Leedvermaak

De hoeveelheid aandacht die Quentin Tarantino krijgt, lijkt een betere zaak waardig. Goed beschouwd is Tarantino de maker van twee films - aardige films daar niet van - en komt hij net kijken. Reservoir Dogs en Pulp Fiction zijn leuke, onderhoudende films die in zekere zin origineel te noemen zijn, maar ze zijn verre van schokkend of vernieuwend. Tarantino wordt naar voren geschoven als ontdekking en vertegenwoordiger van een nieuwe generatie.

Dat laatste blijkt misschien minder uit zijn films dan uit zijn voorliefde voor het spelen van bijrollen. Dat doet hij in zijn eigen films, maar het lijkt erop dat hij het doet in iedere film waarvoor hij wordt gevraagd. Het lijkt wel of er het afgelopen jaar geen enkele independent film aan de west-coast is gemaakt zonder een kort optreden van de gevierde Tarantino erin. Ik ben er niet van overtuigd dat Tarantino een heel groot talent is, maar hij heeft een zeer aanstekelijk enthousiasme voor het filmmaken en een goed droog gevoel voor humor. Dat enthousiasme blijkt uit de verve waarmee hij over zijn films praat in interviews. Het klinkt misschien flauw, maar ik geloof dat zijn interviews nog net iets prikkelender zijn dan zijn films.
De snelle roem van Tarantino heeft al tot een speciale aflevering van het prestigieuze Arena op de BBC geleid. Daarin zit een erg leuk moment. Tarantino zit in zijn huiskamer voor een buitenproportioneel grote televisie. Breed gebarend zit hij op het puntje van zijn stoel om commentaar te geven op een geliefd fragment uit zijn videotheek. Hij vertoont de prachtig onderkoelde dansscene uit Bande a part van de toen nog jonge Jean-Luc Godard. Aan alles is te merken dat Tarantino de film kan dromen, maar het bijzondere is dat hij er nog steeds zichtbaar van geniet. Naar zijn zeggen inspireerde de scene hem bij het regisseren van een eigen dansscene in zijn Pulp Fiction. Dat is een aardige scene geworden, maar niet een scene die zich kan meten met de vroege Godard en al helemaal niet met dat mooie moment in combinatie met een gloedvol betogende Tarantino die de dansscene als het ware omhelst.
Tarantino lijkt ook van Godard geleerd te hebben hoe je een filmster op een ontregelende manier tegen zichzelf kunt inzetten. Het oeuvre van Godard kent hiervan zeer vele voorbeelden. Van Jean-Paul Belmondo in een van zijn eerste films (A bout de souffle) tot Gerard Depardieu in een van zijn laatste (Helas pour moi). In Pulp Fiction is het John Travolta die dat wat nog restte van zijn reputatie van slanke, fraai dansende ladykiller zelf met veel humor ten grave draagt.
Travolta speelt een niet al te slimme, royaal drugs gebruikende gangster. Speciaal voor hem zal Tarantino de net genoemde dansscene hebben bedacht en hij moet er een satanisch genoegen aan hebben beleefd om de ster van Saturday Night Fever als een zoutzak te laten dansen.
Tarantino was een puber in de jaren zeventig, net zoals Patricia Mazuy van het leuke en gevoelige Travolta et moi. Voor Mazuy was Travolta de verpersoonlijking van het gevoel van haar jeugd. Mazuy probeerde dat gevoel in haar film nog eens aan te raken en bracht daarmee een eerbetoon aan het tieneridool. Dat is niet de stijl van Tarantino. De casting van een oud en dik geworden idool is vooral een goede grap. Het raakt aan leedvermaak. Het is misschien niet toevallig dat juist als Travolta het meest voor schut wordt gezet, Tarantino zelf in zijn film verschijnt om hem dat nog eens extra in te wrijven. En waarschijnlijk is dat niet eens boosaardig bedoeld, maar komt dat gewoon voort uit Tarantino’s gevoel voor humor, waarin alles wat hij ooit aan films of strips of televisieseries of popmuziek leuk vond de moeite waard is om de spot mee te drijven.
Ik weet niet hoe lang het leuk blijft om Tarantino in het verhaspelen van zijn jeugdidolen te volgen, maar tot en met Pulp Fiction is het heel goed te doen.