De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Leeglopend Polen wil wit blijven

Warschau – Polen is bereid tweeduizend vluchtelingen toe te laten van de zestigduizend die de Europese Unie in mei besloot op te nemen. Dat is minder dan Brussel van Polen heeft gevraagd (rond de 3500) maar het is meer dan niets – wat de meerderheid van de Polen in gedachten heeft.

Omdat de parlementsverkiezingen eraan komen, ligt het vluchtelingenvraagstuk gevoelig. De Poolse regering gruwde vooral van het oorspronkelijke idee van de EU om de lidstaten quota op te leggen. Met quota zou de binnenlandse oppositie een dubbelslag slaan: het kan de huidige Poolse regering de vluchtelingen verwijten en het zou bewijzen dat de regering de eigen soevereiniteit inlevert. ‘Verkwanselt’ heet dat in verkiezingstaal.

Maar dat is campagnegedoe. Interessanter is de afkeer van Polen van vluchtelingen. Om een idee te geven: zonder Europese druk liet het land vorig jaar niet meer dan 115 Syriërs toe, van de vier miljoen die de brandende puinhopen zijn ontvlucht.

Polen vindt dat het nog niet toe is aan het opnemen van buitenlanders uit Azië of Afrika. Dit hoor je van zowel universitaire emigratiekenners als van barista’s in hippe koffiebars. Volgens een peiling van het Centrum voor Onderzoek naar Vooroordelen (van de Universiteit van Warschau) vindt maar liefst 69 procent dat het land de grenzen volledig moet sluiten (of beter: gesloten moet houden) voor ‘niet-blanke buitenlanders’. De 115 Syriërs die vorig jaar mochten komen, waren allen christen.

Is Polen vol dan? Dat is lastig te beweren. Polen loopt immers leeg. In de laatste vijftien jaar zijn tussen de anderhalf en twee miljoen Polen vertrokken. 38 miljoen bleven. Naar economische logica zijn migranten tussen de 18 en 55 jaar zeer gewenst.

Waarom dan die weerzin? Is die anders te verklaren dan uit de xenofobie van een etnisch volkomen homogeen land? Of erger, uit racisme?

Afgelopen week kreeg ik de gelegenheid aan de Poolse minister van Buitenlandse Zaken te vragen hoe ‘zijn’ ambassadeurs dit antivluchtelingenbeleid in het buitenland uitleggen. Grzegorz Schetyna gaf antwoorden als: ‘Wij Polen weten wat solidariteit betekent.’ En: ‘Polen zal niet voor zijn verantwoordelijkheid weglopen.’ Daar schiet niemand veel mee op.

Gelukkig wilden zijn assistenten later meer zeggen. Pr-technisch, zeiden ze, leed Polen onder de felle houding van andere Centraal-Europese landen. ‘Wij bouwen geen muur.’

Dat was een verwijzing naar Hongarije, dat inderdaad een 170 kilometer lange muur bouwt aan de grens met Servië. Polen, kreeg ik als uitleg, streed tegen quota opgelegd door Brussel, niet tegen de solidariteitsgedachte achter die quota. Om dat te bewijzen kreeg ik een schatting van het aantal Oekraïners in Polen. Rond een half miljoen. In 2014 verstrekte Polen tijdelijke werkvergunningen aan 331.000 Oekraïners. ‘Jullie in West-Europa moeten begrijpen dat wij de oostgrens zijn. Met dit Rusland krijgen wij vanzelf vluchtelingen, ook zonder quota.’

Net even andere vluchtelingen, dat wel.