bedoeld. Net als in het geval van de vazen lavendel naast de lijken ziet Velarde meer dan de anderen in de levenloze lichamen van de moeders en grootmoeders. Wat dat is, blijkt pas in de allerlaatste scène waarin de regisseur het mysterie ontrafelt, hoewel je zelfs dan met meer vragen dan antwoorden zit. Dat is uiteindelijk een prettig gevoel: hoe vreselijk het verhaal ook is, makkelijk en saai is het nooit.

Te zien vanaf 12 juli