Leefbaarheid

Onlangs schreef ik een passage waarin een personage plat Haags sprak, wat ik fonetisch uitspelde. Iedere -ij of -ei werd bijvoorbeeld een è (‘uitkèken, èkel!’ hoor je hier in het verkeer nog wel eens). Toen tikte Gerard Reve me op m’n vingers.

‘Men bedenke dat onze taal een begripstaal en geen geluidstaal is. (…) Men dient, ook hier, niet de werkelijkheid af te luisteren en te kopiëren maar te stileren. Bovendien slaagt dat zogeheten getrouw fonetisch wedergeven van dialect of plat praten nooit. Beter is het, de ongeletterdheid of het lage verstandelijke niveau van de spreker, met handhaving van de algemeen beschaafde spelling, te vertolken door onder andere grammaticale fouten.’

Die les staat in Zelf schrijver worden, de verzamelde lezingen die Reve als gastschrijver aan de Universiteit Leiden gaf. Van tijd tot tijd blader ik erin – bij dit soort boeken het equivalent van een bezoekje aan de schrijver in z’n atelier.

‘De verwaande kwast’, gaat Reve verder, ‘legge men een te grote verbositeit in de mond, met modewoorden van vormingsmedewerkers: leefbaarheid, begeleiding, grenssituatie, functioneren, op zoek zijn naar eigen identiteit, etc. Die woorden verouderen niet en zijn over een eeuw misschien nog net zo betekenisloos en imbeciel als ze het nu zijn.’ Geweldig! En wat goed gezien! Let wel, dit is in 1985, en die ‘modewoorden’ klinken alsof ze op dit moment uit de radio ratelen. Het is dat andere Haags, dat ons de hele zomer weer om de oren zal slaan.

Waarom is de politiek zo aanwezig in kranten, bladen, op tv en radio? Van Roemer tot Wilders produceren ze allemaal dezelfde afgekloven ontaal – leefbaarheid, functioneren –, ze kleden zich hetzelfde, en ze hebben ook nog in grote lijnen dezelfde opvattingen, ze zoeken de ‘oplossingen’ voor de ‘crisis’ binnen hetzelfde systeem, met hetzelfde soort ‘bezuinigings­pakketten’ die onderling miniem afwijken.

Ik geloof niet dat we politici zo ijverig volgen en becommentariëren vanwege al die bestuurlijke wissewasjes. Het gaat veel dieper. We volgen het koningshuis ook niet vanwege hun prestaties op regerings- en werkniveau. Dat is allemaal totaal ondergeschikt en bijkomstig. (Laatst zag ik een documentaire achter de schermen van Libelle. ‘We hadden een interview met Máxima zelf’, zei een redactrice, ‘maar dat konden we meteen weggooien, want het ging alleen maar over microkrediet.’)

Het koningshuis is een collectieve familie, waarin ons eigen lief en leed zich in een uitvergrote vorm voltrekt. Trouwt er een prins, dan krijgen onze eigen trouwpartijen extra glans en betekenis. Sterft er een prins, dan stroomt ons eigen leed samen met dat grotere. Toen prins Friso onder de sneeuw was bedolven, lag daar een familielid van ons allemaal. ‘Van een moeder aan een moeder’, luidde de tekst op een kaartje dat een vrouw bij paleis Huis ten Bosch kwam brengen. Het koningshuis heeft het vacuüm gevuld dat de polytheïstische godsdiensten hebben achtergelaten. Beatrix is de godin van het moederschap, aan wie je geschenken en offers brengt. We moeten nu eenmaal ergens heen met onze diepe drang om kaarsen en knuffelbeesten neer te leggen.

De politiek heeft net zo’n rol. Neem een recent akkefietje, het lijsttrekkersdebat bij GroenLinks. Als je ziet – bijvoorbeeld op Twitter – wat een immense beroering de kandidatuur van Tofik Dibi teweegbracht, dan kan dit niet te verklaren zijn uit onze betrokkenheid bij het politieke debat. Het gaat om een interne twist, binnen een tamelijk marginale partij. De debatten voltrokken zich in een compleet gladgestreken taaltje – leefbaarheid, functioneren.

Maar het is zo lekker om èkel te roepen. We moeten ergens heen met onze diepe drang om te mopperen en te grommen vanaf de zijlijn. Wat het koningshuis is voor het familiaire leven is de politiek voor het werkende leven: een uitvergroting, een uitlaatklep. Mannen en vrouwen op kantoor checken tussen vergaderingen door het nieuws en roepen op Twitter hun reactie. Wat een eikel die Buma. Vijf retweets. Joepie, die vinden hem ook een eikel. Een zesde stuurt een gemanipuleerde foto door. Hahaha, tik je terug. En retweeten maar. De like-button indrukken. Zoals het koningshuis bestaat om kopij te genereren voor de boulevardpers, zo bestaat de Tweede Kamer om de sociale media van content en topics te voorzien.

Zoals het watermanagement en het microkrediet bijzaken zijn van het koningshuis, zo zijn wetsvoorstellen en partijprogramma’s dat van het parlement. Werkelijk relevante wetgeving vindt al lang in Brussel plaats achter gesloten deuren. Wetgeving interesseert ons ook niet zo bijster veel. De kerntaak van de politiek is veel wezenlijker. Ze biedt ons een wereld om onze eigen ervaringen ‘op de werkvloer’ aan te spiegelen. Ook daar hebben we te maken met eerzucht, verraad, conflict, ambitie, teleurstelling, doorgaans in precies diezelfde imbeciele modewoorden. Politici relativeren onze eigen problemen en geven onze successen extra glans. Lang leve de leefbaarheid.