Sylvain Ephimenco

Le Pens derde ronde

Terwijl aanstaande zondag Franse parlementsverkiezingen zullen worden gehouden, blijkt de vertwijfeling in het land van Marianne terug van even weggeweest. Zo vraagt het linkse dagblad Libération zich de laatste dagen af hoe het mogelijk is dat, na de schok van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen en de ongekende anti-Le Pen-mobilisatie die daarop volgde, het Front National opnieuw kans maakt een fors electoraal succes te boeken. Hebben ze dan voor niets gedemonstreerd, die miljoenen Fransen die tegen racist Le Pen de straat op gingen en ervoor zorgden dat Chirac met 82 procent werd herkozen? Hoe kan het zijn dat na dit collectieve vertoon van gezonde saamhorigheid het beest niet dood en begraven ligt? Ik had mijn landgenoten hoger ingeschat, maar moest al na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen toch constateren dat in Frankrijk kortzichtigheid troef was. Vanzelfsprekend was de eensgezindheid tegen het Front hartverwarmend en sympathiek. Even hing de illusie in de lucht dat men maar de straat op hoefde te gaan om het land te zuiveren van al zijn problemen. In werkelijkheid hadden al die demonstraties het effect van een pleister op een tumor. Mooi groot en zichtbaar, terwijl aan de oorzaak van de ziekte verder niets werd gedaan. Integendeel: de ziekte werd ontkend.

Het was niet heel Frankrijk dat demonstreerde, maar alleen het linkse kamp dat een therapeutisch wij-gevoel dringend nodig had om de nederlaag van socialist Lionel Jospin enigszins weg te spoelen. En terwijl La Gauche de kastanjes voor Chirac uit het vuur haalde, weigerde rechts Frankrijk de mouwen op te stropen. Rechts bleef rustig en triomfantelijk thuis om de punten te tellen. Er ontstond in het land van het cartesianisme een irrationele paniek die tot een onnodige dramatisering leidde met bijbehorende kwalijke effecten. Allereerst werd het geloof in eigen kunnen verzwakt en het zelfreinigende vermogen van de democratie ontkend. Want tegen wat anders werd er gedemonstreerd dan tegen het democratische proces dat bij uitstek door vrije verkiezingen wordt belichaamd? Hiermee werd zeker geen brug geslagen naar het electoraat van Le Pen, dat voor een overweldigende meerderheid uit proteststemmers bestaat. De kiezers van Le Pen werden definitief in de fascistische hoek geduwd en geen moment vroeg men zich af wat de beweegredenen achter hun keus waren geweest. Met dit demoniseringsproces van Le Pens aanhang werd de tweedeling tussen boven en beneden Frankrijk alleen maar groter. Wat de FN-stemmers in dit verschijnsel zagen, was een bevestiging van hun geloof dat de traditionele partijen één grote pot nat waren. Kwam links soms niet op voor de corrupte rechtse Chirac?

Voor de pers is dit een catastrofale ervaring geweest. Kranten, tv- en radiostations vormden een cordon sanitaire waarin pluriformiteit en beroepsethiek in het gedrang kwamen. Dagenlang was het alsof in Frankrijk een totalitaire staat was ontstaan waarin de media zich tot een propaganda-apparaat hadden omgevormd. Politici van het Front National werden door journalisten niet meer geïnterviewd maar verhoord en doorgezaagd. Ze kregen evenals hun leider nauwelijks een fractie van de zendtijd die Chirac en zijn luitenants ter beschikking werd gesteld. De duistere persoonlijke geschiedenis van Le Pen werd dag in, dag uit breed uitgemeten terwijl er met geen woord werd gerept over de talloze schandalen die Chirac sinds een eeuwigheid achter zich aansleept. Van beschouwend en verhelderend werd de pers militant en eenzijdig. Maar het belangrijkste, het onbehagen dat gewone mensen in de armen van Le Pen had gedreven, bleef zorgvuldig onbesproken. Taboe werden thema’s als de aan immigratie gelieerde gewelddadige criminaliteit die sommige voorsteden in no go areas heeft veranderd. Het was nogal naïef te veronderstellen dat demonstreren en massaal op Chirac stemmen de aanhang van Le Pen voorgoed uiteen zou doen spatten. In Frankrijk, zoals in steeds meer Europese landen, vertegenwoordigen proteststemmers tussen de vijftien en 25 procent van het electoraat. Voorlopig een blijvend verschijnsel.