Leeft links? links leeft!

‘ZONDER AGITATIE krijg je stagnatie.’ Jan Marijnissen heeft er geen enkele moeite mee direct al bij het begin van het gesprek een leuze te lanceren. Volgens hem is het voor vooruitstrevende bewegingen te allen tijde noodzakelijk vragen te stellen, twijfels te uiten, kritiek te oefenen. Ons probleem was of er in een tijd van paarsheid en marktdenken nog wel zoiets als een links alternatief bestaat. Die vraag stelden we aan drie vertegenwoordigers van linkse partijen: Jan Marijnissen, fractievoorzitter van de Socialistische Partij in de Tweede Kamer, Paul Rosenmöller, fractieleider van GroenLinks en Roel van Duijn, die voor De Groenen in de Amsterdamse gemeenteraad zit en straks lijsttrekker zal zijn van die partij bij de Tweede-Kamerverkiezingen.

Jan Marijnissen wil benadrukken dat hij links en rechts vervelende begrippen vindt, die meer vragen oproepen dan ze beantwoorden: ‘Laten we links definiëren als vooruitstrevend. In de hele geschiedenis is het zo geweest dat linkse, vooruitstrevende mensen een tegenbeweging hebben gevormd. Ze hebben altijd geageerd tegen de bestaande machtsverhoudingen en de onrechtvaardigheden die deze voortbrachten. En dan is het zeker in deze periode van hegemonie van het neoliberalisme, niet alleen in Nederland en Europa, maar wereldwijd, nodig dat links daarop een antwoord formuleert. Want dat neoliberalisme kent evidente schaduwzijden die steeds grotere groepen mensen treft in Nederland, maar zeker ook in de Derde Wereld. Persoonlijk vind ik het ernstigst dat er een nieuw mensbeeld ontstaat, dat verder dan ooit verwijderd raakt van de oude gedachte van de homo universalis. De gelijkwaardigheid tussen de mensen is geen vanzelfsprekendheid meer.’
GROENLINKS VOERT succesvol oppositie in de Kamer, maar biedt die partij nog wel zoiets als een links alternatief?
Paul Rosenmöller: 'Daar hebben wij geen monopolie op, maar als een breder gedefinieerde linkse beweging bestaat een dergelijk alternatief wel degelijk. Na de val van de Berlijnse Muur heeft rechts een maximale poging gedaan om zijn gelijk voor de eeuwigheid binnen te halen. Daar staat een progressieve beweging tegenover. Ik denk dat die tegenbeweging groeiende is. Vroeger werd links primair geassocieerd met de sociaal-democratie. Maar die panelen van de Partij van de Arbeid zijn daadwerkelijk aan het schuiven gegaan en ik denk dat wij als onderdeel van de linkse beweging en met die unieke combinatie van groen en links wel degelijk een alternatief vormen, ja. Ik zie GroenLinks in de eerste plaats als onderdeel van die tegenbeweging, waar ook de vakbeweging en de milieubeweging een rol in spelen. In de gezondheidszorg zie je allerlei cliëntenorganisaties ontstaan die de kaalslag zo goed en zo kwaad als dat gaat proberen te keren.’
Roel van Duijn heeft in verschillende gedaantes - als provo, als kabouter, als vertegenwoordiger van De Groenen - brede alternatieven aangedragen. Is dat nu nóg aan de orde?
Roel van Duijn: 'Ja, natuurlijk. Naar mijn mening schiet rechts tekort in het harmonisch laten samenleven van rijk en arm. Rechts schept ongelijkheid. Maar links schiet ook tekort, namelijk in onze verhouding met de natuur. Het platslaan van de natuur gaat in Nederland en in alle rijke landen vrolijk verder. Ook onder een paars kabinet. Ik slaap nu in Ruigoord, omdat wij verwachten dat de ME daar zal binnenvallen. Dat verdedigen wij, ja, eigenlijk tegen links. In Amsterdam is links aan de macht. GroenLinks en zelfs de SP hebben daar een belangrijke invloed en al die partijen willen dat de bossen daar tegen de vlakte gaan. Nederland wordt opgepompt als een distributieland zonder rekening te houden met de snippers natuur die we nog hebben en ook, ontdek ik steeds meer, zonder rekening te houden met de werkgelegenheid. Want toen we daar bij Ruigoord in onze tent zaten, zagen we ineens allemaal auto’s langs de dijk rijden. Dat bleken havenarbeiders te zijn, die ons te hulp kwamen omdat ze werkloos dreigen te worden. Ze zijn fanatiek tegen die nieuwe haven daar, omdat daar alleen maar volledig gerobotiseerde bedrijven zullen komen die de werkgelegenheid in de oudere havens beconcurreren. Toch wordt in dit geval de ME gesteund door SP en GroenLinks in Amsterdam. Ik ben benieuwd hoe jullie daar tegen aankijken.’
