Van Jeruzalem naar Bouillon #20: Verweerde pannendaken

Leegloop

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof Ralf Bodelier een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. In deel 20: het einde van het Bulgaarse dorp.

Zon verdrijft de frisheid van de nacht. Rook kronkelt dun uit schoorstenen en gaat op in de lichte nevel die nog tussen de heuvels hangt. Een vrouw haalt met een emmer water uit haar put. Haar man spant een paard voor zijn wagen. Vol, paars en geel hangen druiven tussen de pastelkleurige huizen. Twee meisjes lopen hand in hand naar school. Kippen tokken, een hond suft midden op straat, geen auto die hem stoort. De deur naar de dorpskerk staat ver open, de orthodoxe priester strijkt met een hand door zijn baard. De romanticus, met zijn nostalgische hang naar een ongerept verleden, kan in Bulgarije zijn hart ophalen. Nog wel.

Turkije ligt alweer achter me. Nu doorkruis ik Bulgarije in noordwestelijke richting en hoop volgende week de Donau te bereiken. Ik wandel door een Europa dat elders volledig verdwenen is: het oude Europa van de dorpen. Verstild, boers en simpel. Hier eten mensen nog wat de aarde hen geeft. Water komt uit de grond, warmte van hout uit de bossen, kracht van paarden en veiligheid van waakhonden.

Het is een leven waar we soms naar terugverlangen. Een bestaan ver weg van koopgoten, social media en Zoom-sessies over implementatietrajecten. Weg van de bullshitjobs, de adviesbureaus en de systeemplafonds. Een bestaan waarin je weinig anders aan het hoofd hebt dan het rapen van eieren, kersen die moeten worden geweckt en sneeuw die je ’s ochtends van je dak haalt omdat de balken beginnen te kraken. Geen leven dat bij zonsopgang begint met NU.nl en Nespresso, maar met brood, olijven, feta en tomaten. Geen kinderen die dagenlang levenloos achter hun schermen hangen maar zongebruind meewerken in de tuin, bij het hooien en het binnenhalen van het vee. Een dag die ’s avonds niet eindigt met bingewatchen en een zak chips, maar op een bankje voor het huis wanneer de zon achter de heuvels zakt en de buren een praatje komen maken.

Vaak blijf ik staan kijken om alles goed in me op te nemen. Want over niet al te lange tijd zullen deze dorpen ook uit Bulgarije verdwenen zijn. Zoals ze halverwege de vorige eeuw ook verdwenen uit Nederland en aan het begin van deze eeuw uit Portugal, Slovenië of Polen. Dus kijk ik naar de waterputten met hun ijzeren emmers, naar het opgestapelde hout onder de overstekende daken, naar de tuinen vol kool, aardappelen en bonen. Ik bestudeer de verweerde pannendaken, de houten afrasteringen, de opgebonden wijnranken, de zandpaden en de ezel, suffend onder zijn boom. Stuk voor stuk zijn het scènes om te fotograferen, klaar om te worden opgenomen in grote koffietafelboeken met titels als A Vanishing World of Romantic Villages in Central Europe.

En ik kijk naar de mensen. Naar de twee huppelende meisjes, de boerenjongen met zijn gemillimeterde haar en de mannen en vrouwen van mijn leeftijd die eruitzien als ver in de tachtig. De rimpels en de tandeloze monden. De harde afgewerkte handen en de petten op de hoofden. Sokkenvoeten in witte vrouwensandalen zoals je die alleen in Oost-Europa ziet.

Want ik stel me ook de achterkant voor van het romantische beeld. Hoe je op een ochtend het kippenhok binnenstapt om eieren te rapen en een bloedbad aantreft omdat er weer eens een marter is langsgeweest. De vreselijke kiespijn die telkens weer voorafgaat aan het uitvallen van een rotte tand; en de stank uit de mond van je levensgezel die al evenzeer verstoken is van de halfjaarlijkse controle. Ik stel me de hevige zomerregens voor, wanneer alles rondom het huis verandert in een modderbad. De muggen, de wespennesten en de stank van mest. De lange winterperiode, wanneer het dorp is dichtgesneeuwd, de tuin bevroren en het hout alleen de keuken verwarmt waarin je je zonder Netflix te pletter verveelt. Winkels en kroegen zijn er in de dorpen nauwelijks. Bovendien hebben dorpelingen een beduidend slechtere toegang tot gezondheidszorg. Kindersterfte is in de Bulgaarse dorpen dubbel zo hoog als in de steden.

Dus lopen de Bulgaarse dorpen leeg. Gezinnen met kinderen trekken de deuren van hun boerenhuizen dicht, hangen een ketting om de poort en verkassen naar appartementen in Varna, Plovdiv of Sofia. De ruimte in die appartementen is beperkt en een tuin is er niet. Maar buiten zijn er tenminste middelbare scholen, bioscopen en winkelcentra. Om de hoek zit een huis- en tandarts. En in je woonkamer heb je een aansluiting op kabeltelevisie. Anders dan in het dorp kun je in de stad webdesigner, onderwijzer of paaldanser worden.

Het aantal dorpen waar het romantische hart van overslaat is dan ook beperkt. Veel vaker loop ik door dorpen waar het leven op het punt staat uit te doven. Kinderen en jongeren zijn nergens meer te bekennen. Enkel oude vrouwen, zwaar in de schorten, vesten en hoofddoekjes, scharrelen over hun erf. Voor de dorpswinkel zitten rond het middaguur verlopen mannen aan het bier. Overal staan huizen leeg. Sommige zijn in vergaande staat van verval. Vaak merk je het al op toegangsweg naar het dorp: het aantal auto’s dat je hier achterop komt of tegemoet rijdt, is minimaal. In dit dorp heeft niemand meer iets te zoeken, hier hoeft niemand nog te zijn.

Alle 4997 officiële Bulgaarse dorpen kampen met leegloop. In vijftienhonderd dorpen wonen nog minder dan vijftig mensen, in vierhonderd dorpen minder dan tien mensen, terwijl 160 dorpen al volledig verlaten zijn. De ontvolking gaat zo snel dat demografen verwachten dat er rond 2060 niet één Bulgaars dorp meer over is. Dan bestaat het platteland enkel nog uit vervallen boerderijen, overwoekerde tuinen, in de wind klapperende ramen en roestige kettingen waaraan ooit honden rammelden.

De romanticus in mij wordt er melancholisch van. Hier verdwijnt iets dat nooit meer terug zal keren: een vorm van kleinschalig leven in een hechte gemeenschap. Een vorm van leven die tienduizenden jaren lang ook in de rest van Europa domineerde. De verlichter in mij ziet iets anders. Hij ziet dat Bulgaren nu hetzelfde doen als ik deed, toen ik lang geleden mijn Zuid-Limburgse gehucht verliet om te gaan studeren in een Brabantse stad. Ook jonge Bulgaren hebben nu de keuze om zelf te bepalen waar en hoe ze willen leven. Het is een vrijheid die ze ook doorgeven aan hun kinderen. Hun vrije tijd gaat niet meer op aan hooien of het binnenhalen van de koeien. Die kinderen, ze kijken naar Netflix en YouTube, horen over #MeToo en #BlackLivesMatter, worden benieuwd naar de smaak van sushi en chicken tandoori, leren vloeiend Engels, maken kennis met homo’s en transgenders en ontdekken een verrassend interessante, verleidelijke en veelbelovende wereld.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl