Leefbaarometer

Te midden van berichten over slachtpartijen in Syrië, het financieel labiele Amerika en de begrafenissen in Noorwegen viel er deze week zonnig nieuws over Nederland te melden: in de afgelopen drie jaar is de leefbaarheid over het geheel genomen in ons land niet verslechterd. Dat meldt het rapport Leefbaarheid in balans van de rijksoverheid.

Leefbaarheid slaat op hoe wij, inwoners van Nederland, ons dagelijks leven in de eigen wijk waarderen. Om de gevoelstemperatuur van de burgers te meten heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken enige jaren geleden een methode ontwikkeld die - je moet er maar opkomen - de ‘leefbaarometer’ ging heten. Die werkt zo: 'Burgers en beleidsmakers kunnen hiermee tot op postcodeniveau de ontwikkelingen in de leefbaarheid van buurten volgen, zonodig vroegtijdig ingrijpen en bezien of problemen zich verplaatsen (“waterbedeffect”). De Leefbaarometer baseert zich op bijna vijftig indicatoren en laat via kaarten de informatie zien. De monitor werkt met zeven leefbaarheidsklassen, variërend van uiterst positief tot zeer negatief. Daarbij kan worden ingezoomd op zes verschillende thema’s zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van de woningvoorraad, veiligheid of het voorzieningenniveau.’

Per saldo zit Nederland in de 'klasse positief’ en dat is 'anders dan verwacht’, gelet op de economische crisis. Hoewel sommige wijken wel schril afwijken van de landelijke tendens, zoals de Schilderswijk of Transvaal in Den Haag - daar is het aantal inwoners met een zeer negatieve kwaliteitsscore meer dan 95 procent. Rotterdam blijft de stad met de meeste problemen en in Almere en Zoetermeer vinden bewoners het steeds minder 'leefbaar’. Dat neemt niet weg dat de leefbaarheid - dit woord valt niet te vermijden - in de veertig krachtige, prachtige Vogelaarwijken in totaal is verbeterd.

Is dit nou nieuws om heel blij van te worden? De onderzoekers melden braaf dat het ervan afhangt hoe een buurt individueel wordt beleefd. Dat is een verschil tussen de gevoelstemperatuur van een bejaarde die langs hangjongeren naar een bushokje schuifelt, een pitbulleigenaar die geen poepzakje bij zich heeft of van een graffitispuiter die straks met een oranje hesje met de tekst 'Werkt voor de samenleving’ onder de ogen van buurtbewoners muren moet schoonspuiten. Hoe moet er eigenlijk 'zonodig vroegtijdig worden ingegrepen’, terwijl structurele problemen door bewoners al jaren aan den lijve worden ervaren?

Als een van de indicatoren hanteren de onderzoekers ook 'de aanwezigheid van niet-westerse allochtonen’. Waarom worden deze Nederlanders altijd weer als een amorfe groep apart benoemd? Tegelijk weet iedereen dat het er in de praktijk wel toe doet (zie de Rotterdamse en Haagse wijken), maar dat specifieke effect op de cohesie in een wijk halen de onderzoekers niet omhoog.

Ondertussen wakkert Wilders gevoelens van frustratie aan, aldus Pechtolt, en wil de PvdA 'keihard optreden tegen ontspoorde allochtonen’, zo blijkt uit een uitgelekte mail. In huisje weltevreden gist het al jaren. Volgens de papieren werkelijkheid van de barometer zijn dat cijfers achter de komma.