Jan Marijnissen: 'Ik kom uit Oss, Roel, en daar hebben we al een haven, dus daar hoeven we ’m niet meer aan te leggen.’
Roel van Duijn: 'Maar waar zijn jullie? Help!’
Jan Marijnissen: 'Ja zeg, kom, zal ik jou eens lastigvallen met de gemeenteraadsproblemen in Oss? Amsterdam is niet de wereld, dat is de eerste les die je moet leren, Roel. En bovendien ben ik vóór robots, voor zo veel mogelijk robots in de haven.’
Roel van Duijn: 'Echt waar?’
Jan Marijnissen: 'Ja, natuurlijk. Dat pokkenwerk heb ik zelf gedaan. Niet in de haven, maar ik weet wat zwaar werken is. Al dat achterlijke werk, dat zware, gevaarlijke, smerige werk, dat moeten we zo veel mogelijk door robots laten doen, dat is echt de beste oplossing. Op die manier kunnen we de welvaart produceren die we nodig hebben, alleen niet met de nadelen die daaraan verbonden zijn.’
Roel van Duijn: 'Ook als er mensen op straat komen te staan?’
Paul Rosenmöller: 'Volgens mij zit daar de relatie tussen het groene en het linkse vraagstuk. Het gaat bij beide om verdelingsvraagstukken. In de jaren dat ik in de Rotterdamse haven heb gesjouwd, heb ik heel wat werk gedaan dat inderdaad veel beter met de container gedaan had kunnen worden. Als je een paar dagen in de grafiet hebt gestaan, zie je eruit als een zwarte piet. En ook de volgende dag ben je nog pikzwart. Dat is gewoon niet gezond, voor niemand. Dus dat dat de container ingaat, dat is tot daar aan toe. Maar op andere plekken wordt behoorlijk hoog opgeleid werk via robotisering weggesaneerd.’
JAN MARIJNISSEN: 'Wat is daar mis mee?’
Paul Rosenmöller: 'Je kunt wel zeggen dat dat de vooruitgang is, maar als je die weg op gaat, zit je straks inderdaad met een geweldig werkgelegenheidsprobleem. Ik geloof niet dat wij alles moeten robotiseren wat te robotiseren valt.’
Jan Marijnissen: 'En waarom niet? Als wij dezelfde waarde kunnen toevoegen aan producten en dezelfde welvaart kunnen genereren met minder gewerkte uren en we hebben een verdeling van die welvaart die eerlijker en rechtvaardiger is dan nu het geval is, wat is daar mis mee?’
Paul Rosenmöller: 'Maar kijk bijvoorbeeld eens naar een sector als de landbouw. Ik ben er erg voor dat de huidige grootschalige landbouw plaats maakt voor een meer biologische landbouw, die ook arbeidsintensiever is.’
Roel van Duijn: 'Maar ook in de haven. Daar moeten ook menselijke elementen blijven.’
Jan Marijnissen: 'Meer werk creëren als doel op zichzelf vind ik onzinnig. We hadden het over wat links is. Ik vind dat links fundamentele maatschappijkritiek inhoudt. We kunnen het ook hebben over wat we binnen de marges van het kapitalisme nog moeten doen. Dan heeft Roel natuurlijk een punt als hij zegt dat de mensen te vreten moeten hebben en dat er dus werk moet zijn. Maar dat onderscheidt ons niet van de sociaal-democratie, die denken ook zo. Ik vind dat de toegevoegde waarde van links, althans van mijn partij, ligt in de fundamentele maatschappijkritiek die sinds de jaren zestig en zeventig steeds verder is weggeëbd. Heden ten dage is er meer reden dan ooit om haar weer te formuleren.’
JE WEKTE NET de indruk dat jij links vooral ziet als een luis in de pels van de kapitalistische maatschappij. Niet als een ideologie waarmee je ooit de macht zou kunnen overnemen.
