Wat moeten we met de achterblijvende man?

Leed op driehoog achter

De alleenstaande kwetsbare man vindt weinig begrip bij de hulpverlening en ook beleidsmatig worden zijn problemen veelal genegeerd. Ouderwetse stereotypen spelen hier nog steeds een rol.

‘Niet lullen maar poetsen, zo ben ik gewoon opgevoed. En ja, dat gaat zeker wel om trots, je zoekt toch niet snel hulp als man.’ De 44-jarige Harry, bioloog en alleenstaande vader van twee kinderen, klinkt strijdbaar wanneer hij praat over zijn problemen. Als zijn vrouw ervandoor gaat, kort na de geboorte van zijn tweede kind, komt hij alleen voor de opvoeding te staan. ‘Ik betaal kinderalimentatie, een veel hoger bedrag dan mijn ex, maar de kinderbijslag gaat naar haar, want ja, zij is de moeder. Dus die eerste jaren na de scheiding moest ik het dikwijls hebben van de boodschappentas die mijn ouders mij toeschoven.’

De relatie met zijn ex-partner verloopt lastig vanwege haar psychische problemen. ‘Ze beheerste volstrekt mijn leven en de kinderen hadden aan haar kant te maken met huiselijk geweld, zowel fysiek als mentaal.’ Harry besluit naar de politie te gaan, maar die verwijst hem door naar Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar Veilig Thuis vraagt hem of hij wel zeker weet of hij hier melding van wil maken, ‘want het is toch hun moeder en een beetje zijn woord tegen het hare’. Dus kan hij weer naar huis met lege handen.

Hij probeert het te rooien in z’n eentje, met een fulltime baan en twee jonge kinderen. Maar na jaren doormodderen probeert hij toch weer hulp te zoeken en klopt aan bij het maatschappelijk werk. ‘Omdat ik hulp nodig had in de omgang met mijn ex, en echt nergens terecht kon.’ Hij zucht. ‘Je loopt als man in de hulpverlening tegen allerlei deuren op en de vader staat standaard met 6-0 achter.’ Als ook zijn maatschappelijk werker in eerste instantie niet goed weet wat ze met Harry aan moet, gaat hij op zoek naar lotgenoten. ‘Toen ik “alleenstaande vader met lastige ex” intypte vroeg Google of ik “alleenstaande moeder” bedoelde en kreeg ik datingsites en Tinder voorgeschoteld’, vertelt hij. ‘Het is pittig voor mannen, we laten het achterste van onze tong niet zien, zeker niet mijn generatie. Maar ook mannen hebben soms hulp nodig, alhoewel ze niet bepaald geleerd hebben dat toe te geven.’

‘Financieel kwetsbare man is slechter af dan vrouw’, schreef de Volkskrant eind vorig jaar naar aanleiding van cbs-cijfers. Mannen met een langdurig laag inkomen zijn vaker alleenstaand dan vrouwen en lopen een hoger risico om in armoede te vervallen. Daarnaast hebben alleenstaanden vaker last hebben van psychische klachten. Het aantal mannen dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering is de afgelopen tien jaar met bijna de helft toegenomen, bij vrouwen is dat ‘slechts’ twintig procent. De vrijgezelle man, ook als hij hoogopgeleid is, blijkt relatief vaker werkloos of heeft een lagere arbeidsparticipatie. En ook in de dak- en thuislozenopvang is deze groep oververtegenwoordigd: 79 procent in de dak- en thuislozenopvang is man. Toch vindt de kwetsbare man weinig begrip bij de hulpverlening en worden zijn problemen ook beleidsmatig veelal genegeerd.

Bij onderzoek naar armoede-interventies valt op hoe aandacht voor economische ongelijkheid zich vooral richt op vrouwen, jongeren of mensen met een migratie-achtergrond. De hulpverlening houdt zich doorgaans bezig met gezinnen en alleenstaande vrouwen – wellicht zeer terecht – omdat hier vaker kinderen in het spel zijn. ‘Het lijkt alsof mannen minder op het vizier zitten’, zegt Mariska Overgaag, projectleider bij Kwadraad, een hulp- en dienstverleningsorganisatie in Zuid-Holland en Utrecht. ‘Het algemene beeld in de maatschappij is dat mannen het zelf wel kunnen rooien.’

