Leederkenning

Winter aan zee. We lopen langs het strand, storm mee, en gaan terug door Indische duinen. In het dorp een klein beeld van de grote dichter, in houding mooi getroffen. Vlakbij de plek waar hij fiks placht in te nemen, zoals ook Carmiggelt uitziet op een gedegen schenkgelegenheid. Het regende, er hing een druppel aan zijn neus. Die veegde ik af, al zou zich weldra een nieuwe vormen - ieder doet wat hij kan in zijn tijd en op zijn plaats.

In De Duinstreek las ik dat Bergen (NH) op twee wijzen wordt bedreigd door water: talloze kelders lopen onder door hoge grondwaterstand en stormen sloegen opnieuw grote delen van het duin af, terwijl het strand lager ligt dus smaller is dan ooit. De zandsuppletie van vorig jaar is inmiddels verdwenen en alleen nieuw zand kan helpen - en dat zal ook weer worden meegenomen. Veel duinafgangen houden halverwege abrupt op, zoals we zelf hadden vastgesteld. Er staat een hoog pension aan zee en altijd vraag ik me af of de eigenaar zich langzamerhand voelt als dat niet wijze mannetje dat zijn huisje op het ijs had gebouwd. Zonder ironie of leedvermaak.
Voor Radio 1 zegt een ingenieur dat in Limburg natuurlijk geen sprake is van een ramp maar van wateroverlast, terwijl een doorbraak in het Westen een catastrofe betekent. Ik hoor onze Limburgse vrienden al tieren, maar er zit iets in. En dat langs de Maas echt veel van die ijsmannetjes wonen, lijdt inmiddels geen twijfel. In 2 Vandaag bezoekt men Itteren, want wie een plaag treft krijgt er gratis een bij in de vorm van de persmuskiet. Veel slachtoffers lijken dat te waarderen - leederkenning - en het is ze gegund, maar ik denk altijd weer: ‘Van m'n erf of ik schiet.’ Want onder de kijkers schuilen die malloten die o zo meelevend de volgende dag met oma en de herder komen om te zien hoe erg het wel met me is gesteld.
De bedoeling blijkt - het is donderdag - dat de Itterenaren huis en haard verlaten en naar familie of vrienden gaan. Verplicht is het niet, maar als het duister valt en het wassen onverwacht snel gaat, is evacuatie niet gegarandeerd. We zien een familie die zich, patent gehumeurd, op de bovenverdieping heeft ingegraven. Televisie noch computerspel mogelijk maar hun blikken verraden dat het Pim-Pam-Pet nooit is weggegooid. Even benijd ik hen. Dan naar een andere onverschrokkene. Hij is de kunstenaar van het dorp, vijftiger, en zo casual als de spelletjesfamilie, zo vol ponteneur deze schepper. Natuurlijk gaat hij niet weg: weten we waar de term evacuatie hem aan doet denken? Aan vijftig jaar geleden! Hij kijkt of hij bewonderend gemompel verwacht over zoveel historisch inzicht. Weten we trouwens wel wat de burgemeester vroeg? Of zijn burgers elders onderdak wilden zoeken. Voelen we ’m? Nee? Nou: onderdak - onderduik. Vatten we ’m?
Eerlijk, ik ben een mild mens, al getuigen deze stukjes daar niet altijd van, maar tomeloze haat welt in me op jegens deze zelfingenomen blaaskaak, deze verzetsheld anno 1995, deze geschiedeniskenner, deze autoriteiten- Schreck, die, godbetert, misschien wel de enige Itterense Groene-abonnee is. Het is ook nog de dag van de alternatieve Auschwitz-herdenking.