Jan Marijnissen: 'Nee, nee, nee, dat bedoel ik niet. Vooruitstrevend kun je alleen maar zijn wanneer er een dialectiek bestaat tussen wat is en wat kan zijn of wat zou moeten zijn, en dat is een heel ingewikkeld proces. Dat verloopt individueel, via maatschappelijke discussie, op allerlei manieren, door machtsvorming, binnen en buiten het parlement, en op die manier kun je er beweging in houden. Dat is wat ik met agitatie in een meer filosofische benadering bedoel.’
Roel van Duijn: 'Erkennen jullie niet dat links tekort schiet in zijn verhouding tot de natuur? Zoals in Ruigoord? Of in de kwestie-IJburg, waar GroenLinks en de SP voor waren.’
Paul Rosenmöller: 'Maar het gaat mij veel te ver om te zeggen dat links fouten maakt door bijvoorbeeld in de natuur forse schade aan te richten. Volgens mij is het zo dat als je probeert het milieutekort op te lossen door het vergroten van het rechtvaardigheidstekort, dat je er dan niet komt. Ons alternatief is juist dat er minder aandacht zou moeten zijn voor het financieringstekort en veel meer voor het rechtvaardigheidstekort én het milieutekort.’
Roel van Duijn: 'Dat ben ik met je eens. Dus je moet een politiek hebben die zowel rechtvaardigheid bevordert als de natuur.’
Is dat geen illusie?
Roel van Duijn: 'Dat is een kwestie van creativiteit. In die discussie over IJburg is door ons steeds gezegd dat het beter is de autoringweg te overbouwen met woningen en kantoren in plaats van dat mooie IJmeer vol te bouwen, het laatste stukje natuur dat we daar in het oosten van Amsterdam nog hebben.’
PAUL ROSENMOLLER: 'Als ik Roel zo hoor, dan hoor ik tot mijn teleurstelling een jongen die afscheid genomen heeft van links.’
Roel van Duijn: 'Nee, die links doordacht heeft. En die er zeker geen afscheid van heeft genomen, want het rechtvaardigheidsidee van links is eeuwig en die strijd zal tot in lengte der dagen gevoerd moeten worden.’
Paul Rosenmöller: 'Dan moet je niet zeggen dat wie dan ook hier aan tafel onvoldoende oog heeft voor de fouten van links. Die benadruk jij evenveel als de fouten van rechts, dat was jouw beginstelling. De Groenen hebben ooit gezegd dat ze niet links en niet rechts zijn. Maar ik ben wel links en ik denk dat het groene hart links klopt.’
Roel van Duijn: 'Wij zijn meer links dan rechts, omdat wij onderschrijven dat de ongelijkheid tussen de mensen moet worden opgeheven. Daar vechten wij ook voor. Wij vechten voor de werklozen, voor de uitkeringsgerechtigden.’
Paul Rosenmöller: 'Maar is er bij jullie een onlosmakelijke verbinding tussen groen en links? Als je het één loslaat en je je echt fixeert op het ander, kom je er niet. Dan laat je óf de huidige óf een toekomstige generatie aan zijn lot over.’
Jan Marijnissen: 'Ik heb in dat boekje van mij, Tegenstemmen, gezegd dat groen voor mij ondenkbaar is zonder rood. Sterker: groen is per definitie rood. En daar bedoel ik het volgende mee: zowel het milieuvraagstuk als de sociale rechtvaardigheid hebben alles te maken met machtsverhoudingen. Paul en ik merken dagelijks in de Kamer dat er randvoorwaarden door de economie worden gesteld. Neem Schiphol, dat zijn mechanismen waar de Haagse politiek zelf niks over te zeggen heeft. Ze mag alleen binnen die marges opereren. Zo kom ik tot mijn conclusie dat je, als je groene politiek wilt bedrijven, automatisch uitkomt bij dezelfde machtsverhoudingen die een fatsoenlijke afweging blokkeren.’