Politiek scoor je nu eenmaal niet met alleenstaande mannen, stelt ook Maarten Poorter, stadsdeelvoorzitter in Amsterdam-Oost. Hij ziet in zijn werk voor de Aanpak Eenzaamheid Amsterdam vaak alleenstaande mannen, eenzaam, geïsoleerd en lastig te bereiken. ‘Ofwel ze zoeken zelf geen hulp, ofwel ze worden over het hoofd gezien.’

Alleenstaande mannen in Nederland zijn (financieel) kwetsbaar. Niet alleen beleidsmakers moeten wennen aan het idee. Bij de Google-zoekopdracht met de termen ‘mannen + armoede’ gaan de eerste links over alleenstaande moeders. Ogenschijnlijk neutraal vraagt Google: ‘Bedoelde u “vrouwen en armoede?”’ Er verschijnt uiteindelijk een veelheid van projecten voor alleenstaande moeders en kinderen. Slechts enkele zijn gericht op empowerment van kwetsbare alleenstaande mannen. Dat zulke projecten veelal bedenkelijke titels hebben als Mannenkracht helpt ook niet bepaald in de beeldvorming. Wel zijn er boze mannen die geloven dat vrouwen de schuld zijn van hun gebrek aan seksuele intimiteit. Zij bevolken het forum van Incel, ‘Involuntary Celibate’. Superman is het symbool van deze mannenrechtenactivisten.

Peter wil wel met me afspreken in een Amsterdams café. Hij is een welbespraakte jonge vent in hippe kleding met helderblauwe ogen. Hij heeft torenhoge schulden. We praten over zijn verleden, zijn schulden en waarom hij single is. ‘Ik heb veel foute keuzes gemaakt, risico’s genomen met bedrijfjes opstarten en ben met de verkeerde mensen in zee gegaan, het bekende verhaal. Ik maakte brieven niet meer open en moest uiteindelijk contact opnemen met de schuldhulpverlening.’ Het heeft lang geduurd voordat hij die stap zette. ‘Je stapt heus niet snel ergens binnen met zo’n verhaal. Ik voel heus wel de oordelen van mensen om me heen, dat ik het zo verpest heb.’ Met een wrang lachje: ‘Typisch een man blijkbaar, alles alleen willen oplossen. Dit soort problemen zet je niet zo makkelijk op je Tinder-profiel.’

Na een mislukt traject bij een vrouwelijke hulpverlener had hij een succesvolle ervaring met een jonge mannelijke schuldhulpverlener. Door hard werken, met de hulpverlener als een ‘zachtaardige stok achter de deur’, stabiliseerde hij langzaam. ‘Nu heb ik een select groepje mensen om me heen met wie ik mijn problemen deel en dat is genoeg voor mij.’ Wil hij dan nu wel weer gaan daten? Peter twijfelt. ‘Liever eerst echt stabiel, maar als je de ware tegenkomt, dan gebeurt het misschien toch gewoon.’

In het publieke debat gaat het vooral om de man die zijn macht misbruikt, de man wiens onderbuik het culturele debat probeert te kapen, de man die maar niet wil emanciperen. ‘Dit wordt de eeuw van de mannen’, verkondigde Esther Perel in tv-programma Zomergasten. Ze hield een hartstochtelijk betoog over de rigide code waarmee wij nog steeds onze jongens opvoeden: ‘Een code die hen verwijdert van hun gevoelens, hen competitief maakt, want ze moeten geen angst hebben, en ze moeten niet afhankelijk zijn van anderen.’ Rond dezelfde tijd publiceerde The Guardian schokkende cijfers over zelfmoord onder jongemannen in het Verenigd Koninkrijk. Als oorzaken werden sociale uitsluiting en verlies van identiteit genoemd.

