Leefde mata hari nog maar!

Ik vermoed dat ik bij lange na niet exclusief voor mijzelf spreek als ik constateer dat de Voorzienigheid er een puinhoop van heeft gemaakt toen zij ons mannen (schijnbaar) meer fysieke kracht schonk dan de vrouwen.

Mij althans heeft dit verschijnsel van kindsbeen af in grote verwarring gebracht. Aan de ene kant ging ik gebukt onder een misplaatst gevoel van superioriteit, aan de andere kant meende ik voor dit zogenaamde zwakke geslacht verantwoordelijk te zijn. Dus sjouwde ik me te pletter met loodzware koffers en boodschappentassen, veerde automatisch op in de volle tram en vulde gewetensvol vele ingewikkelde vellen belastingformulieren in. Tevergeefs snakte ik naar vrijgevochte rokkendraagsters als madame Curie en Virginia Woolf, om over onze eigen Mata Hari maar te zwijgen.
Pas toen Sara Simeoni in 1980 tijdens de Olympiade in Moskou 2.01 meter sprong - plusminus dertig centimeter boven mijn verstand - voelde ik me bevrijd. Toen wist ik zeker dat vrouwen, als zij willen, ook in lichamelijk opzicht hun eigen boontjes kunnen doppen.
Daarmee was ik van mijn trauma’s genezen. Dacht ik. Gisteren lag ik weer eens onder de auto van mijn buurvrouw. De olie die traag maar gestaag op mijn hoofd druppelde maakte mijn humeur er niet beter op. Vanuit mijn linkerooghoek zag ik haar hooggehakte benen. Geloof me, edelachtbare, het was geen verkrachting. Ik heb die wijven gewoon betaald willen zetten wat ze me al die jaren hebben aangedaan.