Roel van Duijn: 'Nu mag ik eventjes… Jij zegt dat je links en groen met elkaar moet verbinden. Dat ben ik met je eens. Maar dan moet je wel een beeld hebben van wat links inhoudt en dat mag niet het zelfgenoegzame beeld zijn dat links traditioneel altijd gelijk heeft. Want links is, naar mijn idee, schromelijk tekort geschoten als het gaat om een behoorlijke filosofie over de verhouding tussen economie en milieu. Veel te gemakkelijk is ook in linkse handen steeds het milieu opgeofferd. Als Jan zegt dat het gaat om de machtsverhoudingen in deze maatschappij, dan is dat natuurlijk waar. En dus moeten wij een tegenmacht opbouwen. Maar de vraag is: wat voor soort van tegenmacht, met welk soort bewustzijn? Dat kan niet een traditioneel links bewustzijn zijn, want dat maakt dezelfde kolossale fouten ten aanzien van onze basis. Dat zag je ook in de communistische landen van Oost-Europa.’
Paul Rosenmöller: 'Wij hebben veel meer gemeen met elkaar, maar er zijn af en toe ook verschillen. De SP is bijvoorbeeld voor een vliegveld in zee. Ja, daar zijn wij niet voor. Jan Marijnissen heeft het over de machtsvorming. Dat is waar, maar het is tegelijkertijd ook makkelijk om alle schuld te leggen bij het systeem en niet ook te kijken naar wat er binnen de huidige machtsverhoudingen nog wel mogelijk is.’
Jan Marijnissen: 'Op dat punt verschillen we natuurlijk totaal niet van mening. We werken allebei in de Tweede Kamer. Wat Paul Rosenmöller in de Kamer probeert te bereiken, dat probeer ik ook. Wat wij doen is werken op het scheidvlak van die fundamentele maatschappijkritiek en tegelijkertijd proberen binnen het systeem zo maximaal mogelijk aan belangenbehartiging te doen.’
Liever zag je dat het hele systeem in elkaar stortte?
Jan Marijnissen: 'Nou ja, ik vermoed dat dat systeem daar zelf wel toe zal bijdragen. Het is mijn overtuiging dat dit systeem niet in staat is om aan de cruciale vragen met betrekking tot de relatie mens-natuur of überhaupt de plaats van de mens in de samenleving op enigerlei wijze recht te doen. En over democratie gesproken: ik denk dat één van de grote bedreigingen van de democratie ligt in de toegenomen marktwerking. Dat is een proces dat per definitie niet werkt op de wijze van 'one man, one vote’, maar 'one dollar, one vote’.’
WAT BEDOELDE JIJ toen je het had over een ander mensbeeld onder het neoliberalisme?
Jan Marijnissen: 'In de jaren zeventig bestond er nog een relatief democratische consensus in Nederland. Zelfs het CDA en de VVD waren toen voor sociale zekerheid en solidariteit. Het is niet zo verwonderlijk dat die consensus nu is verbroken en meer en meer plaats heeft gemaakt voor moderne libertaire gedachten ter linkerzijde. De neoliberale opvattingen, dat 'ieder voor zich’ zal ik maar zeggen, zie je in diezelfde periode opkomen in de Verenigde Staten en in Engeland. En later is dat ook hier allemaal overgenomen. Uiteindelijk werd altruïsme ook binnen links beschouwd als iets van vroeger tijden.’
Paul Rosenmöller: 'Is het niet zo dat rechts er uiteindelijk vandoor is gegaan met begrippen als individualisering en emancipatie, die links heeft gelanceerd toen het eind jaren zestig in het offensief was? Voor een deel is het apathie, voor een deel consumentisme en voor een deel ook een doorgeschoten individualisme, sinds links in het defensief is geraakt. Ik denk wel dat er een moment zal komen dat die slinger weer terug gaat. De euforie over Paars is al een beetje tanende. Er komt veel meer zicht op de keerzijden van het paarse beleid.’
ER IS OOIT, in de tijd van de grote bezuinigingen, gezegd dat je als links mens misschien conservatief moet zijn.
Paul Rosenmöller: 'Je moet altijd, en zeker in een periode waarin je een tegenmacht moet vormen, proberen in het offensief te zijn. Je moet optimisme uitstralen over je mogelijkheden om dat wat je wilt te realiseren. Neem de verhoging van het sociaal minimum - dat is in de politiek zoiets als vloeken in de kerk. Maar je ziet wel dat daar maatschappelijk geweldige steun voor ontstaat, bij de kerk, bij de vakbeweging, bij de gemeentes.’
Roel van Duijn: 'Ik denk dat de ideeën van de jaren zeventig nu weer heel actueel zijn. Wat er toen over het milieu werd gezegd was gewaagd en het werd een beetje raar gevonden. Nu is het vrij algemeen geaccepteerd en wordt er zelfs weer over gratis openbaar vervoer gesproken.’