Ook in Nederland plegen twee keer zo veel mannen als vrouwen zelfmoord. ‘Het barst in de statistieken van de alleenstaande mannen met problemen, maar ze hebben gewoon geen hoog aaibaarheidsgehalte’, verzuchten armoede-onderzoekers. Mannen zelf trekken ook minder snel aan de bel. Eigenschappen met een traditioneel vrouwelijk stempel, zoals ‘je problemen delen’ en ‘elkaar opzoeken’, zijn bij het vinden van hulp een voordeel. Peter ziet het nog voor zich: ‘Zat ik daar op zo’n verplichte budgetcursus waar de vrouwen hun problemen bespraken en de mannen zwegen.’

Mannenemancipatie is noodzakelijk, zeker in armoedeproblematiek. Ouderwetse stereotypen spelen hier nog steeds een grote rol. In een onderzoek uitgevoerd door het lectoraat Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam, dat zich richtte op de meest kwetsbare doelgroepen in de samenleving, werd gezocht naar mogelijke redenen waarom mensen in armoede onzichtbaar zijn voor hulpinstanties. Aan zowel mannen als vrouwen werd gevraagd naar de reden om geen schuldhulpverlening te willen. Dat was ‘trots’, zo gaven bijna alle mannen aan, tegenover ‘schaamte’ dat door vrouwen als voornaamste oorzaak werd genoemd.

Nu kan trots hier gelezen worden als een ander woord voor schaamte. Wellicht is het een meer mannelijke definitie van dezelfde ervaring? Toch bestaat er een verschil. Trots doet een claim op status, op het heroveren van waardigheid. Trots heeft ook iets afwijzends: een opgestoken middelvinger of de letterlijk neerbuigende handdruk waarmee Trump zich laat gelden. Daarentegen laat schaamte zich eerder overwinnen door een uitgestoken hand.

Moderne technologie heeft ook weinig op met zo’n man die voornamelijk zijn spierkracht te bieden heeft

‘Ik moet het zelf zien te redden, anders is het falen.’ Dennis is een gespierde midden-dertiger in sportoutfit met weinig opleiding. Tijdens het gesprek durft hij me nauwelijks aan te kijken. Zijn schulden stapelen zich op, vertelt hij, maar hij weigert de hulpverlening in te gaan. ‘Ik ben een man’, zegt hij meer richting de tafel dan tegen mij. ‘Ik moet mijn eigen broek ophouden.’ Met een felle blik: ‘Koste wat het kost, ja.’ Ook Dennis’ beleving past in het beeld van een zich terugtrekkende overheid met een grote nadruk op zelfredzaamheid van de burgers. Zijn mannen gevoeliger voor deze neoliberale oproep tot zelfredzaamheid en onafhankelijkheid? Maar wanneer we de statistieken erop naslaan rijst de vraag of we überhaupt niet te veel verwachten van het mannelijke vermogen tot zelfredzaamheid. En misschien moeten hulpverleners wel anders omgaan met financiële trots dan met financiële schaamte.

Stadsdeelvoorzitter Maarten Poorter kent zijn cijfers. Uit de gezondheidsmonitor GGD Amsterdam uit 2017 blijkt dat niet alleen laagopgeleiden, lage inkomensgroepen en inwoners zonder betaald werk zich eenzaam voelen. Ook inwoners met een migratie-achtergrond en alleenwonenden vormen een risicogroep. ‘Het kan me wel raken, zo’n eenzame vijftigplusser die zijn huis al jaren niet meer uit komt.’ Bijvoorbeeld een man met schuldenproblematiek die eerder in de gevangenis zat voor een geweldsdelict; het blijkt toch moeilijk om zo’n man ook als slachtoffer te kunnen zien. En hoewel het hulpaanbod in principe niet moet verschillen per hulpvrager helpt het toch om een klik te voelen en die is er eerder met vrouwen. Bij mannen ervaren hulpverleners het probleem vaak niet. En ze komen ze minder tegen. ‘Die man, die zit op driehoog achter, die zie je niet.’

