Inleiding

Layers

Dit jaar is het negentig jaar geleden dat James Joyce Ulysses publiceerde, waarschijnlijk de meest invloedrijke modernistische roman uit de literatuurgeschiedenis, en nog veel belangrijker: dit jaar verloopt het copyright op Joyce’s werk. Dat is in dit geval geen commerciële aangelegenheid, maar een inhoudelijke. Joyce’s oeuvre staat bekend als de meest complexe, meest gelaagde literatuur van de twintigste eeuw en in de laatste drie decennia werd het academici en biografen nagenoeg onmogelijk gemaakt daar fatsoenlijk over te schrijven. De nalatenschap van de Ierse schrijver werd namelijk beheerd door zijn kleinzoon, Stephen J. Joyce – die J. staat voor James – en hij ontfermde zich over zijn grootvaders nalatenschap zoals een Guantánamo Bay-cipier zich ontfermt over zijn gevangenen.






Stephen Joyce daagde zo ongeveer iedereen voor het gerecht die meer dan twee zinnen uit Joyce’s werk wilde citeren: eind jaren tachtig verbrandde Stephen een collectie brieven van zijn tante, Lucia Joyce; bibliotheken die brieven van zijn grootvader hadden bedreigde hij met juridische maatregelen als ze die tentoon zouden stellen, en in 1995 maakte hij bekend dat niemand meer uit Ulysses of de andere romans van James Joyce mocht citeren. Dit alles vanzelfsprekend om de goede naam van zijn grootvader te beschermen – al kregen onderzoekers die hem veel geld boden vaak wel permissie vrij te citeren. Vlak voor de honderdste verjaardag van ‘Bloomsday’, 16 juni 2004, de ene dag waarop Ulysses zich afspeelt, dreigde Stephen de Ierse overheid aan te klagen als ze ook maar iets zouden organiseren zonder zijn instemming.

Onder academici en letterkundigen wordt nu gesproken van een ‘post-Stephen-tijdperk’. Eindelijk kunnen ze weer Ulysses eindeloos deconstrueren, analyseren en als archeologen laagje na laagje de invloeden in de tekst blootleggen. Toen het verscheen in 1922 schreef de dichter T.S. Eliot dat Joyce’s vinding zijn roman te baseren op Homerus’ Odyssee (‘Ulysses’ is Grieks voor ‘Odyssee’) was als ‘manipulating a continuous parallel between contemporaneity and antiquity’. Hiermee, schreef Eliot, maakte Joyce de weg vrij voor kunst om de moderne tijd te overweldigen. Eliot schreef dit niet zomaar; hij las al enkele jaren met Joyce mee voordat Ulysses verscheen, terwijl hij zelf aan zijn beroemde gedicht The Waste Land werkte (‘April is the cruellest month’), een gedicht dat de Graal­legende als fundament gebruikt zoals Joyce deed met de Odyssee, die eveneens in 1922 verscheen.

Nog steeds gelden de twee werken als het toppunt van gelaagdheid in literatuur, het ene poëzie, het andere proza. In Ulysses speelt Joyce met zoveel vormen, verwijzingen, parodieën en citaten uit andere teksten dat de roman als een ui in elkaar zit. Het hoofdstuk dat zich afspeelt in een krantenkantoor is geschreven in journalistiek proza, met vette krantenkoppen tussendoor; een hoofdstuk dat zich afspeelt op een kraamafdeling van een ziekenhuis is geschreven in een parodie op damesbladentaal.

Het thema van de vijfde aflevering van de aaa-serie – Actueel, Avontuurlijk, Aangrijpend – van het Koninklijk Concertgebouworkest is Layers, juist omdat wij steeds meer lagen in kunst gaan zien. Oude en nieuwe, originele en geleende lagen die over elkaar heen vallen en samen iets complex en nieuws vormen. Als we nu een westernfilm zien, wat zien we dan als de cowboy met de witte hoed verschijnt? Gewoon een held, of zien we een nieuwe laag van de permanente hergeboorte van een oud icoon? (Gawie Keyser schrijft erover in deze bijlage.) Als we door de grachtengordel lopen, zijn we ons dan niet bewust van de vernieuwing die steeds weer over de oude huizen heen valt? (Zie het stuk vaan Jaap Huisman.)


Voor het volledige programma van Layers zie www.aaaserie.nl