Je ziet bij links toch voornamelijk verwarring.
Roel van Duijn: 'Het valt wel mee met die verwarring, vind ik. Er zijn steeds nieuwe uitdagingen en je moet steeds nieuwe dingen doordenken, maar het principe blijft: laten we zo zuinig mogelijk met onze omgeving omgaan en verder profiteren van milieuvriendelijke, nieuwe technieken. Het is geen verwarring die destructief is. Het is een scheppend proces. Ook zeppelins komen er straks weer aan. Maar dan onbrandbaar. Ik schijn er een handje van te hebben om iets te ver vooruit te lopen. Zulke mensen moeten er ook zijn.’
Paul Rosenmöller: 'Het is voor rechts natuurlijk veel gemakkelijker. Wat zij willen kan iedereen zich wel voorstellen. Links probeert altijd de bakens te verzetten en dat roept onzekerheid op.’
LEVEN WE NU in een afschuwelijk kapitalistisch systeem of in het gezegende poldermodel van Paars?
Jan Marijnissen: 'Dat poldermodel is een schitterende vondst geweest van hetzelfde ministerie van Propaganda dat de Postbus 51-spotjes bedenkt en dat wil suggereren dat hier in Nederland alle antwoorden op alle problemen zijn bedacht. Gelukkig wordt dat nu steeds meer onderuitgehaald.’
Paul Rosenmöller: 'Het is gewoon een kapitalistisch systeem. Maar binnen dat systeem zie ik wel een aantal belangrijke mogelijkheden om dingen te verbeteren. Maar we moeten ervoor zorgen dat de PvdA niet zijn zin krijgt, als hun staatssecretaris Vermeend via zijn nieuwe belastingstelsel de inkomensverschillen wil vergroten.’
In de praktijk opereren jullie organisaties heel verschillend. De SP gaat veel meer naar de mensen toe.
Jan Marijnissen: 'Wij doen het zelf. Wij doen het ín de vakbeweging, wij doen het mét de vakbeweging, wij doen het in de milieubeweging en wij doen het met de milieubeweging. Maar wij doen het vooral zelf. Als partij.’
Paul Rosenmöller: 'Wij doen het anders. GroenLinks heeft niet het idee dat we buiten de Kamer alles zelf moeten doen. Heel veel mensen van ons zijn actief in de bestaande maatschappelijke bewegingen.’
Jan Marijnissen: 'Je kunt ook zeggen dat jullie dat niet meer kunnen. Jullie organisatie heeft op dat terrein gecapituleerd, jullie zoeken de mensen zelf niet meer op.’
Paul Rosenmöller: 'Er is een tegenbeweging gaande, en ik vind dat je die organisaties van huurders, migranten, de kerken en moskeeën moet betrekken bij je eigen werk.’
Dus jullie zien links wel terugkomen?
Paul Rosenmöller: 'Ja, en ik zal zelf proberen daar alles aan te doen. In de Kamer en buiten de Kamer. Maar ik zoek toch vooral de verbanden met verwante organisaties. Dan zal die tegenbeweging iets massaals kunnen worden. Nu ben ik erg optimistisch: iets van mensen die hunkeren naar een hoopgevend perspectief.’
Een deel van het feestprogramma bij de 120ste verjaardag van De Groene was gewijd aan een kwestie die al die tijd even actueel is geweest: bestaat links eigenlijk nog? In Frascati discussieerden zeven politici vrolijk over de vraag of het onderscheid tussen rechts en links nog bestaat. Los daarvan sprak De Groene met Paul Rosenmöller van GroenLinks, Jan Marijnissen van de Socialistische Partij en Roel van Duijn van De Groenen. Bij wijze van commentaar op hun en onze linkse luchtfietserij worden in aparte kadertjes de bijdragen aan het debat afgedrukt van Hans Hillen (CDA), Oussama Cherribi (VVD), Guikje Roethof (D66) en Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA).