Ook bioloog en alleenstaande vader Harry maakt in zijn eigen beleving weinig kans. ‘Bijna alle hulpverleners zijn vrouwen, en als ik dan soms met mijn vuist op tafel sla, uit frustratie of onmacht, dan wordt er meteen een collega bij gehaald. En ik ben dan nog hoogopgeleid, kan me wel uitdrukken, maar een magazijnbediende of iets dergelijks lukt dat misschien niet.’ Bij SchuldHulpMaatje, een vrijwilligersorganisatie voor mensen met schulden, zien ze hetzelfde: ‘SchuldHulpMaatjes zijn vaker vrouwen en die willen soms geen mannen in “hun pakket”, bang dat het een lastige doelgroep is.’ Terwijl het vermoeden is dat juist dit soort mannen bij SchuldHulpMaatje terechtkomen omdat ze zich niet gezien voelen in de reguliere hulpverlening.

‘Mannen mogen niet afhankelijk zijn van anderen’, zegt Esther Perel, ‘ze moeten op zichzelf kunnen rekenen en ze moeten doorspelen, zelfs als ze pijn hebben.’ Hoewel cultuurcritici precies deze ideeën over de man al lang hebben ontmanteld, lijken ze bij veel mannen en vrouwen nog steeds leidend. Ook door een gebrek aan geëmancipeerde mannelijke rolmodellen, juist waar ze hard nodig zijn. Maar wanneer Harry aan de kant staat bij de dansles van zijn kinderen wordt hem nog steeds gevraagd waar de moeder is. ‘Terwijl ik daar al vier jaar kom!’

Uit frustratie richt hij in zijn kleine beetje vrije tijd een groep op voor alleenstaande vaders met dezelfde ervaringen. ‘Niet als een front, maar om ons verhaal te delen.’ Een platform waar mannen eerlijk kunnen praten over waarom je alleen bent en hoe je daarmee omgaat.

Harry’s initiatief valt in eerste instantie volstrekt verkeerd bij het Jeugd- en Gezinsteam in zijn regio. ‘We werden weggezet als een zeurende mannenclub, alsof we gewoon niet hadden gekregen wat we wilden.’ Zo’n initiatief opgezet door een vrouw zou met open armen worden ontvangen. Het lijkt erop dat de heroverweging van de mannelijke identiteit, waar we ons in het culturele debat zo op voorstaan, een tegengestelde reactie teweegbrengt. ‘Die mannen moeten niet zeuren.’ Gevolg is dat juist een zeer kwetsbare doelgroep wordt gemarginaliseerd: de alleenstaande man waar niemand op zit te wachten. In plaats van emancipatie treedt sociale uitsluiting op.

Nu is het uiteraard niet zo dat deze doelgroep homogeen is. Naast de gescheiden vader en de hippe Amsterdammer is er dus Dennis, een man uit de arbeidersklasse die zich ziet ingehaald door de zogenoemde ‘service-industrie’ waarin opleiding en sociale vaardigheden een belangrijke rol spelen. Moderne technologie heeft ook weinig op met zo’n man die voornamelijk zijn spierkracht te bieden heeft. Niet-cognitieve eigenschappen zoals communicatieve vaardigheden en het vermogen je aan te passen aan de maatschappelijke context staan in steeds meer beroepen voorop.

In haar boek met de wat zwartgallige titel The End of Men stelt Hanna Rosin dat in de arbeidersklasse de verzorgende beroepsgroepen het hardst zullen groeien; beroepen waar we eerder vrouwen tegenkomen, zoals verpleegkunde en kinderopvang. Ironisch noemt ze dat, omdat vrouwen hier ineens het voordeel van ouderwetse stereotypen ondervinden, net als in de hulpverlening. En, voegt Rosin hieraan toe, het zijn precies die ouderwetse stereotypen die nog steeds diep verankerd zitten in de ideeën van deze mannen over de wereld en hun plek daarin: de vrouw die voor de kinderen zorgt, de man die op zondag het vlees aansnijdt. Dit geldt niet alleen voor hen, ook de samenleving lijkt niet direct te springen om deze man als verzorger aan het bed. De eisen van de economie in onze postmoderne samenleving sluiten simpelweg beter aan op vrouwen, beredeneert Rosin.