GUIKJE ROETHOF (D66):
'MINDER OVERHEID’
Guikje Roethof, oud-Groeneredacteur en nu Tweede-Kamerlid voor D66: 'De tegenstelling tussen links en rechts bestaat niet meer. In elk geval zijn die termen uiterst onzorgvuldig geworden. In Oost-Europa had je tot 1989 een socialistisch systeem dat als links werd ervaren, maar waar je moeilijk van kon zeggen dat het een vooruitstrevend systeem was. Het was juist één blok stagnatie. Je kunt de termen links en rechts dus niet meer gebruiken als synoniemen voor vooruitstrevend en behoudend.
Een interessantere tegenstelling op dit moment is de verhouding tussen waar de overheid zich mee kan bemoeien en wat tot de particuliere sfeer behoort. Er zijn partijen die een heel ruime verzorgingsstaat willen met veel collectieve regelingen, en er zijn partijen die vinden dat de particuliere sfeer zo groot mogelijk moet zijn en dat de overheid zich alleen moet bemoeien met wat echt noodzakelijk is. Bijvoorbeeld om een correctie aan te brengen als mensen de dupe worden van het marktmechanisme.
We moeten ons niet meer blind staren op de strijd tussen de klassen en het verschil tussen rijk en arm, maar ons afvragen welke overheid de meeste ontplooiingskansen biedt voor de mensen, welke samenleving het meest dienstbaar is aan het individu en aan iedereen. Ik geloof in een overheid die zo veel mogelijk ruimte biedt aan de mensen.
Mijn bezwaar tegen de verzorgingsstaat is dat die een bepaalde status-quo in stand houdt en ook mensen weghoudt van de arbeidsmarkt. Ik denk dat het herverdelingsmechanisme van de overheid in de praktijk vaak ten nadele werkt van de mensen die je ermee zou willen beschermen. Sommige regelingen maken mensen afhankelijk van het bureaucratisch systeem. Je moet die regels zo versoepelen dat ze daar niet langer afhankelijk van zijn. Het misverstand is vaak dat je denkt dat de mensen gelijk zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. De overheid kan alleen proberen mensen zo veel mogelijk gelijke kansen te geven. We leven niet in een vrije-markteconomie en ook niet in een heel geleid systeem, maar ergens daartussenin: een gemengde-markteconomie waarbij de overheidsinterventie nog steeds erg groot is. En ik durf de stelling te verdedigen dat het geheel van deze overheidsinterventie, met alle mogelijkheden van belastingaftrek, in het voordeel werkt van mensen met een beter inkomen. Dat is nog zeer voor verandering vatbaar, maar op een heel andere manier dan de Socialistische Partij dat wil.’
JELTJE VAN NIEUWENHOVEN (PvdA): 'NOG ALTIJD EERLIJK DELEN’
Jeltje van Nieuwenhoven, Rooie Vrouw en Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid: 'Misschien zie ik het te eenvoudig, maar volgens mij gaat het de Partij van de Arbeid nog altijd om het eerlijk delen van kennis, inkomen, macht en arbeid. Dat was zo in de tijd van Den Uyl en dat is nog altijd zo. In solidariteit en met ideologische inspiratie probeer je de samenleving te veranderen. Je kunt een filosofisch debat aangaan over de vraag of de termen links en rechts vandaag de dag nog kloppen, maar ik denk dat links nog altijd niet tevreden is met hoe de samenleving eruitziet, terwijl rechts veel meer uitgaat van de bestaande samenleving.
Het is waar dat er veel is afgebroken in de sociale zekerheid, of op z'n minst voelen mensen dat zo en zien ze dat verschil ook feitelijk in hun portemonnee. Maar het is natuurlijk niet waar dat er helemaal niets is gedaan voor mensen die het moeilijk hebben.
Ik ben er vóór dat een verzorgingsstaat altijd die rol zal houden, want ook in een gemengde economie is het onmogelijk dat iedereen voor zichzelf kan zorgen. Er moet veel meer gebeuren aan een beter armoedebeleid en dat is helemaal niet on-paars, want zelfs een conservatieve VVD'er zal het daarmee eens zijn. Gelukkig is Nederland een van de landen waar de inkomensverschillen het kleinst zijn. Wij vinden ze nog te groot en wij vinden dat ze te veel groeien, maar de werkgelegenheid is onder het paarse kabinet tenminste flink aangetrokken.
Het gaat nu behoorlijk goed in Nederland, maar dat komt vaak ten goede aan inkomens die niet uit arbeid voortkomen, geweldige winsten en speculatie. Daar moet je iets aan doen en dat heeft de Partij van de Arbeid en ook de huidige minister-president al verschillende keren gezegd. En omdat eerlijk delen nog altijd niet is gerealiseerd, is links heel hard nodig.
En je wilt toch niet aanvechten dat de Partij van de Arbeid een blokken linkse partij is?’
OUSSAMA CHERRIBI (VVD): 'PAARS VERZOENT DE TEGEN-STELLINGEN’
Oussama Cherribi, in Marokko geboren, sociaal-liberaal Tweede-Kamerlid voor de VVD: 'De tegenstelling tussen links en rechts wordt vaak als een continuüm gezien. Maar het is geen rechte lijn, het is een cirkel: de twee extremen, links en rechts, raken elkaar. Paars is één grote verzoening tussen het liberalisme en het socialisme. Jacq. de Kadt en Menno ter Braak hebben ooit al voorspeld dat die verzoening er eens zou komen. En in de tijd van Thorbecke ging de strijd ook niet tussen links en rechts, maar tussen liberaal en conservatief. Af en toe wordt liberaal zelfs door leden van GroenLinks als een deugd gezien, kijk maar naar de Rushdie-affaire.
Maar wat is het magisch centrum in de Tweede Kamer? Ik vind de kleine christelijke partijen een heel grote verrijking van de democratie, als een soort waakhond. Maar aan de linkerkant zie je dat GroenLinks gemangeld wordt tussen de PvdA en de SP. GroenLinks weet niet of ze het accent moet leggen op links of op het milieu. Want als je het milieu voorrang geeft, krijg je problemen met werkloosheid en ben je asociaal bezig.
Maar ook de VVD is voor de bestrijding van de armoede in Nederland en de tweedeling in de maatschappij. We zijn ervoor dat alle scholieren een gelijke start krijgen en allemaal op school computers tot hun beschikking hebben. Dus we zijn absoluut voor gelijkheid, maar je moet natuurlijk altijd ruimte geven voor creativiteit en voor het individu.’
HANS HILLEN (CDA): 'MADURODAM’
Hans Hillen, tot ieders grote blijdschap opnieuw gekandideerd Tweede-Kamerlid voor het CDA: 'Als christen-democraten proberen wij sinds het begin van deze eeuw ons stempel op de samenleving te drukken en dat is ons al die tijd vrij goed gelukt. Nu besturen wij het land op afstand. Wij laten Paars zo ongeveer doen wat wij hadden gewild en wij zien met plezier dat zowel de Partij van de Arbeid als de VVD het daarmee eens zijn. Dat betekent dat links niet meer bestaat, dat het zo verburgerlijkt is dat wij overbodig dreigen te worden. Vervolgens hebben wij erover nagedacht of wij dan naar links moesten gaan, maar het probleem is dat ook in de samenleving links niet meer bestaat. Links koopt nu net zo goed opties, least auto’s en doet alles wat een tijdlang door links werd bestreden.
Als je het met de rest van de wereld vergelijkt, is Nederland een walgelijk rijk land en ook een schoon land. Natuurlijk is er ook hier een vraagstuk van arm en rijk, maar dat is wel een luxediscussie over de verdeling van de laatste paar dubbeltjes. Laten we internationaal wat aan arm en rijk gaan doen en nationaal ervoor zorgen dat de mensen hier ook eens wat gelukkiger worden.
Daarom zou het CDA nu liever iets anders willen aanpakken, iets wat niet linksig is en niets met geld te maken heeft. Wij vinden dat de kapitalistische samenleving, waar alles om geld, inkomen en markt draait, op een andere manier verschraalt, namelijk als het gaat om de zorg voor elkaar. Dat is een punt dat eigenlijk niet rechts of links is, het gaat om elk gevoel van veiligheid en geborgenheid dat mensen in de samenleving zoeken. Voor het CDA zou dat wel eens het begin kunnen zijn van een herinrichting van de samenleving voor een nieuwe eeuw. Niet alleen maar roepen naar een overheidsloket dat je een probleem hebt en of ze dat voor je kunnen regelen. Nee, ook zelf je handen laten wapperen in het verenigingsleven, het vrijwilligerswerk en in de bejaardentehuizen.
Kok interesseert dat niet, voor hem is het financieringstekort belangrijker. En de kleine linkse partijen, nou, die vind ik heel interessant. Je hebt in Nederland Madurodam, en je hebt ook GroenLinks en de Socialistische Partij.’