En waarom is deze man eigenlijk alleenstaand? Ook in onze huidige culturele opvatting van ‘singledom’ komt de – witte, hetero – man niet echt als beste uit de bus. In Meritocratie: Op weg naar een nieuwe klassensamenleving onder redactie van hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer, wordt de relatie tussen thuis- en kantoorleven benadrukt: alleenwonenden verdienen dikwijls minder. Mannelijke singles met een universitaire graad hebben zelfs minder vaak een baan dan getrouwde en kinderrijke mannen zonder mavodiploma. Blijkbaar missen deze mannen de moderne flair waardoor ze niet alleen voor vrouwen onaantrekkelijk zijn, maar ook voor een baas.

Onderzoek toont daarnaast aan dat er in dit opzicht ook sprake is van een klassenverschil. Zo schrijft Isabel Sawhill in Generation Unbound dat hoger opgeleide mannen zich nog redelijk hebben aangepast aan de feministische revolutie, maar dat deze ontwikkelingen voor een groot deel aan de laagopgeleide arbeider voorbij zijn gegaan. Het idee van de man als kostwinner, vaak nog een heersende gedachte in de arbeidersklasse, blijkt niet meer te volstaan in tijden van arbeidsemancipatie en onderbetaalde flexbanen.

Ook op relationeel vlak zijn flinke verschuivingen zichtbaar in wat er wordt verlangd van een man. Dezelfde sociale en communicatieve vaardigheden die op kantoor worden gevraagd zijn ook de slaapkamer binnengeslopen. En nu vrouwen economisch onafhankelijker zijn dan ooit is de status van de man als kostwinner én hoofd van het gezin aan deflatie onderhevig. Vrouwen kunnen kieskeuriger zijn en de beste partij kiezen of gewoon liever alleen door het leven gaan. En als we denken aan de ‘bewuste single’ in de postmoderne samenleving komt nu niet meteen het type man uit het cbs-onderzoek bovendrijven. De populaire cultuur voorziet ons van vele voorbeelden van de single. De Cosmopolitan lezende en financieel onafhankelijke vrouw is er een, maar de voetbal kijkende en financieel afhankelijke man zonder relatie is als celebrated categorie in films en series op één hand te tellen. Hij is toch vooral de ongewassen loser die zich tot op late leeftijd ophoudt in de kelder van zijn moeder. Ons collectieve onderbewustzijn over wat de man is of moet zijn, ziet zich vertaald in zulke verhalen en verraadt welke weg we als samenleving nog hebben af te leggen waar het gaat om de emancipatie van de man.

Dus wat moeten we met de mannen? Susan Faludi schreef er in 2000 al over in Stiffed: The Betrayal of American Men. Het is de crisis van de traditionele masculiniteit en in het bijzonder die van de ‘angry white male’. Die term echoot flink na in het culturele debat, maar Faludi schreef ook iets anders: hoe de meeste mannen in onze samenleving maar weinig macht lijken te hebben. Negeren we dit inzicht, dan staan we zelf oplossingen rondom mannen, emancipatie én armoedeproblematiek in de weg. En zolang mannen ouderwetse ideeën over rolpatronen bekrachtigd zien in de manier waarop ze door de hulpverlening worden benaderd, komen we niet verder. De samenleving zou beter moeten inspelen op de behoefte aan bevrijding van de man uit zijn traditionele rol, én deze serieus nemen. Uiteindelijk behoort de ervaring van kwetsbaarheid iedereen toe, ook de man op driehoog achter.

Harry heeft alvast een deel van de oplossing in handen: op de site alleenstaande-vaders.nl zet hij kwetsbare verhalen van moderne én mannelijke rolmodellen online. Mannen vinden steun bij elkaar en geven praktisch advies. Een belangrijk item op de site: ‘Hoe zet je na een dag hard werk een gezonde maaltijd op tafel?’